WAT GELOVEN WIJ?
‘…..u te vermanen om tot het uiterste te strijden voor het
geloof, dat eenmaal aan de heiligen is overgeleverd’(Jud.3)
Wij geloven, dat de gehele Bijbel (dat wil zeggen de
zesenzestig Boeken van het Oude en Nieuwe Testament) is voortgekomen uit en geïnspireerd
door God en daarom onfeilbaar en de hoogste autoriteit is voor alle vragen over
geloof en leven;
Wij geloven, mitsdien, dat er een drie-enig God is, Die van
eeuwigheid is, Die hemel en aarde geschapen heeft, en Die Zich in de Bijbel
openbaart als Vader, Zoon en Heilige Geest;
Wij geloven, dat het gehele menselijk geslacht eenzijdig en
eigenwillig door de zonde de gemeenschap met God heeft verbroken en daardoor in
een verloren toestand onder het oordeel van God gekomen is;
Wij geloven, dat God in Zijn liefde en genade de gemeenschap
met de mens wil herstellen, waartoe Hij Zijn eniggeboren Zoon Jezus Christus op
aarde heeft doen geboren worden uit de maagd Maria en als Zoenoffer aan het
kruis heeft doen sterven; deze Jezus de derde dag heeft opgewekt als
overwinnaar over leven en dood, en verhoogd aan Zijn Rechterhand in de hoogste
hemel, vanwaar Hij terug komen zal in kracht en heerlijkheid;
Wij geloven, dat ieder mens, die erkent, dat hij of zij
onder het oordeel van God ligt, maar aanvaardt, dat de Heer Jezus Christus Zelf
zonder zonde als Plaatsbekleder door Zijn lijden en dood zijn (of haar) oordeel
heeft gedragen en is opgestaan tot zijn (of haar) rechtvaardigmaking, weer door
God in genade is aangenomen en zich dientengevolge ‘kind van God’ mag noemen,
waardoor deze mens het eeuwige leven als een eeuwig en onvervreemdbaar bezit is
deelachtig geworden;
Wij geloven, dat elke gelovige wedergeboren, ingewoond,
verzegeld en gedoopt is door de Heilige Geest, en dat elke gelovige vervult
dient te zijn met de Heilige Geest als gevolg van volledige en voortdurende
overgave van geest, ziel en lichaam aan Christus en geloof in de beloften Gods;
Wij geloven, in het bestaan van een persoonlijke satan, de
veroorzaker van de zonde en thans de overste dezer wereld; wij geloven in zijn
uiteindelijke ondergang en veroordeling tot eeuwige straf;
Wij geloven, in de persoonlijke en lichamelijke verschijning
van de Here Jezus Christus, voor en met al Zijn Heiligen, in de oprichting van
Zijn koninkrijk op aarde, waardoor Hij zelf vrede, recht en gerechtigheid zal
brengen aan Zijn bondsvolk Israel en alle volkeren der aarde;
Wij geloven, in de lichamelijke opstanding van alle doden,
sommige om eeuwig te leven, anderen om geoordeeld te worden;
Wij geloven, in de voltooiing van Gods heilsplan voor de
schepping van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde en de oprichting van Zijn eeuwig
en universeel rijk, waarin God zal zijn alles en in allen;
Wij geloven, dat alle
gelovigen in deze bedeling door de Heilige Geest zijn samengevoegd tot ‘één
algemene Christelijke Kerk’ de Gemeente van Christus; zij wordt in de Schrift
aangeduid als ‘het lichaam van Christus’ en is als zodanig een levend
organisme;
Wij geloven, dat een zgn. ‘plaatselijke gemeente’ een
plaatselijke openbaring is van de universele Gemeente en als zodanig dient te
functioneren overeenkomstig de richtlijnen, die in het Nieuwe Testament zijn
aangegeven.
Vraag en antwoord door: Evangelist Jacob Klein Haneveld,
overleden 1988
VIER DINGEN, WAARIN WIJ VERSCHILLEN
Wat is in het kort het verschil tussen u en andere
Christenen? Deze vraag gesteld door een dame, die één of twee samenkomsten
bezocht had en kennelijk diep onder de indruk was van wat zij gezien en gehoord
had.
‘Het voornaamste verschil tussen ons en alle andere
Christenen, die ooit geleefd hebben’, antwoordde ik, ‘is, dat wij dichter bij
de wederkomst van onze Heer zijn, dan ooit iemand vóór ons geweest is.
De dame glimlachte. ‘Dit is niet precies, wat ik bedoel’,
zei ze. ‘Ik bedoel, wat is het verschil tussen u en de mensen, die naar de kerk
gaan?’
‘Het is veel prettiger, om op te noemen, wat we met anderen,
die geloven in Christus, gemeen hebben, dan wat ons van anderen onderscheidt. Eén
ding, dat wij van zeer groot belang achten, is dat wij ons één weten en één
gevoelen met allen, die de Here Jezus Christus als hun persoonlijke Verlosser
en Zaligmaker gelovig aanvaard hebben en Hem toebehoren. Dat is de reden,
waarom wij geen naam aannemen, die niet behoort aan alle Christenen. Wij noemen
elkaar ‘broeders en zusters’, niet om ons van anderen te onderscheiden, maar
omdat deze aanduiding volgens de Schrift aan alle ware gelovigen in de Here
Jezus Christus toebehoort’.
‘U noemt zich vergadering van gelovigen. Mijn vraag is: Wat
is het verschil tussen hen, die hier in gebouw ‘Irene’ samenkomen, en hen, die
naar een der bestaande kerken in deze plaats gaan?
‘Wij verbeelden ons niet, dat wij betere Christenen zijn dan
zij. Maar we geloven, dat de Nieuwtestamentische voorschriften en gewoonten
niet alleen voor de Christenen van de eerste eeuw bedoeld zijn, maar ook voor
Christenen van de twintigste eeuw. Wij moeten terug naar de toestand, zoals die
‘in den beginne’ was en daarbij is de Bijbel, als het Woord van God, voor ons
de enige gezaghebbende Bron van informatie’.
‘Misschien kunt u me vertellen, waarom u persoonlijk met de
Christenen in dit gebouw samenkomt’?
Wat hier volgt is een
uitbreiding op het antwoord dat op deze vraag is gegeven.
- Ik
lees uit 1 Kor. 12:27, dat overal waar, en telkens wanneer gelovigen
samenkomen in de Naam van de Here Jezus, Hij Zelf in het midden van hen
is. Zij vormen een plaatselijke openbaring van de Gemeente van Christus,
die Zijn lichaam is. Zij zijn een door God gevormde éénheid. Het bestaan
van verschillende kerken en sekten is een ontkenning van deze fundamentele
waarheid. Mijn geweten verbiedt mij sektarisme te erkennen of tot een sekte
te behoren. Als ik dat wel zou doen, dan zou ik daarmee de waarheid van de
éénheid van het lichaam van Christus geweld aandoen, zowel in zijn wereldwijde
als in zijn plaatselijk aspect. En daarmee zou ik dan mede verantwoordelijk
zijn voor de verdeeldheid onder Christenen.
- Omdat
ik genoemd ben naar de Naam van Christus, geloof ik dat het tot oneer van
de Naam zou zijn, als ik daarnaast nog een andere naam zou dragen. Ik kan
me niet voorstellen, dat er Christenen zijn, die willen samenkomen tot
gebed of tot aanbidding in enige andere Naam dan de Zijne. Maar toch
blijken er velen te zijn, die niet tevreden zijn met Zijn Naam, maar die
het nodig vinden nog een andere naam aan te nemen. Als een boer, genaamd
Christiaanse, al zijn schapen laat merken met de initiaal C, wat zou hij
zeggen tot één van zijn herders, die onder zijn schapen werkt, als hij hen
brandmerkt met een E naast de C, omdat zij het prettiger vinden om onder
een breedgetakte Eik te grazen, en andere schapen met een O, omdat zij
onder een Oude Olm grazen? Boer Christiaanse zou protesteren. ‘Het is
voldoende, dat zij mijn initiaal dragen’, zou hij zeggen. Ik ben
gebrandmerkt met de C van Christen. Ik wens geen bijvoeglijk naamwoord
daaraan toegevoegd. Ik ben een Christen, en niet een speciaal soort
Christen. Ik ben een Christen, omdat ik geloof in Christus als mijn
persoonlijke Heiland en Heer.
- Ik
vergader met andere Christenen in dit gebouw, omdat zij evenals ik,
geleerd hebben, dat het naar de gedachten en de wil des Heren is, dat wij
samenkomen tot gebed en aanbidding en tot viering van het heilig Avondmaal
onder rechtstreekse leiding van de Heilige Geest en dus niet onder leiding
van een geordend predikant of van iemand, die ‘in het ambt’ staat. Toen
Jozef zichzelf aan zijn broeders bekend maakte, ‘spraken zijn broeders met
hem’. Zij benoemden niet Ruben om namens hen tot Jozef of namens Jozef tot
hen te spreken. Een dergelijke maatregel zou kunstmatig en ongepast zijn. Zo
is het ook, wanneer Christenen vergaderd zijn met Christus in hun midden:
wij mogen met Hem spreken, de ene na de andere, en mogen elkaar opbouwen
in het allerheiligst geloof (Rom. 15:14). Iemand te benoemen, om te
spreken hetzij voor ons of tot ons bij zulke gelegenheden, is een
ongeoorloofde toevoeging aan de eenvoudigheid van het Nieuwe Testament.
- Het
is in strijd met de Schrift, dat mensen, die niet behouden zijn, worden
toegelaten om het brood te breken en van de beker te drinken tot
gedachtenis van de Here Jezus Christus. Hoe kan iemand, die geen deel
heeft aan Christus, deel hebben aan Zijn maaltijd? Weliswaar kunnen er
onwetend onbehouden mensen ‘insluipen’(Jud.4), maar dat is heel anders,
dan hen bewust toe te laten, alleen, omdat zij lid zijn van een
kerkgenootschap en niet, omdat zij het eigendom des Heren zijn. Omdat ik
geloof dat ‘vergaderingen’ van Christus trouw moeten zijn aan hun door God
gegeven Naam, ‘Gemeente der heiligen’, kan ik niet deelnemen aan de
eredienst van welke kerk ook, waar een mengeling van gelovigen en
ongelovigen in kerklidmaatschap bestaat.
Er zijn andere verschilpunten,
wat de wijze van samenkomen betreft, maar de vier, die genoemd zijn, zijn
voldoende om de weg te bepalen.
Zij zouden ook voldoende moeten
zijn voor elke Christen, die het welbehagen van zijn Heer boven ieder ander
motief telt. Hoe duidelijk worden de dingen, als wij het Nieuwe Testament
onbevooroordeeld lezen. Nog eens, wij achten ons geen betere Christenen en
weten ons in Christus verbonden met alle ware gelovigen van welke kerkelijke
richting ook; maar ons verlangen en ons streven is, om ‘de gemeenschap der
heiligen’ te beleven op de wijze, zoals het Nieuwe Testament ons dat leert.
DE KENMERKEN VAN EEN NIEUW
TESTAMENTISCHE GEMEENTE
Als wij de Schrift onderzoeken
aangaande de wijze, waarop God wil, dat Zijn verlosten ‘bij één samenkomen’ (1
Kor. 11:17, 18, 20, 33, 34; - 14:23, 26), dan vinden wij de volgende dingen,
die kenmerkend zijn voor een plaatselijke vergadering of gemeente. En indien
wij ‘geestelijk’ zijn, dan erkennen wij, dat de dingen, die geschreven staan,
de geboden des Heren, die wij liefhebben meer dan het fijnste goud en beijveren
wij ons om die te gehoorzamen omdat wij al Zijn voorschriften voor recht houden
en elk vals pad haten ( Ps. 119:127, 128).
1. De leden van een plaatselijke gemeente of vergadering
zijn overeenkomstig het Woord van God allen behouden personen. (Rom. 1:6, 7; 1
Kor. 1:2, 9; Ef. 1:1; Fil. 1:1, enz)
2. De Naam van de Persoon van de Here Jezus Christus zijn
het enige middelpunt en de enige grond van samenkomsten (Matt. 18:20; 1Kor.
1:2, 9; 2 Tess. 2:1 enz.)
3. De Heilige Geest van God leidt en regeert over de
gemeente en haar leden in alle dingen (Joh. 4:24; 14:26; 16:7-15; Hand. 8:29;
11:19; 13:2-4; 15:28; 16:6, 7; 1 Kor. 12:14).
4. Het Woord van God is het instrument, dat door de Geest
gebruikt wordt, om de gemeente en haar leden te leiden. (Ps. 119.96).
5. In
een plaatselijke gemeente heeft de bediening van ‘gaven’ plaats en niet van één
man (Ef. 4:8, 11-16; Rom. 12:5-8; 1Kor. 12:1-11; Hebr. 13:7, 17, 24).
6. De instellingen in de gemeente worden onderhouden als
overgeleverd aan en door de apostelen van Christus (1 Kor. 11:2).
Er zijn er slechts twee en zij worden nergens in de Schrift
‘sacramenten’ genoemd:
a) Doop – Alleen gelovigen worden gedoopt in water door
onderdompeling (Hand. 2:42; 8:12, 36-39, enz).
b) Breking des Broods – of het ‘Avondmaal des Heren’. Ook
hier alleen door gelovigen, op de eerste dag der week (Luk. 22:19; Hand. 2:42;
20:7; 1 Kor. 10:16-21; 11: 20-34).
7. De Dienst der offerendan. Deze worden ingezameld,
speciaal op de eerste dag der week, alleen van gelovigen (1Kor. 16:1; 2 Kor.
9:5, 15). De Heer heeft de hulp van de wereld niet nodig, om Zijn werk op aarde
voort te zetten.
8. Discipline en orde worden in de gemeente gehandhaafd door
de oudsten in overeenstemming met het Woord van God (2 Tim. 3; Tit. 2:5-16).
Broederraad
De Evangelisatiekring wordt, waar nodig geleid door een
‘Broederraad’, die echter geen heersende, maar wel een dienende taak heeft.