|
www.vergadering.nu Recensie-index www.vergadering.nu
5
RECENSIES
Israël: een staat ter discussie?
dr. Matthijs de Blois
Uitg. Groen/Jongbloed, Heerenveen, 2010
ISBN 978058299703
132 blz.; € 12,50. Dit boek bestellen...
Internationaál recht is een prominent thema geworden in het debat over de Midden-Oostenproblematiek. In dit boek wordt de staat Israël daarom bekeken vanuit het perspectief van internationaal recht. De auteur behandelt de ontstaansgeschiedenis van Israël
in het licht van het recht op zelfbeschikking. Het is juist die geschiedenis die in vele beschouwingen onderbelicht blijft, met alle consequenties voor de beoordeling van het handelen van Israël van dien. Vanuit dit perspectief komen de omstreden nederzettingen aan de orde, evenals de bescherming van de internationaal erkende mensenrechten. Ten slotte worden vanuit internationaalrechtelijk perspectief de regionale gewapende conflicten besproken.
Dr. Matthijs de Blois (1953) is universitair hoofddocent aan de afdeling Rechtstheorie van de Universiteit Utrecht. Zijn onderzoek ligt vooral op het terrein van recht en religie.
5.
Zicht (Studieblad van de SGP) - december 2010
Israël: een staat ter discussie?
Recensie door Drs. J.W. van Berkum, medewerker Wetenschappelijk Instituut voor de SGP
In discussies over het bestaansrecht van de staat Israël en het handelen van Israël komt veelvuldig het internationaal recht om de hoek kijken. In het boek `Israël: een staat ter discussie?' biedt dr. M. de Blois (universitair hoofddocent afdeling Rechtstheorie van de Universiteit Utrecht) een toegankelijke kennismaking met dit recht. Bij de toepassing van het internationaal recht in het Midden-Oostenconflict plaatst bij kritische kanttekeningen.
Eenzijdigheid
De Blois laat zien hoe Israël eenzijdig door internationale organisaties wordt bekritiseerd. De staat Israël mag zich bijvoorbeeld in de bijzondere belangstelling van de Verenigde Naties (VN) 'verheugen'. Dat was vroeger zo, maar nu nog. Tot 2006 kende de VN een Commissie voor de rechten van de mens. Deze commissie zag toe op de naleving van mensenrechten in de wereld. Meer dan een kwart van de resoluties van deze commissie had betrekking op Israël. Daarna is de VN-Mensenrechtenraad opgericht. In het eerste half jaar werd één staat ter verantwoording geroepen: Israël. En dat in een tijd waarin mensenrechten in Darfur, Conga, Noord-Korea en Zimbabwe met voeten worden getreden. In de jaren daarna is Israël vele malen veroordeeld. In 2007 besloot de Mensenrechtenraad zelfs de situatie in de `bezette' Palestijnse en andere Arabische gebieden tot een vast agendapunt te maken. Deze ‘eer' is geen enkele andere staat te beurt gevallen. Is de situatie in bijvoorbeeld Korea en Sudan niet veel nijpender om op de agenda te zetten? Duidelijk is dat het politieke klimaat hier een belangrijke rol speelt. Er is een politieke meerderheid om Israël te veroordelen.
Dubieuze uitspraak
Het Internationaal Gerechtshof (IGH) heeft een zeer dubieuze uitspraak gedaan. Het IGH is het belangrijkste gerechtelijke orgaan binnen de Verenigde Naties. Het buigt zich over rechtsgeschillen tussen staten en adviseert de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Israël heeft een veiligheidsbarrière gebouwd om zijn burgers te beschermen tegen de voortdurende aanslagen die sinds het begin van de Tweede Intifada plaatsvinden. Op grond van artikel 51 van het VN-handvest mag Israël zich verdedigen tegen gewapende aanvallen, totdat de Veiligheidsraad de noodzakelijke maatregelen ter handhaving van de internationale vrede en veiligheid heeft genomen. Het IGH erkent dit recht op zelfverdediging van Israël niet, omdat Israël niet door een andere staat wordt aangevallen.
Er staat echter helemaal niet in het genoemde artikel dat het om aanvallen van een staat moet gaan. Daarbij komt dat het bij de aanslagen op het World Trade Center en het Pentagon ook niet ging om aanvallen van een andere staat. Het beroep van de VS op het recht van zelfverdediging ex. Artikel 51 VN-handvest erkende het IGH echter wel. Hieruit moeten we volgens De Blois de conclusie trekken dat aan Israël het recht wordt ontzegd om de eigen burgers tegen geweld te beschermen. Het is de Algemene Vergadering van de VN geweest die aan de IGH om een uitspraak (advies) heeft gevraagd. De vraag is waarom afscheidingen in andere delen van de wereld niet ter discussie worden gesteld. Bijvoorbeeld het hek dat Marokko gebouwd heeft op grondgebied van de Westelijke Sahara. Of de afscheiding door het gebied waarop zowel Jemen als Saoedi-Arabië aanspraak maken. Het antwoord is eenvoudig. Daar heeft men geen politiek belang bij. Binnen de Algemene Vergadering is er een sterke anti-Israël houding. Deze opstelling van de VN draagt niet bij aan de bevordering van het vredesproces. Integendeel, het wordt alleen maar moeilijker gemaakt.
Rechtsstaat
Verder beschrijft De Blois in zijn boek dat Israël de enige democratische rechtsstaat in het Midden-Oosten is. De omringende Arabische landen zijn geen rechtsstaten. Daar worden mensenrechten met voeten getreden. Gemakkelijk wordt vergeten dat Israël acties moet ondernemen om zijn burgers te beschermen tegen aanvallen. Sinds de bouw van de veiligheidsbarrière is het aantal aanslagen vanuit de Westelijke Jordaanoever drastisch afgenomen. Vanuit de Gazastrook wordt Israël echter nog steeds voortdurend beschoten met raketten. Daar hoor je bijna niemand over. Israël is omgeven door landen en fundamentalistische stromingen die het bestaansrecht van het land niet erkennen. De Blois laat ons duidelijk zien dat Israël een staat in oorlog is.
4.
EO Visie - 15 mei 2010 ==>>
3.
EO Radio
- 27 maart 2010
Radio 5 - Andries Radio over: Israël, een staat ter discussie?...
Dr. Matthijs de Blois schreef een boek met als titel: 'Israel: een staat ter discussie'. In dit boek wordt de staat Israel vanuit het internationaal recht bekeken. Medeuitgever van het boek is 'Christenen voor Israël', waarvan Roger van Oordt directeur is. Andries Knevel praat met Matthijs de Blois en Roger van Oordt.
2.
Reformatorisch Dagblad
- 22 februari 2010 -
www.refdag.nl
Boek over Israël eenzijdig belicht
Reactie van dr. Matthijs de Blois
De weergave van de inhoud en presentatie van het boek ”Israël: een staat ter discussie?” (RD van 12 februari)
[zie onder] is eenzijdig en tendentieus, meent dr. Matthijs de Blois, die het boek heeft geschreven.
De wijze waarop Kees Hulsman mijn boek bespreekt en verslag doet van de door Christenen voor Israël georganiseerde presentatie is zozeer het Reformatorisch Dagblad onwaardig dat ik mij genoodzaakt voel om te reageren. De weergave van de inhoud van mijn boek is zeer selectief en soms onjuist.
Mijn betoog gaat over de internationaalrechtelijke positie van Israël. Daarvoor zijn de Balfourverklaring uit 1917 en het mandaat van de Volkenbond uit 1922 essentieel. Dat mandaat is uniek, aangezien het de politieke rechten van het Joodse volk erkent, een volk dat indertijd nog maar zeer ten dele in het gebied gevestigd was.
Het verwijt van Hulsman dat ik geen aandacht besteed aan de zogenaamde McMahoncorrespondentie, met daarin toezeggingen aan Arabieren, gaat niet op. Het is zeer de vraag of deze correspondentie betrekking had op het geografische gebied Palestina – volgens McMahon, de Britse hoge commissaris in Egypte niet–, terwijl de juridische betekenis ervan onduidelijk is.
Het punt is slechts relevant in het kader van de kritiek op de staat Israël die we regelmatig uit het kamp van mensen zoals oud-premier Van Agt horen. Kennelijk sluit Hulsman zich daarbij aan.
Dat blijkt ook uit zijn suggestieve opmerkingen ten aanzien van de demografische samenstelling van de bevolking in het mandaatgebied Palestina. Tijdens de presentatie heb ik gerefereerd aan het historische feit dat de ontwikkeling van Israël door de zionistische pioniers vestiging van Arabieren heeft bevorderd. Ik heb niet gezegd of geschreven dat er geen Arabieren woonden in het mandaatgebied, al waren de aantallen bij de komst van de zionisten niet zo groot, terwijl ook de bevolking van Jeruzalem halverwege de 19e eeuw in meerderheid uit Joden bestond. De verwijzing van Hulsman naar Ottomaanse belastingregisters uit de 16e (!) eeuw is niet echt ter zake.
De uitweidingen van Hulsman leiden ertoe dat hij geen ruimte heeft kunnen vinden voor het weergeven van andere belangrijke thema’s in mijn boek. Zo gaat hij niet in op mijn kritiek op de miskenning door het Internationaal Gerechtshof van het in het internationaal recht verankerde recht op zelfverdediging van Israël. Ook besteedt hij geen aandacht aan de door mij besproken toepassing van het humanitair recht door Israël in de strijd met terroristische organisaties, die van de schending van dat recht hun tactiek hebben gemaakt.
Ook aan het interessante betoog van de tweede inleider (prof. Grünfeld) tijdens de presentatie van mijn boek besteedt Hulsman alleen maar aandacht voorzover dat in zijn straatje past.
Het is te betreuren dat de lezers van het RD het moeten doen met een zo eenzijdige benadering van mijn boek en van het symposium waarop dit werd gepresenteerd.
De auteur is universitair hoofddocent bij de afdeling rechtstheorie aan de Universiteit Utrecht.
1.
Reformatorisch Dagblad
- 12 februari 2010 - www.refdag.nl
"VN en hof niet objectief over Israël”
Boekrecensie door Kees Hulsman
De uitspraak van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag over de afscheidingsbarrière tussen Israël en de Westoever in 2004 was politiek gekleurd, stelt dr. M. de Blois.
DEN HAAG – De uitspraak van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag over de afscheidingsbarrière tussen Israël en de Westoever in 2004 was politiek gekleurd. Dat stelt dr. M. de Blois, universitair docent rechtstheorie aan de Universiteit Utrecht, in zijn boek ”Israël: een staat ter discussie?”
Het boek van De Blois beschrijft de juridische achtergronden van het ontstaan van de staat Israël, het verloop van de grenzen, de bouw van de omstreden afscheidingsbarrière en de mensenrechtensituatie.
Volgens De Blois was het strafhof als gevolg van een gekleurde politieke bril niet in staat een eenvoudige verdragsbepaling te lezen. De rode draad in zijn boek is dat internationaal recht en politieke overtuigingen niet gescheiden kunnen worden. Over internationale verdragen wordt door staten uitvoerig onderhandeld. Organen als de VN zijn politieke organen en VN-resoluties zijn adviezen en derhalve niet-bindend, aldus De Blois.
Internationale verdragen zijn alleen dan bindend als staten deze verdragen hebben geratificeerd, maar dat heeft Israël juist bij veel verdragen niet gedaan. De conclusie is dat de discussie over het Israelisch-Palestijnse conflict sterk politiek en ideologisch gekleurd is.
Dat geldt dan uiteraard ook het boek van De Blois zelf. Hij beweert dat „de vestiging van grote groepen Arabieren in Palestina van betrekkelijk recente datum is, dat wil zeggen van na de komst van de zionistische pioniers” (pag. 75). Die bewering sluit aan bij de veelgehoorde zionistische claim op een land zonder volk voor een volk zonder land. Het is duidelijk dat De Blois de veranderingen in de demografische ontwikkelingen in de afgelopen eeuwen niet heeft bestudeerd. De Duitse onderzoeker Hutteroth laat in een studie naar 16e-eeuwse Ottomaanse belastingregisters zien dat Palestina voluit Arabisch was. Ook 17e-, 18e- en 19e-eeuwse verslagen van reizigers bevestigen dat.
De Blois schrijft wel over de Balfour verklaring van 1917, waarin de Joden een nationaal tehuis wordt beloofd, maar noemt niet de McMahon correspondentie uit dezelfde tijd, waarin Arabieren beloftes krijgen die op gespannen voet staan met de Balfourverklaring. De Blois vond dit niet nodig omdat het Britse mandaat alleen naar de Balfourverklaring verwijst en niet naar de aan de Arabieren gedane beloftes.
De Blois meent dat de grenzen van 1948 tot 1967 wapen stilstandsgrenzen waren en geen definitieve grenzen. Daarom heeft Israël volgens De Blois sterke argumenten voor een soevereiniteitsclaim op het hele voormalige mandaatgebied. Dat daarbij door de jaren heen veel Palestijns land is onteigend, komt niet ter sprake.
Rechtswetenschapper dr. Fred Grünfeld liet tijdens de presentatie van het boek, gisteren in Den Haag, weten dat hij De Blois’ uiteenzetting over het Israëlische nederzettingenbeleid vindt getuigen van een gebrek aan kritiek. De visie van De Blois lijkt hierbij het meest aan te sluiten bij die van Israëlische revisionisten die weinig geven om uitspraken van de VN en andere internationale organen. Dat is geen positie die helpt bij vredesbesprekingen met de Palestijnen, maar dat is een vraag waar De Blois zich niet mee bezig heeft gehouden, zei hij desgevraagd.
|