|
www.vergadering.nu Recensie-index www.vergadering.nu 1 RECENSIE
1. Friesch Dagblad - 15 augustus 2003 - www.frieschdagblad.nl/ Werk C.S. Lewis opnieuw uitgegeven
Lewis (1898-1963) werkte een kleine tien jaar aan de trilogie. Het eerste deel verscheen in 1938 onder de titel Out of the silent planet . In 1943 verscheen Perelandra (later werd de titel veranderd in Voyage to Venus ). In de tussenliggende vijf jaar publiceerde Lewis maar liefst zes andersoortige boeken, waaronder het bekende Brieven uit de hel (1942). In 1945 verscheen als derde deel van de ruimte-trilogie het boek That hideous strength . Naderhand bundelde Lewis de drie boeken onder de overkoepelende titel The Cosmic Trilogy. Veelzeggend is de ondertitel bij één van de ruimte-boeken: sprookje voor volwassenen. Lewis mag zo nu en dan heel kinderlijk en op de wijze van het sprookje de zaken benaderen - net als in zijn Narnia-verhalen - intussen heeft hij steeds ook een volwassen lezerspubliek op het oog. Dat geldt zeker ook voor Malacandra. Er worden in dit boek heel wat gesprekken gevoerd die vragen om een volwassen begrip; sommige zijn tamelijk rationeel en zelfs wat ‘bedacht’ en daardoor onnatuurlijk. Een recensent van het Britse dagblad The Observer maakte in 1943 bij de verschijning van Perelandra de opmerking dat Lewis meer Jules Verne en minder Thomas van Aquino zou moeten lezen. De betreffende recensent heeft hier een punt te pakken, ook voor wat betreft Malacandra. Maar het is niet alleen een keuze van Lewis geweest om theologisch getint proza te schrijven - hij wilde altíjd graag belangrijke inzichten beargumenteren en doorgeven. Vermoedelijk heeft het ook te maken met zijn creatieve vermogen. Als fictieschrijver had hij zich in 1938, toen hij Malacandra publiceerde, ongetwijfeld nog niet volledig ontwikkeld. Het pure en onmiddellijk overtuigende van de zeven Narnia-sprookjes, die in de periode 1950-1956 verschenen, steekt positief af bij de soms wat houterige boodschap van Malacandra. Het verhaal van Malacandra is avontuurlijk en spanningsvol. Elwin Ransom maakt een wandeltocht en belandt toevallig op het terrein van een tweetal criminelen: Devine en Weston. Hoewel een van hen een hoogleraar blijkt te zijn, zijn hun bedoelingen met Ransom macaber. Ze willen hem opofferen aan buitenaardse wezens. Ransom beseft dit niet meteen. Pas als hij geruime tijd in een ruimteschip zit dat op weg is naar Mars, begrijpt hij stukje bij beetje de bedoelingen van de twee ontvoerders. Tijdens een vorig bezoek aan Mars ontmoetten Devine en Weston de wonderlijke bewoners van de planeet, die een mens eisten. Het waarom daarvan is Ransom niet duidelijk, maar hij is er natuurlijk niet erg blij mee. Als ze uiteindelijk aankomen op Malacandra, verschijnen de vreemde wezens en Ransom kiest het hazenpad. Hij weet te ontsnappen en komt terecht bij andersoortige wezens die kennelijk ook op Mars wonen. Tegenstelling Langzamerhand ontdekt hij dat deze wezens niet kwaadaardig zijn. Hij leert hun taal en gewoonten. Ook komt hij meer te weten over de andere wezens die op Mars wonen en over hun verhouding tot hun godheid. De drie soorten wezens op Malacandra worden geregeerd door Oyarsa, die weer luistert naar de goddelijke Maleldil. Op Ransoms vraag waar Maleldil woont, antwoordt men hem: bij de Oude. Vanzelfsprekend valt hier wel wat te herkennen voor de christelijke lezers. Al snel is duidelijk dat de samenleving van Malacandra een grote tegenstelling vormt met de wereld die Ransom kent. De bewoners van Malacandra gaan op een goede manier met elkaar om, vergoddelijken noch hun bezit, noch hun begeerte. Als Ransom vraagt of de ene soort wezens wel eens strijd voert tegen de andere, begrijpt men in de verste verte niet wat hij bedoelt. De wereld van Malacandra blijkt de aarde en haar bewoners een spiegel voor te houden. Lewis loopt hier het gevaar af te glijden naar moralisme - hij glijdt inderdaad soms uit. De gedachtegangen zijn hier en daar erg geconstrueerd. Anderzijds biedt hij in deze verhaalvorm tal van interessante bespiegelingen, die hun kracht nog niet hebben verloren. Als de twee schurken aan het slot van het boek voor Oyarsa staan, houdt deze hen voor dat zij door twee zaken worden gedreven: door angst en door begeerte. Uit de passage wordt duidelijk dat volgens Lewis menselijke instinctieve neigingen, zoals begeerte, aangestuurd moeten worden door een goede wil, door een keuze voor het humane. Dat zegt Weston en Devine echter niets en daarom beoordeelt Oyarsa hun gedrag als dierlijk. Oyarsa en de bewoners van Malacandra denken vanuit waarden die de ‘humaniteit’ schragen. Het gaat dan om de zin en het doel van het bestaan en de intrinsieke waardigheid ervan. Voor de Malacandrieërs staat dat niet los van hun herkomst, van hun horigheid aan Oyarsa, Maleldil en de Oude. Weston en Devine zijn helemaal losgeraakt van hun Schepper en hun streven past precies in het plaatje dat de seculiere denker Freud gaf van het menselijke bestaan: liefde/begeerte en dood/angst. Weston krijgt op het moment dat hij voor Oyarsa staat de gelegenheid zijn verhaal te doen. Wat was de reden voor hem om naar Malacandra te komen? In zijn betoog blijkt het Darwinisme richtinggevend te zijn. Het gaat hem om het leven, dat zich tot steeds hogere vormen ontwikkelt. De lagere vormen worden onder de voet gelopen en dat is prima. Geen medelijden of mededogen! Vandaar ook dat de gehele ‘bevolking’ van Malacandra verdwijnen moet om aan de mens meer leefruimte te geven. Dat woord ‘levensruimte’ is opmerkelijk. Juist in die tijd - eind jaren dertig - verkondigde Hitler dat het Duitse volk Lebensraum nodig had en dat daarom het Slavische ras teruggejaagd moest worden tot achter de rivier de Oeral; ook de nazi-leer laat zich goed verstaan vanuit bepaalde Darwiniaanse uitgangspunten. Bespiegelend Lewis zou er in de loop van zijn schrijverscarričre beter in slagen om het beschouwelijke op een vloeiende manier te verbinden met het creatieve. Toch hebben vele van zijn fictieve boeken een sterk bespiegelend karakter, zoals De grote scheiding en Het wordend aangezicht . Alleen de Narnia-sprookjes lijken daarop een uitzondering te zijn. |