|
www.vergadering.nu Recensie-index www.vergadering.nu
4
RECENSIES
Brieven | Biografie | Narniasprookjes | Ruimtetrilogie |
Varensporen | Verrast | Diversen
| Meer C.S.Lewis...
Thulcandra
Confrontatie op aarde
door C. S. Lewis
vert. Arend Smilde
uitg. Kok, Kampen, 2006; ISBN 978 90 435 0583 3; 320 blz.; € 19,50 Dit boek bestellen...
Dit laatste deel in de Ransom-trilogie speelt zich af op aarde, in en rond een oud Engels stadje met een kleine universiteit. De pasgetrouwde Mark Studdock is een jonge, ambitieuze socioloog. Hij meent een gouden kans te krijgen als hem een baan wordt aangeboden bij het N.I.C.E, maar dit futuristische wetenschappelijke instituut blijkt duistere bedoelingen te hebben met de mensheid - en met Mark.
Zijn vrouw Jane heeft ondertussen angstaanjagende dromen en wendt zich tot een psychologe. Deze blijkt te begoren tot een zonderlinge groep onder leiding van dr. Elwin Ransom, de man die ooit naar Mars en Venus reisde.
Zo belanden Mark en Jane in twee kampen, die zich voorbereiden op een een cofrontatie die het lot van de mensheid zal bepalen. Beide partijen roepen zeer vreemdsoortige hulp in. Als die dan nog komt ook, is Ransom, die al zo veel heeft meegemaakt, de enige die zich niet werkelijk hoeft te verbazen...
Perelandra
Een reis naar Venus
door C. S. Lewis
vert. Arend Smilde
uitg. Kok, Kampen, 2006; ISBN 978 90 435 0583 3; 320 blz.; € 19,95 Dit boek bestellen...
Perelandra is het vervolg op Malacandra, waarin dr. Elwin Ransom werd ontvoerd door twee ruimtevaarders en meegenomen naar de planeet Malacandra (Mars). Nu wordt hij ontboden naar Perelandra (Venus). Die planeet blijkt een nog jonge eilendenwereld te zijn bewoond door slechts twee mensen: een koning en koningin die in een paradijselijke toestand leven, gehoorzaam aan de Heer van het heelal.
Niet lang nadat Ransom aankomt op Perelandra, arriveert ook Weston, Ransoms tegenstander op Malacandra. Met zijn komst krijgt het kwaad toegang tot de nog ongerepte planeet. West probeert in urenlange gesprekken de koningin tot ongehoorzaamheid te verleiden. Als hij daarin zal slagen, zal deze wereld - net als de aarde - verloren zijn. Kan een tweede zondeval worden voorkomen?
Malacandra
Ver van de Zwijgende Planeet
door C. S. Lewis
vert. Arend Smilde
uitg. Kok, Kampen, 2002; ISBN 90 435 0408 4; 244 blz.; € 19,95 Dit boek bestellen...
Dr. Elwin Ransom, een taalkundige uit Cambridge, ontmoet tijdens een
wandelvakantie zijn oude klasgenoot Devine en diens geleerde vriend
Weston. Ransom ruikt onraad, wil ontsnappen, wordt overmeesterd - en wordt
wakker als gevangene aan boord van een ruimteschip met bestemming
Malacandra (Mars).
Het doel van de reis wordt hem gaandeweg duidelijk. Weston heeft
idealistische maar zeer bedenkelijke motieven; Devine hoopt alleen maar
rijk te worden. Zij hebben uit hun eerdere contact met de bewoners van
Malacandra begrepen dat er goud te krijgen is - in ruil voor een menselijk
slachtoffer.
Ransom besluit zich niet zonder slag of stoot te laten offeren. Na
aankomst weet hij aan zijn ontvoerders te ontsnappen, en hij vlucht de
vreemde wereld in. Maar is Malacandra wel zo vijandig als hij dacht?
Meer...
4.
Nederlands Dagblad - 27 maart 2009 - www.nd.nl
Sciencefiction van C.S. Lewis
Malacandra. Ver van de Zwijgende Planeet
C.S. Lewis (vert. Arend Smilde).
Uitg. Kok, Kampen 2002. 243 blz. € 19,95
Perelandra. Een reis naar Venus
C.S. Lewis (vert. Arend Smilde).
Uitg. Kok, Kampen 2006. 319 blz. € 19,95
Thulcandra. Confrontatie op aarde
C.S. Lewis (vert. Arend Smilde).
Uitg. Kok, Kampen 2008. 558 blz. € 24,90
Recensie door Gert van de Wege
Van oudsher hebben schrijvers gefantaseerd over onbekende landen die bewoond zijn door onbekende wezens. Volgens C.S. Lewis is sciencefiction een eigentijdse loot aan de eeuwenoude stam van fantasieverhalen. De drie boeken die Lewis zelf aan het genre bijdroeg, zijn door Arend Smilde opnieuw (en voor het eerst onverkort) vertaald.
Sprookjesvertellers hoefden maar een eindweegs het bos in te gaan of ze kwamen heksen, reuzen en feeën tegen. Jonathan Swift moest Gulliver een aanmerkelijk verdere reis laten maken voor hij de Houyhnhnms kon ontmoeten. Hoe meer kennis van de geografie, des te verder de schrijvers het zoeken moesten. Het is daarom, aldus C.S. Lewis in zijn essay ‘On Science Fiction’, niet meer dan logisch dat auteurs in de moderne tijd de sprong in de ruimte hebben gemaakt. Als de hele wereld beschreven is, zoekt de verbeelding buiten de wereld haar terrein.
Lewis zelf werd bekend door zijn verhalen over Narnia, verhalen die zich afspelen in een werkelijkheid die wat tijd en ruimte betreft onverbonden is met de onze. Zijn sciencefictiontrilogie (ook wel: ruimtetrilogie of, juister Ransomtrilogie) speelt zich wel in ons universum af. In Malacandra en Perelandra bevindt de hoofdpersoon, Elwin Ransom, een filoloog uit Cambridge, zich op de planeten Mars en Venus. In het laatste deel van de trilogie, Thulcandra, verplaatst het strijdtoneel zich naar de aarde.
De interplanetaire sprong wordt niet voor niets gemaakt. Lewis hield niet van sciencefiction waarin zich op een verre planeet een gewoon liefdes- of spionageverhaal ontvouwt. De exotische setting moet iets wezenlijks bijdragen aan het verhaal. Op Malacandra (Mars) ontmoet Ransom wezens die een lange geschiedenis achter de rug hebben, maar geen zondeval. Op Perelandra (Venus) komt hij in een prille wereld terecht, waar de duivel, in de gedaante van een mens, een poging doet een zondeval te bewerkstelligen. De strijd die Lewis beschrijft, is die tussen goed en kwaad, tussen God en duivel. Anders dan in veel moderne fictie staat niet de psychologie van zijn personages centraal. Sommige personages staan duidelijk voor een idee; het karakter van Ransom is zeker niet buitengewoon markant.
Christelijke mythologie
Voor deze trilogie ontwierp Lewis een christelijke mythologie, waarbij hij ruimschoots gebruik maakte van zijn kennis van oude auteurs. Een geschrift van de twaalfde-eeuwse platonist Bernardus Silvestris leverde hem de Oyéresu (enkelvoud Oyarsa): een soort aartsengelen, bestuurders van de naar hen genoemde planeten. In Thulcandra, in menig opzicht het bontste van de drie boeken, is ook de traditie van de Arthurverhalen van belang.
De lezer wordt blootgesteld aan een spervuur van ideeën, die vaak prettig haaks staan op de idées reçues van de moderne tijd. Veel van deze ideeën zijn te traceren in Lewis’ boek The Discarded Image (1964). Daarin legt hij uit hoe het middeleeuwse model van de werkelijkheid in elkaar zit, ter inleiding op de literatuur uit die periode. Ook wie meer van het wereldbeeld in de Ransomtrilogie wil begrijpen, doet er goed aan dat boek te lezen.
Spannend zijn de boeken ook. Het instituut dat in Thulcandra een belangrijke rol speelt, levert zelfs horrorelementen: een hoofd (van een misdadige wetenschapper) dat kunstmatig in leven wordt gehouden en als medium voor de slechte eldila (eldila zijn engelen) fungeert. Mark Studdock, socioloog met een sterke behoefte ‘erbij te horen’ en een van de hoofdpersonen van deze roman, komt in een beklemmende schijnwereld terecht als hij gevangene van het instituut wordt. De manier waarop Lewis de Babylonische spraakverwarring in het instituut beschrijft, is dan weer een element dat in de buurt komt van de slapstick – misschien wel in de trant van het lachen van de Almachtige in Psalm 2.
In Malacandra wordt Ransom naar Mars ontvoerd door een geldwolf en een wetenschapper die de ruimte exploreert omwille van ‘het voortbestaan van de mensheid’. Als Ransom zich in het ruimteschip bevindt, waar hij zich koestert in het zonlicht, beseft hij hoezeer hij beïnvloed is door het idee dat de ruimte zwart is, koud en leeg. ,,(…) nu leek het woord ‘Ruimte’ een belediging voor de hemelse oceaan van straling waarin zij zwommen. Hij kon dit geen ‘dood’ noemen; ieder moment vloeide hem hieruit leven toe. (…) Onvruchtbaarheid had hij verwacht daar waar hij nu zag dat de wereldmoederschoot was’’. Het is, aldus Ransom, beter om met oude denkers over ‘de hemelen’ te spreken.
Aardse ellende
Indrukwekkend is het moment dat hij op Malacandra een gebeeldhouwde afbeelding van het zonnestelsel ziet. Op elk van de planeten is een vlammende figuur afgebeeld: de Oyarsa van de planeet. Als hij de aarde ziet, stokken zijn gedachten. ,,Het balletje was er; maar waar de vlammende figuur had moeten zijn, daar zat een diep en onregelmatig uitgehakte verzinking, alsof deze figuur was verwijderd.’’ Het is ook voor de lezer confronterend om vanuit dit perspectief de aardse ellende te zien: de uitgehakte figuur is de gevallen Oyarsa van de aarde, Lucifer.
Perelandra valt op door de (wellicht al te) uitvoerige beschrijvingen van het landschap op de planeet, waarin drijvende eilanden het opvallendste element zijn. De wetenschapper die in Malacandra ook al zo belangrijk was, wordt hier een medium voor de duivel. De manier waarop hij de Perelandrische Eva probeert te verleiden steekt Vondels Adam in ballingschap naar de kroon. ,,Er is misschien een verbod waarvan Hij (de Heer) wil dat jij het overtreedt,’’ zegt hij tegen de vrouw. Hij weet de vrouw bijna zover te krijgen dat ze zondigt. Het is ongelooflijk dat het Lewis lukt om te laten zien hoe het kwaad wortel zou kunnen schieten in een goed, onbedorven wezen.
Later in de roman – de ‘Onmens’ waarin de wetenschapper was veranderd is dan gedood door Ransom – bevindt Ransom zich in het gezelschap van de Oyéresu van Malacandra en Perelandra en de Perelandrische Adam en Eva, die nu Koning en Koningin van de planeet zijn. Aan Ransom wordt verteld dat de Zwarte Oyarsa van Thulcandra (de aarde) zijn prooi ontnomen zal worden. Bij, zoals Ransom het denkt te moeten noemen, het einde der tijden, dat echter in werkelijkheid een begin is. De Koning reageert zelfs: ,,Ik noem dit niet een begin, maar slechts het verhelpen van een valse start zodat de wereld dan beginnen kan.’’ Men zegt wel eens dat het goed is om de dingen sub specie aeternitatis te bezien; misschien is dit er een voorbeeld van.
Goodwill
In Thulcandra zijn ideeën uit Lewis’ boek De afschaffing van de mens te herkennen. In dat boek legt Lewis uit dat de macht van de mens over de natuur een macht van bepaalde mensen blijkt te zijn, uitgeoefend over andere mensen met de natuur als instrument. Het eerdergenoemde instituut heeft quasiverheven ideeën (misdadigers moeten niet meer gestraft worden maar ‘genezen’) maar het is de machtswil van de Boze die onder deze dekmantel actief is. In de strijd tegen het instituut roept Lewis zelfs Merlijn, de tovenaar in de Arthurverhalen, uit zijn graf.
Arend Smilde, die de romans ruim van aantekeningen voorzag, schrijft in zijn nawoord dat Lewis in dit boek zijn schrijflust niet meer de baas lijkt te zijn, het is ,,een uit de hand gelopen onderneming’’; anderzijds noemt Smilde het boek ,,voortreffelijk geschreven’’ en ,,een fraaie compositie’’. Lewis harkt zoveel ongelijksoortige elementen bij elkaar dat het resultaat wel enige goodwill van de lezer vraagt.
Zijn Malacandra, Perelandra en Thulcandra gelezen en is die goodwill opgebracht, dan kan alsnog de conclusie worden getrokken dat Lewis de sprong in de hemelen niet vergeefs heeft gemaakt. ’s Lezers geest blijkt te zijn gestoffeerd met personages, taferelen en ideeën die in de volle betekenis van het woord verrijkend zijn te noemen.
De Ransomtrilogie
titels en vertalingen
• Malacandra (2002): oorspronkelijk Out of the Silent Planet (1938); eerder vertaald als Ver van de zwijgende planeet (1960).
• Perelandra (2006): oorspronkelijk Perelandra (1943), ook verschenen als Voyage to Venus (1953); eerder vertaald als Reis naar Venus (1961).
• Thulcandra (2008): oorspronkelijk That Hideous Strength (1945), door Lewis bekort en toen verschenen als The Tortured Planet (1946) maar later weer als That Hideous Strength (1955); deze bekorte versie is eerder vertaald als De binnenste cirkel (1981).
3.
Reformatorisch Dagblad - 10
januari 2007 - www.refdag.nl
C.S. Lewis laat lezers over de rand van de wereld naar de eeuwigheid kijken
Goed en kwaad op de planeet Venus
C.S. Lewis was een duizendpoot. Groot wetenschapper, begaafd stilist, beroemd apologeet van het christelijk geloof. Behalve de kinderboekenserie "De kronieken van Narnia” miljoenen exemplaren verkocht schreef hij romans en gedichten, maar die vormen een nogal onderbelichte kant van zijn werk. Niettemin verscheen onlangs het tweede deel van zijn sciencefictiontrilogie in een nieuwe
Nederlandse vertaling: "Perelandra'.
Enny de Bruijn
Wie onvoorbereid aan 'Terelandra' begint, wandelt waarschijnlijk al gauw in raadselen. Al op de eerste pagina schakelt, de schrijver van een heidelandschap bij Worchester moeiteloos over op "een wereld die zestig miljoen kilometer van Londen verwijderd" is, de planeet Mars, geregeerd door een machtig schepsel, de "Oyarsa van Malacandra" ' De hoofdpersoon van het verhaal, Ransom, heeft daar kennelijk in het verleden een bezoek gebracht zie het eerste deel van de serie, "Malacandra" en de dag waarop dit nieuwe verhaal begint, maakt hij zich op voor avonturen op een andere planeet: Perelandra, de planeet die wij Venus noemen.
Zo'n begin vraagt nogal wat van het vertrouwen en de verbeeldingskracht van de lezer. Een nuchtere realist voor wie een verhaal vooral "waarschijnlijk" of Ievensecht moet zijn kan beter niet aan Lewis' romans beginnen. En een lezer die hecht aan actie of romantiek volgens het recept van de meeste christelijke ontspanningslectuur al evenmin. Maar wie houdt van fantastische verhalen, wie geboeid is door Lewis' gedachtegoed of zich wil laten meeslepen door zijn originele beschouwingen over goed en kwaad, het wezen van de schepping, God en mens, duivelen en engelen, man en vrouw die kan in "Perelandra" zijn hart ophalen.
Hemelhoepel
Van de verhalen van C.S. Lewis (1898-1963) kun je altijd zonder enige achtergrondinformatie genieten. Toch voegt het iets toe als je om te beginnen iets weet over zijn denkbeelden en de bronnen waaruit hij putte. En dat betreft in dit geval dan niet alleen zijn christelijke ideeën over “goed en kwaad als sleutel tot het heelal”, maar ook de kennis die hij als literatuurhistoricus meebracht.
Daarvoor hoef je alleen maar zijn laatste boekje, "The Discarded Image" (1964) te lezen, waarin hij een prachtig beeld schetst van het middeleeuwse denken. Wetenschappelijk en geleerd, maar tegelijkertijd geschreven door een meesterhand, bevlogen, beeldend en uiterst toegankelijk. Niet voor niets is "The Discarded Image” tientallen keren herdrukt en nog altijd verplichte kost voor literatuurstudenten.
Middeleeuwers, vertelt Lewis, leven in een harmonieus universum, vol van licht en geluid, waarin de sterren aan de hemelkoepel schitteren en de planeten hun vaste banen gaan, elk door een eigen engel bestuurd een universum waarin slechts het middelpunt, de aarde, in duisternis verzonken ligt.
Moderne mensen kijken, als ze naar de hemel opzien, in een vage, eindeloze verte, in een onmetelijke, ijskoude duisternis. Maar middeleeuwers zien een machtig, immens bouwwerk, waarvan slechts het hart, de mensenwereld, is aangevreten door het kwaad. Buiten de sfeer van de aarde echter heeft de duivel geen macht daarom getuigt alles in het bovenmaanse nog van de oorspronkelijke scheppingsharmonie.
Toegegeven, dat schitterende middeleeuwse model had één gebrek: het kwam niet overeen met de werkelijkheid. Maar, zegt Lewis, dat besef moet ons vooral bescheiden maken ten opzichte van onze eigen wetenschappelijke modellen en theorieën.
We moeten trouwens ook voorzichtig zijn met mythologie af te doen als onzin. Juist in mythen worden vaak diepe inzichten bewaard, scherven van een wijsheid die onze rationele eeuw is kwijtgeraakt. Waarom hebben onze verre voorouders zich Mars als een man in krijgsuitrusting voorgesteld, en Venus als een vrouw, geboren uit de zee? Daaruit spreekt een intuïtie waarmee wij sinds lang het contact verloren hebben, al vangen volgens Vergilius zelfs de verre generaties nog een zuchtje ervan op.
Gevallen engel
Vanuit die inzichten vallen de dingen in "Perelandra" op hun plaats. In de wereld van deze fraai vertaalde roman worden de planeten Malacandra en Perelandra bestuurd door "Oyarsa's" dat
moeten dus wel de machtige engelen zijn die volgens het middeleeuwse wereldbeeld de planeten sturen in hun hemelse dans. Daar, ver weg van de aarde, bestaat geen kwaad. Slechts de Oyarsa van de aarde is immers in de duisternis gevallen en heeft zijn hele wereld met zich meegesleurd inclusief de mensheid, die er vrijwillig voor gekozen heeft hem te volgen.
En daar begint dan het verhaal van "Perelandra', want de gevallen engel van de aarde wil niets liever dan ook de planeet Venus in de zonde meetrekken. Zodoende strijden in Lewis' roman twee vertegenwoordigers van de mensheid een gelovige christen en een atheïstische wetenschapper om de ziel van de pasgeschapen Venusbewoners.
Pagina na pagina ontvouwt zich het verhaal, vol verrassende inzichten, vol diepe gedachten. De influisteringen van de dienaar van de boze "Er is misschien een verbod waarvan Hij wil dat jij het overtreedt" worden afgewisseld met de wanhopige pogingen van Ransom om de ramp te voorkomen.
Maar uiteindelijk zijn het niet de mensen die de strijd voeren, het zijn ook niet de mensen die winnen of verliezen. Zij spelen slechts hun rol, maar de werkelijke beslissing wordt elders genomen. Toch handelt Ransom in het duizelingwekkende besef dat niets zijn eigen verdienste is, en dat tegelijkertijd alles afhangt van de keuzes die hij maakt: "Eén steen kan de loop van een rivier bepalen. Hij was die steen, op dit vreselijke moment, een moment dat middelpunt van het heelal geworden was.”
Onafwendbaar
Ransom weet dat de dingen van hem afhangen, hij weet ook wat hij moet doen, maar blijft machteloos tegenstribbelen: "Het sprak vanzelf dat de strijd met de duivel een geestelijke strijd inhield... Het denkbeeld van een fysiek gevecht was goed voor wilden. Was het maar zo eenvoudig.” Maar de duidelijkheid van Gods antwoord laat hem geen keus: “Er veranderde niets aan zijn angst en schaamte en liefde of aan zijn argumenten. Het vooruitzicht werd niet meer en niet minder angstaanjagend. Het enige verschil was dat hij wist bijna alsof het een historisch gegeven betrof dat hij het ging doen. ( ... ) De strijd was gestreden, maar een moment van overwinning leek er niet te zijn geweest. Desgewenst kon je zeggen dat het vermogen tot kiezen opzij geschoven was om plaats te maken voor een onafwendbaar lot."
Dat is Lewis op z'n best, schrijvend over het grootste geheim van het bestaan: de paradox waarin de onveranderlijkheid van Gods eeuwige besluit samengaat met de verantwoordelijkheid van de mens. Hij geeft zijn lezers als geen ander een vermoeden van de werkelijkheid achter de zichtbare dingen, hij laat ze over de rand van dit bestaan kijken, verder dan ze zelf kunnen zien. "Niemand heeft ogen die daar heel ver voorbij kunnen zien; er zijn heel veel ogen die verder zien dan de mijne", schrijft Lewis in "Onversneden christendom". Maar hij onderschat zichzelf. Hij kijkt verder dan de meeste schrijvers kunnen.
2.
CV-Koers - februari 2003
De actualiteit van C.S.
Lewis' ruimte-trilogie
Door
een grote diversiteit aan boeken is C.S. Lewis een bekend christen geworden.
Hij schreef meditatieve, apologetische en verhalende boeken. Van die laatste
categorie werden de sprookjes over het land van Narnia erg geliefd bij een
wereldwijd publiek. Minder bekend bleef Lewis' ruimte-trilogie, waarin hij
een compleet alternatieve wereld creëert.
Uitgeverij Kok werkt momenteel aan een geheel
nieuwe editie van de drie boeken tellende reeks. De vorige vertalingen
blijken niet meer te voldoen. Arend Smilde vertaalde al diverse boeken van
Lewis en neemt ook de ruimte-trilogie voor zijn rekening. Deel een is nu
verschenen en kreeg de titel Malacandra - ver van de zwijgende planeet.
Lewis (1898-1963) werkte een kleine tien jaar aan de trilogie. Het eerste
deel verscheen in 1938 onder de titel Out of the silent planet. In
1943 verscheen Perelandra (later werd de titel veranderd in Voyage
to Venus). In de tussenliggende vijf jaar publiceerde Lewis maar
liefst zes andersoortige boeken, waaronder het bekende Brieven uit de
hel (1942). In 1945 verscheen als derde deel van de ruimte-trilogie
het boek That hideous strenght. Naderhand bundelde Lewis de drie
boeken onder de overkoepelende titel The Cosmic Trilogy.
Volwassenen
Veelzeggend is de ondertitel bij één van de ruimte-boeken: een 'sprookje
voor volwassenen'. Lewis mag zo nu en dan heel kinderlijk de zaken
benaderen - zoals in zijn Narnia-sprookjes - maar intussen heeft hij
steeds ook volwassenen op het oog. Dat geldt zeker voor het zojuist
verschenen Malacandra. Er worden heel wat gesprekken gevoerd die
vragen om een volwassen begrip; sommige zijn tamelijk rationeel zijn en
soms zelfs wat 'bedacht'. Dat is niet alleen een keuze van Lewis geweest,
ik vermoed dat het ook te maken heeft met zijn creatieve vermogen. Als
fictieschrijver had hij zich in 1938 ongetwijfeld nog niet volledig
ontwikkeld. Het pure en onmiddellijk overtuigende van de Narnia-sprookjes
steekt af bij de soms wat houterige boodschap van Malacandra. In
1938 haalde Lewis als fictieschrijver nog niet het niveau van 1950, toen
zijn eerste Narnia-boek verscheen. De verdieping van Lewis' inzichten
hebben vermoedelijk alles te maken met de ontwikkeling van zijn geloof.
Hij kwam pas in 1931 tot bekering. De latere Narnia-verhalen getuigen van
een dieper besef van het christelijk geloof dan zijn eerste publicaties op
het terrein van de fictie, hoewel je niet kunt zeggen dat hij in de
Narnia-sprookjes met allerlei nieuwe dingen op de proppen kwam.
Waarschijnlijk hebben Lewis' creatieve vermogens en zijn geloofsinzichten
zich in toenemende mate op elkaar afgestemd in de jaren veertig, zodat hij
in 1950 fictieverhaal kon leveren dat onmiddellijk overtuigend was en op
fundamenteel niveau verbonden bleek met het hart van het christelijk
geloof.
Spiegel
Het verhaal van Malacandra is avontuurlijk en spanningsvol. Elwin
Ransom maakt een wandeltocht en belandt toevallig op het terrein van een
tweetal criminelen: Devine en Weston. Hoewel een van hen een hoogleraar
blijkt te zijn, zijn hun bedoelingen met Ransom macaber. Ze willen hem
opofferen aan buitenaardse wezens. Ransom beseft dit niet meteen. Pas als
hij geruime tijd in een ruimteschip zit dat op weg is naar Mars, begrijpt
hij stukje bij beetje de bedoelingen van de twee ontvoerders. Tijdens een
vorig bezoek aan Mars ontmoetten Devine en Weston de wonderlijke bewoners
van de planeet en zij eisten een mens. Het waarom daarvan is Ransom niet
duidelijk, maar hij is er natuurlijk niet erg blij mee. Als ze
uiteindelijk aankomen op Malacandra verschijnen de vreemde wezens en
Ransom kiest het hazenpad. Hij weet te ontsnappen en komt terecht bij
andersoortige wezens die kennelijk ook op Mars wonen. Langzamerhand
ontdekt hij dat deze wezens niet kwaadaardig zijn en hij leert hun taal.
Ook komt hij meer te weten over de andere wezens die op Mars wonen en over
hun verhouding tot hun Schepper. De drie soorten wezens op Malacandra
worden geregeerd door Oyarsa, die weer luistert naar de goddelijke
Maleldil. Op Ransoms vraag waar Maleldil woont, antwoordt men hem: bij de
Oude. Vanzelfsprekend valt hier wel wat te herkennen voor de christelijke
lezers.
Al snel is duidelijk dat de samenleving van Malacandra een grote
tegenstelling vormt met de wereld die Ransom kent. De bewoners van
Malacandra gaan op een goede manier met elkaar om, vergoddelijken noch hun
bezit, noch hun begeerte. Als Ransom vraagt of de ene soort wezens weleens
strijd voert tegen de andere, begrijpt men in de verste verte niet wat hij
bedoelt. De wereld van Malacandra blijkt de aarde en haar bewoners een
spiegel voor te houden - zó was het bedoeld.
Lewis loopt hier het gevaar af te glijden naar moralisme - hij glijdt
inderdaad soms uit. De gedachtegangen zijn hier en daar erg geconstrueerd.
Anderzijds biedt Lewis in deze verhaalvorm tal van interessante
bespiegelingen, die hun kracht nog niet hebben verloren. Als de twee
schurken aan het slot van het boek voor Oyarsa staan, houdt deze hen voor
dat zij door twee zaken worden gemotiveerd: door angst en door begeerte.
Uit de passage wordt duidelijk dat Lewis dit als instincten beschouwt, die
aangestuurd moeten worden door een goede wil, door een keuze voor humane.
Dat zegt Weston en Devine echter niets en daarom beoordeelt Oyarsa hun
gedrag als dierlijk. Oyarsa en de bewoners van Malacandra denken vanuit
waarden die de 'humaniteit' schragen. Het gaat dan om de zin en het doel
van het bestaan en de instrinsieke waardigheid ervan. Voor de Malacandrieërs
staat dat niet los van hun herkomst, van hun horigheid aan Oyarsa,
Maleldil en de Oude. Weston en Devine zijn helemaal losgeraakt van hun
Schepper en hun streven past precies in het plaatje dat de seculiere
denker Freud gaf van het menselijke bestaan: liefde/begeerte en
dood/angst.
Darwinisme
Weston krijgt op het moment dat hij voor Oyarsa staat de gelegenheid zijn
verhaal te doen. Wat was de reden voor hem om naar Malacandra te komen? In
zijn betoog blijkt het Darwinisme richtinggevend te zijn. Het gaat hem om
het leven, dat zich tot steeds hogere vormen ontwikkelt. De lagere vormen
worden onder de voet gelopen en dat is prima. Geen medelijden of
mededogen! Vandaar ook dat de gehele 'bevolking' van Malacandra verdwijnen
moet om aan de mens meer leefruimte te geven. Het is opmerkelijk dat juist
in die tijd - eind jaren dertig - Hitler verkondigde dat het Duitse volk 'Lebensraum'
nodig had en dat daarom het slavische ras teruggejaagd moest worden tot
achter de rivier de Oeral; ook de nazi-leer laat zich goed verstaan vanuit
een Darwiniaanse optiek.
Malacandra is beslist tijdbetrokken, maar niet op zeer expliciete
wijze. Nergens krijg je de indruk te maken te hebben met een boek dat 65
jaar oud is. De opvattingen van Weston over het recht van de sterkste kun
je nog steeds aantreffen en Oyarsa's oordeel over de begeerte en de angst
van slechte mensen is nog steeds actueel. Het valt dus niet moeilijk om
Lewis zijn moralisme te vergeven en dit boek veel lezers toe te wensen.
N.a.v. Malacandra - ver van de zwijgende planeet. Roman door C.S. Lewis.,
Uitg. Kok, Kampen 2002, 248 blz. € 16,50
1.
Reformatorisch Dagblad - 9
november 1998 - www.refdag.nl
Titel: Ruimte-trilogie: Ver van de zwijgende planeet, Reis naar Venus, De binnenste cirkel
Uitgeverij: Oosterbaan & Le Cointre
Reformatorisch Dagblad
Recensie door A. L. Smilde - 9 november 1998
Hoogstandjes van schrijfkunst in "omgekeerde" sciencefictiontrilogie
De fantaserende mens in mij is ouder
De drie sciencefictionboeken van C.S. Lewis zijn in Nederlandse vertaling beschikbaar, maar ze
zijn betrekkelijk onbekend en misschien ook onbemind. Ze zijn veel meer aandacht waard.
In Nederland verschenen de eerste twee delen rond 1960 en het derde volgde twintig jaar later. Ze
leiden nu al vele jaren een schimmig boekhandelsbestaan onder de gemeenschappelijke titel "Ruimte-trilogie"
en worden kennelijk nooit op doortastende wijze in of zelfs maar uit de handel genomen. Elk van de
drie delen heeft een andere vertaler; de kwaliteit van het vertaalwerk komt nooit boven het matige
uit en zit soms ver daaronder. De omslagillustraties, ontleend aan een van de vele Amerikaanse
pocketedities, hebben beschamend weinig verband met de inhoud en doen nog het meest denken aan een
slecht getekend stripverhaal.
In deze omstandigheden ligt het niet voor de hand dat iemand die wel eens wat van C. S. Lewis wil
lezen, het eerst naar de sciencefictiontrilogie zal grijpen. En wie al veel van hem gelezen heeft,
zal er misschien nog steeds niet naar grijpen. Zolang je ze niet leest, lijken deze boeken
-sciencefiction, wie leest dat nou?- een vreemd en zelfs een beetje gênant verschijnsel in het
werk van een voorname christelijke auteur.
In feite behoren ze tot het beste wat hij geschreven heeft. Je hoeft geen liefhebber van Lewis te
zijn om (als je ze leest) te zien dat hier heel bijzondere hoogstandjes van schrijfkunst worden
geleverd. Bovendien behoren deze boeken tot zijn meest karakteristieke werk. Een zo sterke
concentratie en tegelijk zo grote overvloed van typische Lewis-beelden en -gedachten kom je
nergens anders tegen.
"Fantaserende mens"
Er zijn ook wel zogenaamde externe gegevens, dingen die je buiten de boeken zelf om te weten kunt
komen, die erop wijzen dat ze beslist geen "vergissing" van Lewis zijn. Het eerste
sciencefictionboek, "Out of The Silent Planet" (1938), was in zeker opzicht zijn
schrijversdebuut. Het was zijn eerste boek dat voor een groot en algemeen lezerspubliek was
bedoeld. En zo'n publiek bereikte het inderdaad.
Zijn volgende populaire boek schreef Lewis op verzoek van een uitgever en was een theologische
verhandeling: "The Problem of Pain" (1940). Dit boek was het begin van een zeer drukke
periode in zijn leven, want hiermee verwierf hij zich een snel groeiende bekendheid als schrijver
en spreker over het christelijk geloof. Zijn academische werk aan het Magdalen College in Oxford
ging inmiddels gewoon door. De drang om een vervolg op "Out of the Silent Planet" te
schrijven moet groot geweest zijn, want hoewel niemand hem ertoe aanspoorde en terwijl de overige
werkdruk alleen maar toenam, verscheen in 1943 "Perelandra", het tweede
sciencefictionverhaal en wellicht het hoogtepunt van de reeks. Nog datzelfde jaar voltooide Lewis
het derde deel, dikker dan de twee voorgaande delen samen: "That Hideous Strength". Dit
verscheen in 1945. Lewis gaf maar zelden beschouwingen over zichzelf of over zijn werk. Een van de
keren dat hij dat wel deed, in een brief van eind 1954, schreef hij het volgende. Mijn
gepubliceerde werk, zei hij, is een verschrikkelijk allegaartje, maar er is één rode draad:
"De fantaserende mens in mij is ouder, heeft een permanentere werking, en is in die zin
fundamenteler dan de religieuze auteur of de literatuurcriticus". Dan verklaart hij alle
verschillende onderdelen van zijn werk als direct of indirect uitvloeisel van die
"fantaserende mens", dat wil zeggen: van zijn rijke verbeelding.
De meest directe uitvloeisels daarvan waren natuurlijk de Narnia-verhalen -de sprookjesachtige
reeks van zeven kinderboeken, juist voltooid toen Lewis de genoemde brief schreef- en de
sciencefictiontrilogie. Veel van zijn lezers vinden de Narnia-reeks zijn beste werk, maar zo sprak
hij er zelf nooit over. Zijn beste boek (tot 1956, want toen kreeg "Till We Have Faces"
deze status) was volgens hem "Perelandra".
"Out of the Silent Planet"
Het schrijven van zijn eerste sciencefictionboek had als directe aanleiding echter niet zijn
neiging tot fantaseren. Lewis was in aanraking gekomen met een soort geloof in wetenschap en
technische vooruitgang dat hem zorgen baarde, en dat vooral tot uitdrukking kwam in de
sciencefictionliteratuur. Het was hem opgevallen dat sommige mensen hun hoop voor de toekomst
serieus vestigden op de kans dat 'de mens' in staat zal zijn om naar een andere planeet te
verhuizen, mocht de aarde eens onbewoonbaar worden. Het 'voortbestaan van de mensheid' zou daar
dan immers van afhangen. In fantasieverhalen over kosmische veroveringsoorlogen werd de mens bijna
zonder uitzondering voorgesteld als de partij die het recht aan haar kant heeft. De bewoners van
andere planeten waren steevast boosaardige of weerzinwekkende wezens, die als het ware vroegen om
onderwerping of uitroeiing.
Lewis achtte dit soort toekomstbeelden niet erg realistisch. Toch waren ze volgens hem een
gevaarlijke rivaal voor het christelijk geloof, en ook meer in het algemeen voor een goede kijk op
mens en wereld. Als mensen geen hoger ideaal hadden dan een collectief 'voortbestaan', en als ze
juist in verband met dat ideaal zichzelf zagen als de voortreffelijkste wezens van het heelal, dan
vond Lewis dit een zotte en gevaarlijke toestand. Hij wilde er wel eens zijn stem tegen verheffen.
Met deze bedoeling schreef hij "Out of the Silent Planet".
Antiheld
Het resultaat was dan ook een soort 'omgekeerde' sciencefiction. De figuur die in een normaal
voorbeeld van dit genre de held van het verhaal zou zijn -de dankzij wetenschap en techniek
onverslaanbare pionier der mensheid, alle gevaren trotserend in dienst van de buitenaardse
expansie- wordt hier in zijn hemd gezet. Dit zou je het hoofdthema van het verhaal kunnen noemen,
zeker gezien het verklaarde doel dat Lewis ermee had.
Maar op die manier is het boek toch te negatief gekarakteriseerd. Het verhaal speelt zich af op de
planeet Mars, en de beeldende beschrijvingen van het landschap, de vegetatie en de Mars-bewoners
zullen op veel lezers een blijvender indruk maken dan de lotgevallen van Weston, de antiheld. In
de ogen van Mars-bewoners is trouwens de hele planeet aarde een soort antiheld van het
zonnestelsel. De aarde noemen ze "de Zwijgende Planeet", want het is de enige planeet
waarmee ze nooit contact hebben. We komen ook iets over de oorzaak daarvan te weten. In feite
geeft C. S. Lewis dan een fantasie ten beste over de plaats die het christelijke geschiedbeeld
(schepping, zondeval, verlossing en wederkomst) zou kunnen hebben in een groter kosmisch geheel.
Het verhaal loopt intussen steeds als een trein; en sommige Mars-bewoners -onder wie een paar
griezelige- worden zo sympathiek beschreven dat de lezer net zo veel van ze gaat houden als van de
aardigste figuren uit gewone, realistische romans.
Dit eerste boek werd veelvuldig en lovend gerecenseerd. Maar bijna niet één recensent scheen te
beseffen hoezeer de fantasie van Lewis gevoed was door christelijke geloofsvoorstellingen. Lewis
vond dit zowel vermakelijk als bedroevend. Hij zag het als een nuttige wenk voor evangelisten.
Verpak je boodschap in een verhaal en die boodschap gaat er weer in als koek!
"Perelandra"
Zelf schreef hij verhalen meestal niet volgens dit recept. Een verhaal diende volgens hem
allereerst goed te zijn als verhaal. En bij hem, zo liet hij wel eens weten, begon een verhaal
altijd met een beeld in zijn gedachten. Het eerste Narnia-boek ontstond uit het beeld van een faun
die met een paraplu en met pakjes onder zijn arm door de sneeuw loopt, en "Perelandra"
begon met het beeld van drijvende eilanden op een oceaan. Het was voor Lewis dan zaak dat hij zo'n
beeld een plaats en betekenis gaf in een groter geheel - wat erop neerkwam dat hij een verhaal
verzon. Een 'bedoeling' of boodschap in zijn boeken, zo zei hij, ontstond als bijproduct van zijn
fantasie en van zijn schrijflust.
Hoe dat ook zij, het blijft een raadsel hoe iemand een boek als "Perelandra" kan
schrijven, en dat in een razend drukke periode van zijn leven. "Perelandra" is de
planeet Venus (het boek kreeg later de titel "Voyage to Venus"). Het grootste deel van
deze planeet is oceaan - met hier en daar dus die drijvende eilanden. Net als Mars is ook Venus
een planeet waar geen zondeval heeft plaatsgevonden. Het verschil met Mars is dat op Venus de
schepping, althans de schepping van redelijke wezens, nog maar betrekkelijk kortgeleden heeft
plaatsgevonden. Op Mars was het leven veel ouder dan op aarde. Het aantal redelijke wezens
(mensvormig maar groen van kleur) is op Venus vooralsnog niet groter dan twee - een vrouw en een
man.
De vrouw speelt van die twee de grootste rol in het boek. Het is namelijk een vrije hervertelling
van Genesis 3, het verhaal van de zondeval - en wel zó vrij dat het hier, anders dan in Genesis,
allemaal goed afloopt. De twee aardse hoofdpersonen zijn dezelfde als in het vorige boek: Weston
en zijn tegenspeler Ransom. Zij vechten, en vechten ten slotte letterlijk en lijfelijk, om de ziel
van de Groene Vrouw. Een van de meest verbijsterende dingen in dit boek is het vermogen van Lewis
om zich de gedachten en de conversatie voor te stellen van een volkomen onbedorven wezen (wat dat
ook mag zijn!), haar balanceren op de drempel naar kennis van goed en kwaad. Hij vond dit zelf ook
geen sinecure. "Misschien ben ik wel met iets onmogelijks begonnen", zei hij in een
brief, toen hij deze hoofdstukken aan het schrijven was. "Deze vrouw moet eigenschappen in
zich verenigen die door de Zondeval elkaars tegenpolen zijn geworden. (...) Maar het is al de
moeite waard als er maar een fractie van onder woorden te brengen is".
De beschrijving van deze planeet zal op de meeste lezers nog meer indruk maken dan die van de
planeet Mars. Dat wil zeggen: de beschrijving van de gedeeltes waar de verhalen zich afspelen.
Want Lewis houdt het besef levendig dat die andere planeten, net als de onze, weer allerlei
'werelden op zichzelf' bevatten en dat we met de meeste daarvan niets te maken hebben. Inmiddels
zien en horen we wel details zoals het knappen van de luchtblaasjes in het rode zeewier waarin
Ransom zich vastgrijpt wanneer hij zijn eerste drijvende eiland beklimt, en zien we andere
eilanden over de toppen van de grote oceaangolven verschijnen en verdwijnen. We zien ook hoe
Ransom in deze omstandigheden opnieuw leert lopen. Aan het slot zijn we getuige van de plechtige
viering van het feit dat het kwaad niet heeft gezegevierd. De Amerikaanse filosoof en Thomas van
Aquino-kenner Peter Kreeft vond dit slotstuk, toen hij het voor het eerst las, "too good to
be true".
"That Hideous Strength"
Een van de vele merkwaardige dingen aan het derde en laatste deel, "That Hideous Strength",
is dat je het onmogelijk een goed boek kunt noemen en toch even onmogelijk een slecht boek. Géén
goed boek is het doordat Lewis hier -al zit het verhaal wel goed in elkaar- zijn schrijflust niet
meer lijkt te kunnen beheersen. De werkelijkheid zal wel zijn dat hij nog veel meer ideeën had
dan hij in het boek gebruikt heeft; maar het wekt niettemin de indruk dat hij niets heeft kunnen
schrappen. In 1946 zorgde hij op verzoek van een Amerikaanse uitgever voor een verkorte versie; in
het Engels wordt deze nu niet meer uitgegeven, maar het is wel de versie die in het Nederlands is
vertaald.
Wie de smaak ervan te pakken heeft gekregen, zal de 'onbeheerstheid' van dit boek overigens niet
betreuren. Laat het een 'mislukt' boek zijn, zoals vaak is gezegd - toch is het geen slecht boek,
want bijna elke passage op zichzelf is voorbeeldig goed geschreven. De hier aangeboden hoeveelheid
leesplezier is enorm, en ook de variatie. Het bevat een paar van de gruwelijkste en een paar van
de meest humoristische passages die Lewis ooit geschreven heeft. Ook waagde hij zich hier
bijvoorbeeld aan een beschrijving van de tovenaar Merlijn, die uit een sluimering van anderhalf
millennium wordt gewekt en gelukkig Latijn blijkt te kennen, en van het bewustzijn van een bruine
beer die uit gevangenschap ontsnapt en dan weer gevangen wordt genomen. ("De geuren hier
waren, al met al, veelbelovend. Hij nam waar dat er eten in de buurt was en -opwindender nog- een
vrouwelijke soortgenoot".)
Of dit boek ook begonnen is met een beeld in Lewis' gedachten, is niet bekend. Zo ja, dan was het
misschien het beeld van een afgesneden mensenhoofd dat met veel technisch vernuft in leven wordt
gehouden. Zo'n hoofd speelt een grote rol in het verhaal, en al twintig jaar eerder was Lewis eens
van plan geweest er samen met een vriend een toneelstuk over te schrijven.
Hoe bizar ook, dit is het enige verhaal van Lewis dat zich gewoon op aarde (in Engeland) en in het
heden afspeelt, of althans in een nabije toekomst. De 'boodschap' van het boek is ook niet
geheimzinnig. In het voorwoord wijst Lewis erop dat deze boodschap ook te vinden is in zijn boekje
"The Abolition of Man" (geschreven in hetzelfde jaar, 1943).
Polemiek met Haldane
Iemand die deze aanwijzing in de wind sloeg was J. B. S. Haldane, een beroemde pionier van de
biochemie. In 1946 schreef Haldane een zeer kritische bespreking van de sciencefictiontrilogie.
Voor de literaire kwaliteit had hij de hoogste lof; hij vergeleek Lewis met Milton en Dante, en
verder met H. G. Wells en Olaf Stapledon, dat wil zeggen het betere soort
sciencefictionschrijvers. Maar het beeld dat Lewis gaf van de moderne wetenschap en haar
beoefenaars vond hij verwerpelijk en belachelijk - alsof het allemaal werk van de satan was, en
dat terwijl Lewis geen kaas gegeten had van welke exacte wetenschap dan ook.
Volgens Haldane maakte Lewis de wetenschap zwart omdat zij een belangrijke voorwaarde en een
belangrijk instrument is voor de mens die zijn lot in eigen hand neemt, de mens die de wereld zelf
durft te verbeteren in plaats van daarbij hulp van goede of boze geesten te verwachten. En Lewis
was natuurlijk (zo meende Haldane) een tegenstander van wereldverbetering, omdat hij bang was daar
zelf slechter van te worden. Voor Haldane was het een duidelijke zaak dat de mensheid wel degelijk
op eigen kracht vooruit kan komen. Een goed bewijs daarvan zag hij juist in zijn eigen tijd,
doordat "een zesde deel van de aardbol" bevrijd was uit de heerschappij van
"Mammon" (het kapitalisme). "En deze bevrijding was het werk van mensen, niet van
engelen", zo besloot Haldane zijn kritiek.
Lewis schreef hierop een weerwoord dat hij helaas niet voltooide en dus ook niet publiceerde. Dit
onvoltooide stuk verscheen pas (in de bundel "Of This and Other Worlds") toen hij en
Haldane beiden al niet meer leefden. Zijn voornaamste bezwaar was dat Haldane niet "The
Abolition of Man" gelezen had; als hij dat wel had gedaan, zou zijn kritiek op de
sciencefictiontrilogie misschien waardevol zijn geweest. Nu verliest Haldane zich in nogal
onzinnige beschuldigingen; en intussen verkondigt hij simpel de opvatting dat de mensheid op een
steeds hoger plan zal komen, zichzelf steeds verder zal veredelen, naarmate mensen hun lot in
eigen hand kunnen nemen.
Dat is nu precies de opvatting die Lewis bestrijdt. Volgens Lewis verliest de mensheid juist haar
menselijkheid, verdwijnt het verschil met dieren en wordt de mens als het ware afgeschaft,
naarmate mensen hun lot in eigen hand nemen - niet altijd en overal, maar wel vanaf een bepaald
moment. In "That Hideous Strength" (de titel is ontleend aan een oud gedicht over de
toren van Babel) beschrijft hij een gefantaseerd voorbeeld van zo'n moment, en in "The
Abolition of Man" werkt hij deze gedachte uit in de vorm van een betoog. Haldane had dat
betoog onder vuur moeten nemen. In plaats daarvan bestrijdt hij een roman die hij als
verdachtmaking opvat, en stelt daar weer verdachtmakingen tegenover.
Universele gedachten
Een beetje gelijk had Haldane misschien toch wel. Met wat kwade wil is het wellicht mogelijk de
sciencefictionboeken van Lewis te zien als een smeercampagne tegen 'de wetenschap'. In zijn
antwoord aan Haldane wees Lewis op een paar dingen in de trilogie waaruit volgens hem duidelijk
bleek dat dit niet zijn bedoeling was. Misschien had Haldane daar weer tegen in kunnen brengen dat
die dingen niet duidelijk genoeg waren.
Anderzijds is het ook weer niet zo moeilijk in te zien dat de betekenis van deze boeken
universeler is dan die van een aanklacht tegen tijdverschijnselen of actuele ontwikkelingen.
Natuurlijk draagt het werk van Lewis werk wel sporen van zijn tijd, de eerste helft van de
twintigste eeuw. Toch blijft het leesbaar en lezenswaardig. Dit is niet alleen een gevolg van zijn
grote schrijftalent. Het komt ook doordat zijn gedachten over God, mens en wereld ieder dood spoor
van tijdgebonden opwinding vermeden; ze hielden zich kennelijk het liefst -of zelfs 'automatisch'-
bezig met zaken van tijdloos, universeel belang. Zo maakt Lewis in zijn antwoord aan Haldane niet
eens woorden vuil aan de gedachte dat het communisme een hoopgevend verschijnsel zou zijn. Hij
legt alleen even uit waarom hij in alle omstandigheden tegen revoluties is.
Het tijdloze en universele karakter van zijn denken verklaart misschien nog iets. Goed beschouwd
is het heel begrijpelijk dat zijn schrijversgedachten al vroeg zo'n hoge vlucht namen, tot ver
buiten de dampkring van de aarde, het universum in. Want dat is een goede plaats voor universele
gedachten - en tevens voor een zo rijke fantasie als de zijne. Vandaar dat Lewis in de
sciencefictionboeken op zijn best is.
|