|
www.vergadering.nu Recensie-index www.vergadering.nu
|
Verklaar moslims de vrede
Christine A. Mallouhi
Uitgeverij: Medema en Ark-boeken, 2002,
320 pag., Prijs: ca € 17,90
Het boek 'Verklaar moslims de vrede', van Christine Mallouhi, is een
gezamenlijke uitgave van Uitgeverij Medema en ARK-boeken. Het boek werd gepresenteerd op
de CLK-beurs in de IJsselhallen in Zwolle
op zaterdag 21 september 2002. |
 |
9
RECENSIES
Profetisch Perspectief
Christenen voor Israël - februari
2003
Verklaar moslims de vrede
(Verklaar Israël de oorlog)
door drs. JAN VAN BARNEVELD
De uitgeverijen Ark Boeken en Medema hebben samen het boek 'Verklaar moslims de vrede' van de
Australische Christine Mallouhi uitgegeven. De ondertitel is van mij. De schrijfster is getrouwd met Mazhar Mallouhi, een Syrische christen, die zich liever een 'moslimvolgeling van
Jezus' noemt. Het echtpaar Mallouhi heeft jarenlang in verschillende Arabische landen gewoond. Christine is bevriend met mevrouw Soeha Arafat, de echtgenote van Yassir Arafat.
Het boek wil de 'echte islam' laten zien en geeft, naast veel persoonlijke ervaringen, informatie over de ramadan, de sluier, het vasten, het gebed en andere islamitische gebruiken. De schrijfster wil "de misverstanden tussen moslims en christenen overbruggen". Om moslims te kunnen bereiken moet eerst "het vijandbeeld worden afgebroken". Wij, de christenen en vooral Amerika, doen het al eeuwen verkeerd. Franciscus van Assisj is een voorbeeld hoe het wel moet. Vier boeiende hoofdstukken (van de totaal tien) gaan over deze bijzondere gelovige uit de 13e eeuw. Franciscus ging de 'vijand' tijdens de Kruistochten met vrede tegemoet.
Andere hoofdstukken vertellen over heel wat vredelievende, hartelijke, geïnteresseerde en ontwikkelde moslims. Het wereldwijde,
gruwelijke terrorisme en moslimgeweld worden nauwelijks genoemd of als marginaal terzijde geschoven.
Waarschijnlijk omdat veel aandacht geven aan al Queda, aan het Palestijnse terrorisme, aan de onderdrukking van christenen in moslimlanden, aan Soedan, terrorisme in Indonesië, Filipijnen en Rusland, aan aanslagen op synagogen en ook op kerken alleen maar het vijandbeeld bevordert. Nu is het waar dat er zeer veel goede en welwillende moslims zijn. Maar in de Tweede Wereldoorlog waren er ook goede Duitsers en tijdens de Inquisitie waren er goede Rooms Katholieken. Maar die goede Duitsers moesten wel meedoen met de nazi's en veel goede Rooms Katholieken stonden bij de brandstapels van de Joden en de protestanten. Veel van die goede moslims juichen bij elke geslaagde zelfmoordaanslag in Israël en 'genoten' op 11 september 2001 van de zelfmoordaanslag op de Twin
Towers.
Geschiedvervalsing
Hoofdstuk vier is een 'tussenhoofdstuk'. De titel is 'Het probleem Palestina'. Hier valt de schrijfster van haar geloof af. Het is een
oorlogsverklaring aan Israël en daardoor aan het Joodse volk. Een citaat laat zien hoe hier met leugens een vijandbeeld wordt gecreëerd: " ... in het moderne Israël heersen geweld en wreedheid zonder weerga... Zij is vele oorlogen begonnen, heeft steden beschoten. Soldaten hebben
kinderen doodgeschoten... Zij gaat door met etnische zuivering, bloedbaden en apartheidachtige discriminatie, arrestaties zonder aanklachten, onteigening van land, deportatie, martelingen, collectieve straffen... het afnemen van levensonderhoud, het platwalsen van huizen."
39 bladzijden geschiedvervalsing en Palestijnse en Arabische anti Joodse leugenverhalen. Bijna een antisemitisch schotschrift, overgeschreven uit pamfletten van Arafats ministerie van propaganda. Het is ondoenlijk al die leugens te weerleggen. Het verhaal over Jenin illustreert het lage waarheidsgehalte van de schrijfster wat Israël betreft: "Ooggetuigen uit Jenin beschrijven de recente Israëlische aanval op dit vluchtelingenkamp. Het zijn gebeurtenissen die wij kennen van Sabra en Shatilla en andere bloedbaden..."
Suggestief wordt de gruwelijke wraakactie van de Libanese 'christelijke' falangisten in een Palestijns vluchtelingenkamp Israël in de schoenen
geschoven. De VN, die altijd meteen klaarstaat om Israël te veroordelen, heeft geconstateerd dat de Palestijnse gruwelverhalen over Jenin onjuist waren. In dit boek wordt die leugenpropaganda weer als ooggetuigenverslagen
opgevoerd. Dit anti Israël schotschrift wekt latente antisemitische gevoelens in de trant van het Duitse 'De Joden zijn ons ongeluk'. Van al die leugens blijft altijd wel iets hangen.
Waarom toch dit hoofdstuk, dat in het kader van het boek overbodig is? Vrede verklaren aan de
moslims door een oorlogsverklaring aan Israël brengt alleen maar meer rampen en ellende.
Er zijn nog meer vragen. Vragen aan Medema die beter weet en toch een boek met zo'n anti-Joods hoofdstuk uitgeeft. Vragen
aan de heren Anne van der Bijl en Herman Takken, die enthousiaste aanbevelingen schrijven. Zij hadden zich moeten realiseren dat dit boek een zeer giftig hart heeft, verpakt in een zoet en heerlijk Arabisch christelijk stuk gebak. Zij maken zich waarschijnlijk onbedoeld en onbewust medeschuldig aan het voeden van het
angstig toenemende antisemitisme en staan daardoor zelfs het door hen beoogde doel, het bereiken van moslims met het Evangelie, in de
weg.
Christine Mallouhi: Verklaar moslims de vrede. Uitgave: Medema en Ark Boeken, Vaassen, 320 pagina, 49
€ 17,90.
Stichting Oost Europa Zending / Israël
Support - februari 2003
Boekbespreking door Matthias J. van der
Weide
Tekenen van de eindtijd
Lange tijd was op het Nederlandse christelijke erf een soort stilte waarneembaar tussen de groepen die sterk pro-Israël en die sterk pro-Arafat denken, maar nu doen zich nieuwe dingen voor die vragen om keuzes. Ik doel op de verschijning van het boek 'Verklaar moslims de vrede', waartegen inmiddels al door lsraëlvriend
Jan van Barneveld publiekelijk stelling is genomen. Jan is gespecialiseerd in het leggen van verband tussen de bijbelse profetie en de actuele geschiedenis van Israël en het jodendom.
Terwijl Jan met name scherp de opinies over de Palestijnse kwestie in hoofdstuk 4 van het boek aan de kaak stelt als
onterecht, onwaar en onbijbels, heb ik vooral gekeken naar het voorwoord, epiloog en de teneur van de overige inhoud. In deze kwestie kan volgens mij niemand meer afzijdig
blijven, omdat het hier ten diepste gaat om scheiding der geesten. En het gaat hier om zeer ingrijpende en schokkende tegenstellingen. Als
Johannes, de lievelingsapostel van Jezus, nadrukkelijk waarschuwt tegen valse geesten en dat zelfs anti-christenen en de Anti-christ uit het midden van de ware kerk zijn uitgegaan (1
Joh. 2:18) en ervan vervreemd, dan is het verstandig dat uitgevers eerst zorgvuldiger toetsen alvorens zo'n boek zomaar op de markt te brengen. Er is zo te zien geen enkele Israëlvriend geraadpleegd. lsraëlvrienden worden in dit boek dan ook afgeschilderd als 'misdadige' zionisten.
Vaak is in voorwoord en nawoord de bedoeling reeds duidelijk. De epiloogschrijver
meent hier indruk te moeten maken met een woordspel waarbij hij de 'goede strijd des geloofs' van Paulus in 2 Tim. 4:7,8 verwisselt met het Arabische woord voor 'djihaad', wat dan bij moslims dan wel 'heilige oorlog' mag
heten, maar in feite een vuile oorlog is vol zonde, bedrog en haat. In die trant staat het hele boek vol met bizarre uitspraken.
Enerzijds sentimenteel en schijnvroom, anderzijds met afschuwelijk leugenachtige aanklachten tegen joden en christenen die als terroristen worden afgeschilderd - terwijl zij zich slechts teweer hebben trachten te stellen tegen de als 'vredesduiven' afgeschilderde Palestijnse bevrijders - en worden Arafat en zijn inmiddels weggelopen vrouw afgeschilderd als twee gekooide tortelduifjes. Opmerkelijk is de frase waar schrijfster A. Mallouhi een vriendin kreten van afschuw laat slaken over
de Amerikaanse bommen op Bagdad in 1991, terwijl iedereen weet op wat voor afschuwelijke wijze Irakese troepen in Koeweit daarvoor maandenlang hadden geplunderd en verkracht (met hun Palestijnse handlangers samen). Toen de geallieerden hun actie tegen Bagdad niet
voortzetten, werden toch nog 200.000 tegenstanders van Saddam in korte tijd uitgeroeid. De oliebronnen van Koeweit werden in brand gestoken en het land geschaad in zijn natuurlijke bronnen.
De kennelijke bedoeling van schrijfster Mallouhi om vrede voor moslims te bewerkstelligen mist volledig doel, want met deze hoeveelheid onwaarheden en valse voorstellingen
van zaken schiet geen enkele moslim iets op. Wat een moslim hooguit in dit boek
ziet, is het gebruikelijk propagandistisch gebral van zijn onderdrukkers. Moslims zijn meer onder de indruk van een ferme houding van ware christenen.
De schrijfwijze van Mallouhi doet me denken aan de wijze waarop eertijds marxistische dominees en priesters probeerden het
wereldwijde, later door de mand gevallen communisme, als het 'ware' evangelie te propageren. Het sleutelwoord was het door Moskou uitgevonden woord 'mir', dat stond voor vrede, en nog altijd gebruikt wordt voor hun ruimteschepen. Mir was bij insiders bekend als de vrede die Moskou zich voorstelde door al haar opponenten uit te roeien.
Achter honingzoet woordgebruik, waarmee het boek van Mallouhi is doorspekt, schuilt een wereld van venijn, terreur en bedrog en hoogmoed tegen God zelf. Het werk van
Jezus wordt zo terzijde geschoven en zijn volgelingen zijn stumpers als ze de liefde Gods voor Israël menen in de praktijk te
moeten brengen. Het boek bevat zúlke merkwaardige tegenstellingen dat ik me afvraag of de hier en daar toch wel aandoenlijke uitspraken van de schrijfster worden afgewisseld door stukjes die door islamitische propagandisten zijn geschreven. Dat kan echter ook gelegen zijn in de geestelijke achtergrond van schrijfster. De gezindheid van
Jezus Christus komt mij uit dit boek niet tegemoet, en met een citaat uit de eerste brief aan Timótheüs wil ik mijn medechristenen waarschuwen tegen dit boek:
"0 Timótheüs, bewaar wat u is toevertrouwd, houd u buiten het bereik van de onheilige, holle klanken en de tegenstellingen der ten onrechte zo genoemde kennis. Sommigen, die woordvoerders daarvan
zijn, zijn het spoor des geloofs bijster geraakt. " (1 Tim. 6:20,21)
Een teken dus van de eindtijd. Anderen zagen recent in het neerstorten van de space
shuttle boven het plaatsje Palestine een waarschuwend teken van God aan het adres van Amerika en aan Sharon, om niet te spelen met Zijn bedoelingen
(Israëls veiligheid) en toch een Palestijnse staat toe te staan. lslamieten zagen in het incident een teken van Allah's wraak. Als we zo tekenen menen te
herkennen, dan vraag ik me af wat voor teken God zal gaan stellen in eigen
land, dat Israël na de vreselijke holocaust opnieuw in de kou laten staan, door te heulen en samen te spannen met hun moordenaars en verdrukkers.
Maar voor wie graag tekenen zien, wil ik vooral verwijzen naar de woorden van
Jezus, dat hun geen ander teken geldt dan het teken van JONA (Matt. 16:4), dat is dat Hij zelf na drie dagen uit het graf verrees en de dood versloeg. Dat is de enige hoop voor elke
aardbewoner, christenen en moslims incluis.
De Oogst - januari 2003
Recensie door drs. J van Barneveld
Verklaar moslims de vrede
De Australische Christine Mallouhi is getrouwd met de Syrische 'moslim-volgeling-van-Jezus' Mazhar Mallouhi. Het echtpaar heeft jarenlang in diverse Arabische landen gewoond, onder en met moslims geleefd. De echtgenote van Yasser Arafat, Souha Arafat, behoort tot haar vriendenkring.
Er zijn goede dingen te zeggen over haar boek. Zij stelt belangrijke zaken aan de orde: om moslims met het Evangelie te bereiken, moet eerst het eeuwenoude vijandsbeeld, dat o.a. door de kruistochten is ontstaan, worden afgebroken. Afkraken van de koran en van Mohammed werkt niets uit. Net als Franciscus van Assisi moeten we de moslims met de vrede en in de liefde Christus tegemoet treden. Die vier of vijf hoofdstukken over Franciscus en zijn ontmoeting met kalief Kaalim zijn zeer interessant.
Verder worden moslimgebruiken, zoals vasten, gebed, ramadan, de geloofsbelijdenis, jihad en de pelgrimsreis positief tegen het geloof van de schrijfster aangelegd en ook uitgelegd. In dit boek maken we kennis met een groot aantal vriendelijke, vredelievende, en zeer gelovige moslims.
De wijze waarop het bedreigende en momenteel bijna alomtegenwoordige moslimterrorisme als een randverschijnsel gebagatelliseerd wordt, komt op mij niet overtuigend over, maar is blijkbaar nodig om het vijandsbeeld af te vlakken. Als het ons maar niet in slaap sust!
Een predikant schreef mij over dit boek: "Het is een afschuwelijk, antisemitisch boek in een kleed van 'christelijke liefde', een boek dat veel kwaad kan doen." Waarom deze felle kritiek? Het gaat voornamelijk om hoofdstuk vier, 'Het Palestijnse probleem'. Dit hoofdstuk had overgeschreven kunnen zijn uit anti-Israël pamfletten van het Palestijnse ministerie van propaganda. Geschiedvervalsing, leugenverhalen, een felle
anti-Joodse toonzetting, kortom de Palestijnse visie op het conflict vindt u in dit anti-Israël schotschrift. In het licht van de doelstellingen van het boek is dit hoofdstuk niet eens functioneel. Het had gewoon weggelaten kunnen worden. Afgezien van een paar anti-Israël sneren in andere hoofdstukken zou het boek niet eens zo slecht zijn. Nu wordt
de 'vrede aan de moslims' verklaard door een oorlogsverklaring aan Israël en aan het joodse volk.
Om een vijandsbeeld tegen de moslims op te heffen moet blijkbaar een vijandsbeeld tegen de joden, dus antisemitisme worden opgewekt. Een zoet Arabisch-christelijk gebak met een giftige kern.
Waarom geven twee goede uitgeverijen, die toch beter moeten weten en de schijfster hadden kunnen adviseren hoofdstuk vier weg te laten, het boek uit? Vanwaar de aanbevelingen van de broeders Herman Takken en Anne van der Bijl? Zij kennen de Bijbel voldoende om te weten dat dergelijk anti-Israël gif niets bijdraagt aan het bereiken van onze moslimmedemens maar alleen maar ellende en narigheid brengt. Dit te moeten schrijven is voor mij een verdrietige plicht.
CV-Koers - januari 2003
DOOR AAD KAMSTEEG EN TJERK DE REUS
Christine Mallouhi
Verklaar moslims de vrede
Een van de grootste obstakels in conflicten is altijd onvermogen of onwil om in de schoenen van de ander te gaan staan. Slaagt men daar wel in, dan ontstaat vaak het nodige begrip. Helaas bekijken wij een crisis in de persoonlijke, kerkelijke of politieke sfeer alleen maar vanuit
ons eigen (beperkte) perspectief. Daarom zijn crises zo moeilijk tot een goed einde te brengen.
Christine Mallouhi heeft haar boek voornamelijk geschreven om ons ten aanzien van islam en Arabische moslims van deze waarheid te overtuigen. We gaan nu al zo'n 1400 jaar met elkaar om, schrijft zij, en nog steeds zijn beide partijen een gesloten boek voor elkaar. Dat lijkt me een actuele constatering. Want ook al volgen wij het conflict in het Midden-Oosten hoogstens via televisie of kranten, islamieten wonen tegenwoordig ook in onze eigen straat.
Mallouhi weet waarover zij het heeft als zij over moslims in het
Midden-Oosten schrijft. Afkomstig uit Australië woont zij al jarenlang in Libanon. Zij trouwde met een Syrische christen en ging deel uitmaken van een islamitische familie. Haar boek vult een gat in de markt, juist omdat Mallouhi oorlog en vrede in het Midden-Oosten en de botsing tussen moslims en christenen bekijkt vanuit het perspectief van mensen die voor u en mij toch
vooral 'de anderen' zijn. Dat de schrijfster dat doet vanuit een oprecht verlangen haar islamitische naaste in contact te brengen met
Jezus, de Messias en Vredevorst, geeft dit boek extra waarde. Mallouhi's inspirerende voorbeeld daarbij is Franciscus van Assisi, aan wie zij een interessant hoofdstuk wijdt.
In zijn Woord vooraf benadrukt Anne van de Bijl dat wij moeten bedenken dat moslims bereikbaar zijn en inzicht in de situatie van christenen in de moslimwereld essentieel is. De schrijfster zelf keert zich in dat verband tegen die christelijke zionisten die alles goedpraten wat Israël doet, en zo het leven van christelijke Palestijnen nog moeilijker maken dan het al is. Mallouhi geeft in dat verband veel nuttige informatie, bijvoorbeeld over de leer van de islam.
Dat alles neemt niet weg dat ik ook nogal wat vraagtekens heb. Ik denk dat Mallouhi er uitstekend in geslaagd is in de schoenen van islamitische Arabieren te staan. Maar is zij niet vervreemd van het denken van Israëlische joden en praat zij niet wat veel goed? De passages over de Taliban zijn oppervlakkig en haar beschrijving van de positie van de vrouw lijkt mij erg vergoelijkend. Het zijn slechts twee voorbeelden. Toch zou het zou erg jammer zijn als wij haar boek om die reden links laten liggen. (AK)
Christine A. Mallouhi: Verklaar moslims de vrede, Uitgeverij Medema (i.s. m. Ark Boeken),
Vaassen/Amsterdam 2002, 315 blz., € 17,90 (paperback)
Reformatorisch Dagblad - 25-9-2002
door Mr. Richard Donk
In het voetspoor van Franciscus
Christine Mallouhi roept christenen op moslims de vrede te verklaren
Titel: ”Verklaar moslims de vrede”
Auteur: Christine Mallouhi
Uitgeverij: Ark Boeken/Medema, Amsterdam/Vaassen, 2002
ISBN 90 338 18086
Pagina’s: 320
Prijs: € 24,90.

Ze vergelijkt zichzelf graag met Franciscus van Assisi, de monnik die ten tijde van de
kruistochten het Evangelie in het kamp van de mohammedaanse sultan verkondigde. Van Rabat tot
Damascus probeert de Australische Christine Mallouhi de bijbelse boodschap aan moslims uit te
dragen en islamieten en christenen dichter bij elkaar te brengen. „De beste manier om muren van
wantrouwen af te breken is de mens aan de andere kant persoonlijk te ontmoeten.”
Een van de eerste dingen die Christine Mallouhi vorige week tijdens haar korte verblijf in
Nederland deed, was een moskee bezoeken. Wat ze daar te horen kreeg was precies datgene wat
moslims over de hele wereld haar keer op keer vertellen. „Ze zijn in verlegenheid omdat ze in
hun ogen worden vertegenwoordigd door de slechtste elementen in de islam. Ze zeggen vaak tegen
mij: Waarom drukken ze in het Westen alleen de verhalen over die vreselijke mensen af? Het is
hetzelfde als je de Ku Klux Klan als voorbeeld neemt en vervolgens zegt dat alle Amerikanen zo
zijn.”
Aan die onjuiste beeldvorming bij zowel moslims als christenen probeert Christine Mallouhi al ruim
25 jaar iets te doen. Door verspreiding van lectuur, het organiseren van bijeenkomsten, maar ook
door simpelweg mensen die ze op straat tegenkomt bij haar thuis uit te nodigen. Samen met haar
echtgenoot Mazhar richtte zij de stichting al-Kalima op, een organisatie die de kloof van
misverstanden tussen moslims en christenen wil overbruggen door uitgave van Arabischtalige boeken
die het christelijk geloof op een op de islamitische cultuur toegesneden manier uitleggen.
Onloochenbare aandrang
In 1975 kwam Christine in de Arabische wereld terecht. In dat jaar vertrok ze naar een
zendingsziekenhuis in de Golfregio. Onderweg ontmoette zij haar toekomstige man, de christelijke
Syrische schrijver Mazhar Mallouhi. Na hun huwelijk woonden de Mallouhi’s onder andere in
Marokko, Egypte, Tunesië en Syrië. Tegenwoordig verblijven ze in Beiroet, waar ze hun geloof
onder Libanese moslims uitdragen.
„Ik was ergens in de twintig toen ik opeens zeker wist dat ik uit Australië weg moest naar
Arabische landen om mijn geloofsweg in Christus te gaan te midden van moslims”, zegt Christine
over haar drijfveer om haar geboortegrond te verlaten. „Ik had nog nooit een moslim gezien of
een Arabier. Er was geen logische verklaring voor deze onloochenbare aandrang om mijn leven door
te brengen in een eenzame woestijn - maar het was kennelijk van God.”
„Hij wilde dat ik mijn ervaring van Zijn liefde zou delen met moslims”, vervolgt Mallouhi.
„Daartoe heb ik geprobeerd te leven zoals geschreven staat: Hou je eigen wortels, maar wandel in
hún schoenen. Ik bad om een Arabische echtgenoot die aan zijn eigen volk het Evangelie zou kunnen
brengen. Door mijn huwelijk kwam ik in een moslimgezin terecht en daar probeerde ik het leven
vanuit hun gezichtspunt mee te maken.”
Gereedschap
Aanvankelijk stuitte Christine op veel weerstand en vooral op onbegrip. Niet alleen van islamieten
die niets van het christendom wilden weten, maar ook van christenen die zich volgens Mallouhi vaak
een totaal verkeerd beeld van moslims vormen. „Ik zou christenen meer gereedschap in handen
willen geven om de islam te begrijpen, zodat we minder hoeven te hameren.”
Om christenen een beter inzicht in de islam te bieden en het gevoel van argwaan en vijandigheid te
veranderen, schreef Christine Mallouhi het spraakmakende boek ”Verklaar moslims de vrede”, dat
zij afgelopen zaterdag presenteerde op de CLK-beurs in Zwolle en waarin zij op niet mis te
verstane wijze afrekent met westerse intolerantie en gebrek aan naastenliefde en uitstraling van
het geloof. „Moslims moeten Jezus zien, en de enige manier waarop ze Hem kunnen zien is als ze
Hem zien in ons.”
Onwetendheid is de belangrijkste oorzaak voor de negatieve houding die veel christenen ten
opzichte van de islam en moslims aannemen, stelt de 52-jarige Australische auteur. Die onkunde
leidt vaak tot angst. „We zijn bang voor alles wat anders is. De moslim ís ook vreemd: hij
draagt andere kleren; hij gedraagt zich anders dan wij. Vervolgens wordt ons ook nog eens verteld
dat hij onze vijand is, iemand voor wie we bang moeten zijn. Zo wordt een enorme muur
opgebouwd.”
Is het een christelijke houding om maar voetstoots aan te nemen wat ons is verteld en moslims
inderdaad als vijanden te beschouwen? vraagt Christine zich af. „Zelfs als de moslim inderdaad
een vijand is, strookt dat toch niet met de bijbelse opdracht om je vijanden lief te hebben en
degenen die je vervloeken te zegenen? Waarschijnlijk heeft die moslim in je straat jou nooit
vervloekt. Hij loopt alleen maar in jouw straat en ziet er vreemd uit. Dat maakt je van streek.”
Zoutend zout
Als christenen dienen we juist een ander geluid te laten horen, benadrukt Mallouhi. „We moeten
dat negatieve proces omkeren en eropuit trekken. We horen een zoutend zout in de samenleving te
zijn. Zegen je vijand; reik hem de hand. Hoe kun je iemand liefhebben van wie je niets weet en
voor wie je bang bent?
Wat is liefde eigenlijk? Als christenen spreken we het woord liefde vaak heel gemakkelijk uit. Het
betekent nogal wat om iemand lief te hebben die je niet eens kent. We hebben al moeite genoeg onze
familie en vrienden lief te hebben, laat staan een vreemdeling die aan de andere zijde van een
enorme culturele en religieuze kloof staat.”
Om die kloof te overbruggen, hoeven we vaak niet meer te doen dan gewoon op iemand af te stappen
en het gesprek aan te gaan, stelt Mallouhi. „Ga naar die vreemde persoon, die vijand toe. Stel
vragen. Wie ben je? Ben je wat de kranten over je zeggen? Ik wil graag dat je de kans krijgt zélf
te zeggen wie je bent. Wil je een kopje thee in mijn huis komen drinken?”
Dat lijkt heel makkelijk, maar het is in feite vreselijk moeilijk, erkent Christine. „Je moet
een enorme barrière overwinnen. Maar ze zullen je hoofd er niet voor afhakken of je voor het
vuurpeloton zetten. De ergste straf die je kunt krijgen is dat je beiden in verlegenheid wordt
gebracht. Omdat die persoon niet weet wat hij met je aanmoet.”
Zelf brengen de Mallouhi’s dit dagelijks in praktijk. Hun deur staat 24 uur per dag open voor
iedereen, ongeacht religieuze of politieke achtergrond - van Hezbollah-strijders tot Palestijnse
vluchtelingen. „We hebben al heel wat culturele en godsdienstige grenzen overschreden. We hebben
fundamentalistische sjeiks, baptistenpredikanten, katholieke priesters en nonnen, koptische
christenen, communisten, een Joodse rabbijn, aanhangers van de bahái en gewone westerlingen
zonder bepaalde godsdienstige betrokkenheid in onze vriendenkring.”
Vechtersmentaliteit
Voor haar missionaire activiteiten onder moslims laat Christine Mallouhi zich graag inspireren
door het leven van de bekende middeleeuwse monnik Franciscus van Assisi, wiens geschiedenis als
een rode draad door haar boek loopt. Toen christelijke heersers soldaten ronselden om tegen de
’Turken’ ten strijde te trekken, wandelde Franciscus het vijandelijke kamp in Egypte binnen om
het Evangelie aan de sultan, de aanvoerder van de islamitische legers, te brengen.
„Wat dat betreft is het woord van de Prediker nog even actueel: Er is niets nieuws onder de zon.
Ook vandaag de dag horen we overal om ons heen weer dat we de islam de oorlog moeten verklaren.
Het leven en de boodschap van Franciscus geven ons een alternatief voor de tegenwoordige
vechtersmentaliteit tegen de moslims. Het avontuur van Franciscus met de islam is een oproep de
wapens neer te leggen en de moslims met ons leven liefde en vrede te verklaren. Als moslims
wantrouwig tegenover onze geloofsbelijdenis staan, verward zijn door onze boodschap, verwond zijn
door onze oorlogsvoering, dan blijft alleen ons leven over als het meest geloofwaardige
getuigenis.”
Voor een dergelijke zelfopoffering moet vaak een hoge prijs worden betaald. Voordat Franciscus bij
de sultan werd gebracht, werd hij eerst in elkaar geslagen. Christine: „Zijn wij bereid ook de
minder plezierige kanten te accepteren als we besluiten Christus te volgen waar Hij ons ook leidt?
Het zal ons waarschijnlijk tegenstand opleveren van de mensen om ons heen en het zal ons in strijd
brengen met onze ware vijand, het eigen ik.”
Imagoprobleem
Hoewel Mallouhi in haar boek vooral christenen oproept zich voor moslims open te stellen, erkent
ze dat ook aan islamitische zijde veel onkunde en weerstand bestaat. Dat wordt voor een deel
veroorzaakt doordat moslims hun kennis over het christendom voornamelijk uit de koran halen,
waarin het christelijk geloof uitdrukkelijk als een dwaalleer wordt afgeschilderd. „Mijn
boodschap voor de moslims is dezelfde als die voor de christenen: We moeten allebei de hand
uitsteken. De titel van mijn boek had evengoed kunnen luiden: ”Verklaar christenen de vrede”.
We doen er binnen onze stichting ook heel veel aan om die bewustwording te vergroten.”
Behalve met een gebrek aan kennis over het christendom, worstelen de moslims volgens Christine ook
met een levensgroot imagoprobleem. „Er wordt in de westerse media over het algemeen een zeer
negatief beeld van moslims geschetst, puur omdat wij bang zijn voor de radicale elementen in de
islam.
Dat is uiteraard alleen maar verergerd door de aanslagen van 11 september. Zelfs na die vreselijke
gebeurtenissen zijn de Verenigde Staten nog niet zover gekomen om zich af te vragen waarom de
moslims aan hun deur staan en tegen hen schreeuwen. Ik probeer uiteraard op geen enkele manier te
rechtvaardigen wat Bin Laden en zijn bende hebben gedaan. Maar het probleem blijft dat het Westen
niet luistert naar de grieven van het Midden-Oosten.”
Eenzijdig
Hoewel Christine Mallouhi in haar boek terecht stelt dat de oplossing van het Israëlisch-Palestijnse
conflict een van de sleutels vormt tot overbrugging van de kloof tussen het Westen en de
islamitische wereld, benadert ze het probleem wel erg eenzijdig. Bijna veertig pagina’s wijdt de
Australische auteur aan de beschrijving van de erbarmelijke omstandigheden waarin de Palestijnen
moeten leven en de wandaden die de Israëlische "bezetter" in haar ogen bedrijft.
Palestijnse zelfmoordaanslagen ’rechtvaardigt’ Mallouhi met het argument dat de Palestijnse
kalasjnikovs geen partij voor de Israëlische tanks en gevechtsvliegtuigen vormen. "Ik heb de
Palestijnse kant van het verhaal belicht omdat zij de onderdrukten zijn en omdat hun stem nog
steeds niet wordt gehoord. Het is een wonder dat na vijftig jaar van ongelooflijke gruwelijkheden
die zich bijna dagelijks voordoen, de Palestijnen niet nóg gewelddadiger zijn."
Volgens Christine lijden de Palestijnse christenen het meest onder het Palestijns-Israëlische
conflict. In 1948 was tussen de 25 en 40 procent van de Palestijnen christen. Nu is dat minder dan
1 procent en zijn de christenen bijna onzichtbaar geworden. Westerse christelijke leiders hebben
letterlijk gezegd dat ze niet eens wisten dat er in het Midden-Oosten christenen bestaan. De
burgemeester van Bethlehem zei onlangs tegen me: Onze enige hoop op gerechtigheid is dat de
Amerikaanse christenen zich bewust worden van wat er met ons gebeurt en hun stem laten horen.
Nederlands Dagblad - 20 september 2002
Verklaar moslims de vrede
Christine A. Mallouhi
De uitgevers kondigen dit boek aan als een "spraakmakend boek dat de verhouding tussen
christenen en moslims belicht op een manier die bij veel Nederlandse lezers een schokeffect teweeg
zal brengen".
De van oorsprong Australische Mallouhi woont al jaren met haar Syrische echtgenoot in het
Midden-Oosten en maakt deel uit van een leefwereld met moslims en christenen. Mallouhi benadrukt
dat christenen hun hart moeten openen door naar moslims te luisteren en van hen te leren. Zo
ontstaat wederzijds vertrouwen, met mogelijkheden voor gesprekken op gelijkwaardig niveau.
Mallouhi laat zien hoe het is om als christen in een islamitische omgeving te leven. Daardoor
rekent ze af met de houding en vooroordelen van de 'beschaafde' westerse wereld. Volgens Anne van
der Bijl van Open Doors, schrijver van het woord vooraf, is dat nodig: "Hoe kunnen moslims
Christus ontmoeten als ze nooit iemand tegenkomen in wie Christus woont?"
Op de Hoogte - september 2002
Anne van der Bijl: 'Islam = I Sincerely Love All Muslims'
'Dit boek is een uitdaging, het schudt christenen wakker'
Christine Mallouhi, zelf met een christen uit een Syrische moslimfamilie getrouwd,
heeft in vele moslimlanden gewoond.
Haar boek verschijnt nu in het Nederlands met een voor- en nawoord van Anne van der Bijl.
Precies om zeven uur was Ismaïl daar in het hotel in Gaza. Hij droeg een witte kaftan en sandalen
zonder sokken. Dik zwart haar en een goed verzorgde baard omlijstten zijn ovale gezicht. Toen ik
hem de hand schudde, boorden zijn ogen zich in de mijne, alsof hij mijn ziel zocht. Ik stelde hem
voor aan mijn vrienden: een schrijver uit Amerika en een voorganger uit Bethlehem.
De reden voor deze bijeenkomst was dat ik wilde proberen een gesprek te regelen met het hoogste
leiderschap van de Islamitische Djihaad. Al tien jaar lang had ik contacten met Hamas-leiders. Ik
had naar ze geluisterd, geleerd over hun hoop, geloof en angsten, en had geprobeerd ze door mijn
leven en mijn woorden met de persoon van Jezus Christus bekend te maken.
Natuurlijk besefte ik dat Hamas de vijand van Israël is. Ik was me de terreurdaden waarvoor zij
de 'eer' opeisten terdege bewust. Meer dan eens ben ik ervan beschuldigd anti-Israël te zijn
omdat ik vrienden had onder zijn terroristische vijanden. Mijn verweer was simpel: 'Ik kan Israël
het beste helpen door vrienden te maken onder zijn vijanden.' Mijn doel was ze voor te stellen aan
de Vredevorst, de Enige die de woede in hun hart kan genezen. Maar hoe konden zij Hem ooit
ontmoeten, als er niemand in wie Christus woont naar ze toe gaat? Misschien kon ik - op mijn eigen
wijze - de enorme kloof overbruggen die de Israëliërs van de Palestijnen scheidt. Zouden de
leiders van de Islamitische Djihaad me willen ontmoeten? Vragen doet geen pijn. Ismaïl vroeg me
waarom ik, een 73-jarige Nederlander, zijn baas wilde ontmoeten.
Kort vertelde ik hem mijn verhaal. In december 1992 werden 415 Palestijnen, meest intellectuelen
en leden van de Hamas, door Israël gedeporteerd en achtergelaten op de helling van een door God
en Allah verlaten berggebied in Zuid-Libanon, in ijzige, erbarmelijke omstandigheden. Tweemaal had
ik hun kamp bezocht en driemaal andere teams met wie ik in contact stond. Ook had ik de helpende
hand geboden aan hun gezinnen in Gaza en op de Westoever. Nadat zij in december 1993 weer naar
huis mochten keren, heb ik in verschillende steden vijf van hun groepen ontmoet. Ik heb ze
onthaald op een goede maaltijd waarbij ik de gelegenheid kreeg om iets van mijn christelijke
geloof uit te leggen. 'Dus ben ik benieuwd of je leider openstaat voor een dergelijk gesprek. Ik
ben geïnteresseerd in een uitwisseling van gedachten, perspectieven en geloof, over de
Palestijnse situatie en over de toekomst van de vrede in dit land.'
Nadat hij nog een aantal vragen had gesteld, haalde Ismaïl een mobiele telefoon tevoorschijn en
pleegde een telefoontje. Twee minuten later klapte hij zijn telefoon weer dicht. 'Het is geregeld.
Ik kom jou en je vrienden hier morgen om drie uur ophalen.' Daarna leunde Ismaïl naar voren in
zijn stoel, keek me aan en zei: 'Mag ik jullie wat vragen stellen?' 'Wat voor soort vragen?' vroeg
ik.
'Ik heb de Bijbel gelezen', antwoordde hij, 'en ik heb de Koran gelezen. Ik ben een moslim, maar
ik heb vragen over de Bijbel en over het christendom.' Ik knikte en vertelde dat hij vrij was ons
alles te vragen.
Ismaïl haalde een pakje sigaretten tevoorschijn en nam er een uit. 'Laten we beginnen met het
verhaal van Jozua uit jouw Oude Testament,' zei hij terwijl hij de sigaret opstak. 'Hoe kon God
aan de Joden de opdracht geven om Jericho in te trekken en om ieder levend mens, inclusief vrouwen
en kinderen, en alle dieren te doden? En toch worden wij veroordeeld wanneer een van onze mensen,
vechtend voor het land dat van ons is afgenomen, een paar burgers doodt. Kun jij me het verschil
uitleggen?'
Mijn vrienden waren verbaasd over de heftigheid van Ismaïls woorden en alle drie probeerden wij
zijn vraag te beantwoorden. Vervolgens vroeg Ismaïl ons naar de 'christelijke zionisten die
blindelings alles goedkeuren wat Israël doet. Kun je me vertellen waarom ze zo achter de Joden
staan?'
In het uur dat volgde, praatten we over de omstandigheden waaronder Israël in 1948 was gesticht
en over de westerse kijk op deze zaak. We keken naar profetieën uit het Oude Testament die
volgens sommige christenen het bestaan van de huidige staat Israël rechtvaardigen. 'Niet alle
christenen zijn het eens met deze interpretaties,' zei ik, terwijl ik probeerde de verschillende
visies uit te leggen. We wezen hem ook op profetieën uit het Oude Testament die slaan op de
Messias, degene die wij Jezus Christus noemen, en die door de meeste Joden werd afgewezen. Ismaïl
luisterde, reageerde op onze antwoorden, en stelde vragen die verdere verheldering moesten
brengen.
Op een gegeven moment moest hij gaan. Ik stond op om hem te bedanken voor de tijd die hij mij
geschonken had en gaf hem een Arabisch exemplaar van mijn boek God's Smuggler. Ik zei: 'Dit boek
zal je meer vertellen over wie ik ben en wat ik doe. Het kan je misschien ook helpen om het
christelijk geloof beter te begrijpen.' Nadat Ismaïl was weggegaan, zwegen de Amerikaanse
schrijver en de Palestijnse voorganger in opperste verbazing. Na enige tijd legde de Amerikaan uit
dat hij verbaasd was over de openheid van de man.
'Waarom?' vroeg ik.
'Hij is een denker. Hij lijkt oprecht op zoek te zijn.'
'Verbaast het je dat hij een mens is, zoals jij en ik? Misschien is het gemakkelijker om hem te
zien als een gewetenloze terrorist. Maar daarmee zul je de problemen hier niet kunnen verhelpen.
Als je Hamas en de Islamitische Djihaad wilt begrijpen, dan moet je je in hun wereld verdiepen en
ontdekken wat ze werkelijk denken.' De volgende middag haalde Ismaïl ons klokslag drie uur op.
Terwijl hij in een oude gedeukte Toyota door de nauwe achterafstraatjes van Gaza-stad scheurde,
keek hij me even aan en zei: 'Afgelopen nacht heb ik uw halve boek uitgelezen. Hebt u nog meer
boeken over het christendom in het Arabisch?'
Ik glimlachte verbaasd. 'Ja, ik heb er vier meegebracht voor je leider.' 'Hebt u ook van die
boeken voor mij? Ik wil graag zo veel mogelijk leren over het echte christelijk geloof.'
Na onze ontmoeting reed Ismaïl ons terug naar ons hotel. Voordat ik de deur van de auto opende,
stak Ismaïl zijn hand uit, die ik aannam. Vervolgens nam hij mijn hand in zijn beide handen.
'Dank je,' zei hij. Ik keek hem in de ogen en ik was verbaasd te zien dat ze vochtig waren. Heer,
wat gaat er in zijn hart om? bad ik. 'Alsjeblieft,' zei Ismaïl ten afscheid, 'vergeet niet me die
boeken te brengen.'
Ik kan me voorstellen dat velen van u, zoals mijn Amerikaanse vriend, Ismaïl niet vinden passen
in het beeld van de terrorist dat ons door de media wordt gepresenteerd. Maar waarom moeten we ons
verbazen als moslims belangstelling tonen voor het evangelie? Wordt het geen tijd dat we ophouden
met het denken in stereotypes en in plaats daarvan de moslims, ja zelfs de fundamentalisten, gaan
zien als mensen met verwachtingen, toekomstdromen, verlangens, pijn en - en dat is het
belangrijkste - als mensen van wie God houdt en voor wie Christus is gestorven?
Dit is de reden dat ik zo blij ben dat Christine A. Mallouhi dit boek heeft
geschreven. Te midden van alle ontreddering overal ter wereld hebben we haar kijk op de zaak
dringend nodig. Neem bijvoorbeeld het Midden-Oosten. Wie van ons is er nu niet geschokt door de
beelden die dagelijks vanuit die regio tot ons komen? Beelden van lijken die her en der op straat
liggen als gevolg van de laatste zelfmoordaanslag; beelden van de vernieling van huizen en
rouwende moeders wanneer Israël weer een inval doet in weer een andere stad op de Westoever?
Schreeuwen we het niet allemaal uit: 'Wanneer stopt deze waanzin?' Maar hoe kan de waanzin ooit
ophouden wanneer niemand genegen lijkt om stil te staan, te luisteren en te proberen te begrijpen?
In het hoofdstuk over Israël concentreert Christine zich op de Palestijnse kant, de zijde die
door onze media nog steeds onvoldoende wordt belicht. Veel van de mensen die zij heeft
geïnterviewd, heb ik ook ontmoet. Ik heb met ze gehuild en met ze gebeden. Ik hoop dat u hetgeen
zij te vertellen hebben zorgvuldig zult lezen. En afgezien van onze politieke standpunten...
kunnen we op z'n minst toegeven dat de verschrikkingen zoals beschreven door Ellen en Nabil in
Sabra en Sjatilla ons diep geschokt hebben en ons aanspoorden tot gebed?
Christine wijst ons krachtig op twee cruciale waarheden, waarvan ik bid dat iedere christen in het
Westen ze zal ontdekken. Ten eerste: moslims zijn bereikbaar. Getuige het bijzonder krachtige
voorbeeld van Franciscus van Assisi en zijn missie tijdens de kruistochten. Ik heb het natuurlijk
over zijn dramatische actie die de oorlogsmentaliteit waarmee christenen op kruistocht gingen
tegen de moslims, aan de kaak stelde. Franciscus was van mening dat de moslims moesten leren wat
het christendom werkelijk inhield, en het was zijn strategie om naar de leiders toe te stappen, in
zijn geval de sultan. Hij ontdekte dat hij van een vijand een vriend kon maken. Dat is vandaag nog
precies zo. Ik heb het zelf gezien!
Christine benadrukt het belang van vriendschap omdat dat de enige manier is waarop moslims
Christus in ons kunnen ontmoeten. Zij schrijft: 'Franciscus was als Christus voor de mensen naar
wie hij toe ging.' Zo zijn wij vertegenwoordigers van Christus voor moslims die wij ontmoeten. En
daarvoor hoeven we niet naar de moslimlanden te gaan. In steeds grotere getale komen de moslims
naar ons; we kunnen ze in onze eigen buurt ontmoeten. Er wonen er al bijna een miljoen in
Nederland. Zij bieden ons de gelegenheid om het media-beeld van de moslims te vervangen door het
werkelijke beeld.
De tweede waarheid is dat we ons moeten verdiepen in de situatie van de christenen in de
moslimwereld. Mogelijk krijgen wij nooit de kans om in een moslimland te wonen, maar in de meeste
moslimlanden is al een kerk aanwezig als Gods licht voor die samenleving. Op sommige plaatsen is
dat licht zwak en bijna gedoofd. Het zou ons moeten verontrusten dat in 1948, toen de staat
Israël werd uitgeroepen, tussen de vijfentwintig en veertig procent van de Palestijnen christen
was. Vandaag is dat minder dan een kwart procent, zo meldt Christine. (NB: Zelf houd ik dit
percentage op een à twee procent, maar evengoed zouden wij verontrust moeten zijn dat de
christenen voortdurend wegvluchten en daarmee misschien de enige hoop op vrede in het
Midden-Oosten met zich meenemen.) Moeten we het er niet over eens zijn dat de kerk in die regio
bemoedigd en versterkt behoort te worden? Daarom steun ik nu al jaren het Bethlehem Bible College.
Dit is het enige instituut in het Midden-Oosten waarvan ik weet dat er Palestijnen worden opgeleid
voor dienst aan de Heer.
Het is ook verontrustend dat zoveel kerken geen boodschap hebben voor de moslims. Dit is voor
velen een dilemma, want het is verboden voor moslims om christen te worden en in sommige landen
worden de kerken vervolgd als ze ex-moslims als lid aannemen. Maar daarmee laat je degenen die
Jezus willen kennen en volgen, in de kou staan. Zouden wij, westerse christenen, daar niet bezorgd
om moeten zijn? Hoe kunnen wij de kerk te midden van die beproevingen helpen en ondersteunen? We
kunnen niet vanaf de zijlijn blijven toekijken.
Ik heb vaak beweerd dat de islam christenen van de 21e eeuw de grootste uitdaging biedt. Maar die
uitdaging kunnen we aangaan met de grootste macht van de wereld. Ik spel islam graag als: I
Sincerely Love All Muslims. Hoe kunnen we van de moslims houden? Door Christus de Heer van ons
leven te laten zijn, zodat zijn liefde door ons naar de moslims stroomt en zij een kans krijgen de
liefde van God te ervaren. Hoe kunnen moslims Christus ontmoeten als ze nooit iemand tegenkomen in
wie Christus woont? Laten wij, net als Franciscus, vertegenwoordigers van Christus zijn voor de
mensen die we ontmoeten. Dat is de boodschap van dit boek. Ik hoop dat het de ervaring van uw
leven wordt.
Anne van der Bijl,
oprichter Open Doors.
Openheid en respect
Christenen dienen te strijden 'niet in de geest van de kruistochten, maar met een gekruisigde
geest'. Dit zijn woorden van Kosuke Koyama, maar ze hadden ook van Christine Mallouhi kunnen zijn,
schrijfster van het prachtige boek Verklaar moslims de vrede. Zij roept op vrede te voeren met de
islam, in plaats van oorlog, en moslims te ontmoeten met openheid en respect.
De apostel Johannes schrijft in zijn eerste brief: 'Liefde drijft de vrees uit'. Het omgekeerde
(vrees die liefde uitdrijft) is bitter genoeg ook waar en komt in deze wereld helaas veel voor.
Gegrepen en gedreven door het evangelie van de liefde hebben Christine en haar man zich ingezet
voor het bouwen van bruggen en het nemen van barrières. Met passie schrijft ze daar over. Als
leidraad voor haar boek neemt ze de 'dwaze' monnik Franciscus van Assisi die, te midden van het
geweld bij de 5e kruistocht in Egypte, tegendraads voor zijn eigen volk en ontwapenend voor de
moslims, op de vijand afstapte. 'Bestrijd ik niet mijn vijanden door ze tot mijn vrienden te
maken?' zei Abraham Lincoln ooit eens. Franciscus kwam in contact met de sultan en raakte met hem
in gesprek over het evangelie. Een prachtig voorbeeld dat Christine en haar man proberen te volgen
in een wereld, opnieuw, vol wantrouwen en geweld. Wie de ervaringen van Christine leest, krijgt
terloops veel waardevolle informatie over de islam aangereikt. Van harte aanbevolen, dit
'uitdagende' boek!
Herman Takken
Stafwerker van Evangelie & Moslims te Amersfoort
So what's the problem?
Dat was een van de eerste reacties die ik had tijdens het lezen van dit bijzondere boek. Als je
immers niet als christen kunt leven in een moslimcultuur, dan kun je het ook niet in een
communistische gemeenschap (samenleving) of in een kapitalistische, misschien wel de gevaarlijkste
van alle. Hoe zien we dan onze rol als christen in deze wereld? Wel eens gehoord van Jezus' woord
over 'zout zijn'? Als de hele pot vol zout zit in plaats van aardappelen of rijst, dan eet niemand
het toch meer? En tóch dromen veel christenen daar nog steeds van. Voor de moslimwereld, met de
islam als snelst groeiende religie, is zo'n concept (een grote christenmeerderheid) natuurlijk
onmogelijk, een utopie.
Eerlijk gezegd heb ik wakker gelegen van dit boek, zoals ik na het lezen van veel tijdschriften
uit het Midden-Oosten die over 'het' conflict rapporteren, wakker lig. Dit boek is meer dan een
uitdaging, het schudt je wakker, heel ruw, en dan dreunt die vraag in je oren: en wat doe ik dan?
De schrijfster bespreekt veel dingen die ik zelf ook heb meegemaakt, gezien en gehoord. Ik ken
persoonlijk veel van de personen die ze beschrijft, die ze ontmoet en vertrouwt. En die haar
vertrouwen - misschien wel het belangrijkste.
Maar wat is het toch interessant dat ze het verhaal van het Midden-Oosten verweeft met een
boeiende studie over het leven van Franciscus van Assisi. Misschien is het niet helemaal toevallig
- of vergezocht - omdat ook in Franciscus' tijd de strijd tussen de nog steeds opkomende islam en
wat zich toen voordeed als christendom tot een echte climax was gekomen. Over terrorisme
gesproken! Niet dat iedereen dat toen zo zag. Ik herinner me nog de juf op de 'School met den
Bijbel' (4e klas) die de heldendaden van de kruisridders met verve en overtuiging kon brengen. Ik
zie een duidelijke parallel met deze tijd. Reden waarom dit boek zo belangrijk is. En dan is daar,
midden in die 'kruistochten'-periode (wat ben ik blij dat we onze naam op tijd veranderd hebben
van Kruistochten naar Open Doors; jaren geleden adviseerden ds. J. Slomp en prof. J. Verkuil me al
dat ik dit snel moest doen), een eenzame christen, die ernst maakt met de navolging van Jezus en
die, naar eigen zeggen, heel weinig van de islam weet (sprak me erg aan!), die zomaar naar de
sultan gaat om vriendschap te sluiten en over Jezus te vertellen. Geweldig. Dat alleen al dringt
me om meer over Franciscus van Assisi te gaan lezen. Gelukkig heb ik tussen de ongeveer duizend
biografieën in m'n kamer ook die van Franciscus staan. Meteen aan de slag gegaan.
Kijk, dat bedoel ik nou. Dat het lezen van dit boek ons ertoe brengt andere bronnen dan CNN, BBC
en NOS te gaan raadplegen. Dat zal ons hoop geven. Moed. Geloof. En een verlangen om in de
voetsporen te treden van anderen, bijv. Paulus: 'Volg mij na, gelijk ik Christus navolg.' Dan
komen we ook uit bij de islam. Met een boodschap van vrede. En dat kunnen we dan toch ook Djihaad
noemen. Deed Paulus ook. Ik zocht het op in 2 Timotheüs 4 vers 7 en 8: 'Ik heb de goede Jihad
gestreden, ik heb mijn loop ten einde gebracht, ik heb het geloof behouden.' Sorry, dat was in de
Arabische Bijbel.
Christine Mallouhi heeft me erg geholpen... Zou het dan toch nog mogelijk zijn dat we wat minder
zwart/wit gaan denken? En zou het dan toch nog mogelijk zijn dat we van ons gelijk afstappen? En
zou het - ik durf het bijna niet te zeggen - dan toch mogelijk zijn de moslims, en dan vooral de
fundamentalisten, te benaderen en effectief Jezus te introduceren nadat we Hem eerst voorgeleefd
hebben? So, what 's the problem? Dat de Koning van Israël binnen komt rijden op een jonge ezel (Johannes
12:13-15) in plaats van in een F16? Hij wil wel...
Anne van der Bijl
Zie
ook de recensie op de EO-site:
http://www.eo.nl/home/html/pijlers-news.jsp?getNews=3056183&subName=eo.cultEnMedia |