|
www.vergadering.nu Recensie-index www.vergadering.nu 3 RECENSIES
'Zoekt eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid' is een bekende oproep van Jezus uit de Bergrede. Het blijkt vaak lastig deze aansporing in de praktijk te brengen. We worden in het dagelijks leven beheerst door onze eigen bezigheden, verlangens en zorgen. Gods koninkrijk vinden we belangrijk, maar nu even niet. 3 RECENSIES 3. Charisma - juni 2011 - www.charisma.nl Eerst Gods Koninkrijk Jezus geeft ons de opdracht om eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid te zoeken. Hij zei dat Zijn Koninkrijk zal komen, maar ook nabij is. Niet alleen een toekomst perspectief maar juist iets voor nu. 2. Charisma - februari 2011 - www.charisma.nl Eerst Gods Koninkrijk 1. Nederlands Dagblad - 11 februari 2011 - www.nd.nl | pdf Het Koninkrijk van God en ons leven
Dat het in dit boek om de neerslag van lezingen gaat, blijkt uit de vlotte, aansprekende stijl, waarbij de schrijver voortdurend in gesprek is met zijn lezers. Allerlei facetten van de prediking aangaande Gods heerschappij worden door de schrijver op heldere wijze behandeld. De hele wereldgeschiedenis staat in het teken van de strijd tussen het slangenzaad en het vrouwenzaad (Gen. 3:15). De oudtestamentische verwachting vindt in de komst en het werk van de Messias Jezus zijn vervulling. Uitvoerig schrijft Ouweneel over de wijze waarop we het koninkrijk van God binnengaan, over discipelschap, maar ook over doop en avondmaal, waarbij het opvalt dat een hoofdstuk over koninkrijk en kerk ontbreekt. Veel aandacht geeft hij aan het leven in Gods rijk in geloof en liefde, in de navolging van Jezus. Volgelingen van Jezus worden geroepen de geboden van hun Heer te bewaren en zijn wil te doen. De auteur is erin geslaagd zijn lezers te overtuigen van de geweldige impact die de boodschap van Gods koningsheerschappij heeft op ons leven. Prachtige hoofdstukken zijn gewijd aan de relatie tussen het rijk van God en de liefde van en tot God en de naaste. Typerend voor de evangelische spiritualiteit is een afzonderlijk hoofdstuk over de aanbidding. Een notie die in reformatorische kringen nog wel eens zoek is. Op verschillende teksten (o.a. Rom.14:17,18) valt in Ouweneels uitleg een verrassend licht. Prediking van het Rijk Toch roept het boek ook vragen op. Die vragen betreffen niet alleen de visie op de doop. Het is helder dat Ouweneel daarin andere wegen gaat dan gereformeerde christenen. Waar ik ook moeite mee heb is de wijze waarop de schrijver het evangelie van zonde en genade onderscheidt van de prediking aangaande Gods Koninkrijk en er bijna toe komt die twee tegenover elkaar te stellen. Alsof het evangelie van het rijk Gods los zou staan van de boodschap van zonde en genade. Het is terecht dat de schrijver zich verzet tegen een wijze van geloven waarin noties als bevrijding uit de machten en navolging nauwelijks aan de orde komen. Maar je kunt de boodschap aangaande vergeving en verzoening niet losmaken van de prediking van het Rijk. Om een voorbeeld te noemen: bij de instelling van het avondmaal spreekt Jezus over vergeving en over de verwachting van het rijk van God. Ik zou de prediking aangaande Gods heerschappij en het evangelie van het kruis dichter bij elkaar willen houden dan Ouweneel doet. Triomfalisme en strijd De extreme nadruk op het ‘reeds’ van het rijk Gods brengt mee dat het boek toch een sterk triomfalistische toon ademt. Ik mis de notie van de blijvende gebrokenheid, de strijd tussen vlees en Geest, om het paulinisch te zeggen. Ik denk aan de passages over wonderen en genezingen in relatie tot het geloof in de macht van de Geest. Doet de schrijver recht aan het Bijbels gegeven dat de Geest ons geschonken is als eersteling, die doet zuchten naar de volkomenheid? Dat de heerschappij van Christus de heerschappij van de Gekruisigde is, zoals Bram van de Beek in zijn boeken beklemtoont, komt onvoldoende aan de orde. Heeft de schrijver bij al zijn gedrevenheid voldoende oog voor de aanvechting, de twijfel, het lijden in het leven van de gelovige? Dat is de vraag die bij alle waardering voor dit boek na lezing bij mij achterblijft. |