Dit
boek biedt een vertaling van Shakespeares onvergelijkelijke
meesterwerk
Hamlet die zich niet bindt aan de versmaat van het
origineel, maar zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst wil
blijven en daartoe liever de banden van de versmaat laakt. Het is geen
dynamisch-equivalente, maar zoveel mogelijk, geheel en al is
onmogelijk, een idiolecte vertaling, waarbij er soms voor gekozen is
de letterlijke (zij het onduidelijke) vertaling in de tekst en de
verduidelijking in een voetnoot op te nemen, en soms is het omgekeerde
gedaan, al naar bevind van zaken.
Shakespeares dichtwerk is in dit boek dus géén dichtwerk meer. De
winst die tegenover dit verlies staat, is taalkundige nauwkeurigheid.
De vele Hamlet-exegeten verschillen immers op vele punten ten aanzien
van de interpretatie.
Behalve de vertaling met de uitvoerige voetnoten wordt een brede
inleiding geboden, waarin naast letterkundige vooral theologische en
filosofische aspecten aan de orde komen. In concreto: Ouweneel
probeert antwoord te geven op de vraag of Hamlet een bij
uitstek christelijke tragedie is,of juist bij uitstek niet, of iets
van allebei, of nog iets heel anders.
De mening die Ouweneel presenteert, is een bijzondere: als iemand
vandaag de dag een echt grondige dissertatie over Hamlet zou
willen schrijven, zou hij meer dan 25.000 publicaties over dit stuk
moeten doorwerken, om nog maar te zwijgen over het stuk zelf! Dat is
een compleet doolhof, en dat mag 'amaze us' een veelvuldig
Shakespeare-woord, niet in de zin van verbazen, maar van verbijsteren,
afgeleid van maze, doolhof, labyrint.
Inleiding, voetnoten én de vertaling zelf bedoelen de Nederlandse
lezer nader de weg te wijzen in dit doolhof, die volgens tallozen een
van de grootste literaire meesterwerken aller tijden is.