www.vergadering.nu  Recensie-index  www.vergadering.nu

8 RECENSIES


Gereformeerden en evangelischen
Willem J. Ouweneel en Jan Hoek
Uitg. Jongbloed/Medema,
140 blz.
€ 14,95
ISBN 9789063536336
Dit boek bestellen...


Waarom zijn wij gereformeerd en niet evangelisch, of andersom, of kan het ook allebei? Veel christenen houden zich in deze tijd bezig met de vraag waarom er zo veel kerkelijke stromingen zijn. Is er echt zo veel verschil? De evangelische dr. Willem Ouweneel en de gereformeerde dr. Jan Hoek gaan in dit boek met elkaar een eerlijk gesprek aan, waarin onderwerpen als verbond en doop, kerk en ambt, christenen en de wet aan de orde komen. 
Hoewel de onderlinge verschillen helder worden gemarkeerd, is wat bindt belangrijker dan wat scheidt.

..


8. Indekerk Blog - mei 2013 - http://indekerk.be

Gereformeerden en evangelischen
Theologisch gesprek Hoek-Ouweneel niet vrijblijvend

Boekrecensie door Raymond R. Hausoul

Waarom een recensie over dit boek in dit blad? Hoofdreden is dat velen van ons niet beseffen dat veel van hetgeen wij geloven, meer aanleunt bij de gereformeerde theologie dan bij de evangelische. Dat maakt het lezen van dit toegankelijk boek ontzettend boeiend. Veelschrijvers Willem Ouweneel en Jan Hoek debatteren erin over de overeenkomsten en verschillen tussen gereformeerden (die zich gebonden voelen aan de Nederlandse Geloofsbelijdenis, Heidelbergse Catechismus en Dordtse Leerregels) en evangelischen die geen traditionele binding kennen. Wat dat laatste alleen al betreft, lijken de Vrije Evangelische Gemeentes (VEG), die weinig voorschriften kennen, meer op evangelischen dan de Evangelische Christengemeentes Vlaanderen (ECV) die deze voorschriften wel kennen en verwoorden in een theologisch accent. Deze recensie hoopt je te prikkelen door de twee visies naast elkaar te plaatsen om jou uit te dagen tot een keuze.

Identiteitscrisis
Voordat de verschillen op tafel komen, formuleren de schrijvers eerst hun gemeenschappelijke geloofsbasis. Het is een grote zegen die geloofsbasis rustig voor jezelf door te nemen. Ze toont de grote rijkdom van het christelijke geloof dat veel malen verder gaat dan alleen het zinnetje: ‘Ik geloof dat Jezus voor mijn zonden stierf’. Alleen al om die reden biedt het boek een voortreffelijke basis voor kringgesprekken over de christelijke identiteit. Na de overeenkomsten komen de verschillen aan bod. Grootste uitdaging voor de schrijvers hierbij is hun achterban te vertegenwoordigen. Voor Willem Ouweneel zijn dat de evangelischen, terwijl Jan Hoek de gereformeerden representeert. Daarin ligt ook meteen een moeilijkheid, want wat is nu exact ‘evangelisch’ en wat is nu precies ‘gereformeerd’? Die vraag liet me vanaf het begin niet meer los. Jan Hoek lijkt soms evangelischer dan Willem Ouweneel, die op bepaalde momenten meer reformatorisch en charismatisch klinkt dan veel evangelischen zouden willen. Het nawoord van Patrick Nullens en Willem Smouter bevestigt die spanning. Patrick Nullens schrijft: ‘Evangelisch is een beweging, een huisstijl, die veel varianten kent. Wie dit probeert te vatten, tracht een hoop kikkers in een kruiwagen te vervoeren’ (131). Evangelischen zijn inderdaad moeilijk te vatten en mogen gerust van mening verschillen over kerkleer, plaats van de vrouw, waterdoop, Geestdoop, Israël en eindtijd. Gereformeerden roepen daarentegen eerder een krachtig ‘halt’ bij veel van deze verschillen.

Twee geloofsstellingen
Na de algemene belijdenis presenteert elke schrijver zijn eigen geloofsstellingen, waarop de andere schrijver reageert. Daaruit citeer ik enkele uitspraken, waarmee ik enkele persoonlijke gedachten verbindt. Voor Jan Hoek geldt: ‘het gereformeerde is de schoonste en rijkste vorm’ van het christenzijn (19). Hoewel evangelischen ‘gereformeerde’ liever hierin weglaten, getuigt deze uitspraak wel van een diepe verbondenheid met de kerk. Welke evangelicaal spreekt in die trant over zijn geloof? Daarnaast stelt Jan Hoek dat de gereformeerde traditie het respect voor God accentueert in sobere en stijlvolle erediensten (20). Willem Ouweneel noemt ook de ‘uitbundige lofprijzing en aanbidding’ als kenmerk van het overwinningsleven (25). In ons land vieren evangelischen dat laatste graag, maar op welke wijze accentueren zij het respect tegenover God? Meteen daarna belijdt Jan Hoek het sola scriptura (alleen de Schrift). Hoe verhoudt deze belijdenis zich tot de drie formulieren waaraan gereformeerden zich gebonden weten? Je zou vanuit die context eerder een prima scriptura (eerst de Schrift) verwachten. Van een kerkhistorisch bewustzijn heeft ook de evangelische Willem Ouweneel besef als hij schrijft: ‘De leer van de predestinatie (eeuwige voorbestemming als soevereine en genadige daad van God) is theologisch en kerkhistorisch van groot gewicht’ (32). Jan Hoek verheugt zich over de wijze waarop zijn medeauteur dat zegt. Veel evangelische gemeentes zijn zich er namelijk helemaal niet van bewust dat God mensen verkiest. Waar dit vervaagt, zegeviert de eigen bereidwilligheid en verantwoordelijkheid. Proef op de som: wanneer dankte je God voor het laatste dat je uitverkoren was? Evangelischen kijken, in het algemeen, vreemd op bij die vraag. Waar sta je: aan evangelische of gereformeerde zijde?

Even vreemd klinkt het als Jan Hoek schrijft: ‘Er is aandacht voor de mondige gemeente, maar ook voor het ambtelijk tegenover’ (21). Maakt dit ‘ambtelijk tegenover’ in gereformeerde kringen dan geen deel uit van de gemeente? Later spreekt hij genuanceerder: ‘De ambtsdrager is allereerst gemeentelid, deel van de charismatisch begaafde gemeente’ (38). Een soortgelijke onduidelijkheid ontstaat als Jan Hoek schrijft: ‘Vanaf het paradijs tot de jongste dag bestaat er maar één Kerk’ (21). Is het na die jongste dag dan gedaan met de Kerk? Wat bedoelt de gereformeerde traditie exact met die uitspraak? Een antwoord hierop ontbreekt, evenals een reactie van Willem Ouweneel. Daarentegen benadrukt laatstgenoemde, in tegenstelling tot veel evangelischen: ‘het “toekomende leven” [is] te veel geassocieerd met “de hemel” in de zin van de tussentoestand.’ Ik geef hem volledig gelijk. Ook in onze Vlaamse gemeentes vergeet men dat de hemel niet het einde van de aarde is.

Enkele debatten
In de hoofdstukken 3-6 gaan de schrijvers over verschillende onderwerpen met elkaar in debat. Ik belicht per hoofdstuk enkele facetten.

Rechtvaarding en heiliging – Willem Ouweneel gebruikt in dit hoofdstuk een erg vreemd bouwkundig beeld. Hij plaatst de rechtvaardiging in het fundament, maar laat het geen deel uitmaken van het gebouw dat onder andere bestaat uit: gelijkvormigheid met Christus, het eeuwig leven, intimiteit met God en vervulling met Gods Geest. Zover mij bekend is het erg onlogisch deze aspecten van elkaar te scheiden. Als Willem Ouweneel de fundamenten onder zijn werkkamer verwijdert, zal hij na enige tijd allerlei vreemde scheuren zien tussen zijn werkkamer en het keukengangetje. Ook in de plaats Huis ter Heide is het namelijk zo dat wie een fundament uit de grond haalt, zijn huis langzaam met de grond gelijk maakt. Jan Hoek beseft dat maar al te goed: ‘Je kunt toch niet volhouden dat de kamers van een huis belangrijker zijn dan het fundament? Zonder fundament kun je in die kamers toch niet wonen?’ Ik geef hem groot gelijk. Wat verder opvalt, is dat Willem Ouweneel de rechtvaardigingsleer in de lijn van Augustinus handhaaft, zoals ook de katholieke kerk deed: jij bent tot een rechtvaardige gemaakt. Niet alle evangelischen vinden dat aantrekkelijk en volgen veeleer de protestantse traditie die Jan Hoek handhaaft. Bij die laatste groep hoor je als je geen moeite hebt met Opwekking 578: ‘U redde mij en riep mijn naam, gaf mij weer hoop, een nieuw bestaan, bekleed met uw gerechtigheid; O, Jezus. U redde mij.’ Waar sta je: aan evangelische of gereformeerde zijde?

Verbond en waterdoop – Beide sprekers kruisen krachtig hun degens bij deze thematiek. Gereformeerden benadrukken vooral de continuïteit tussen OT en NT, terwijl evangelischen de discontinuïteit tussen beiden benadrukken. Wil je weten waar je zelf staat? Wat vind je dan van de volgende (even anonieme) uitspraak: ‘De beloften aan Israël gedaan, worden niet aan de Kerk (voornamelijk uit de heidenen) vervuld, maar worden ten principale in Christus vervuld en vervolgens gaandeweg in de geschiedenis gerealiseerd voor heidenen en Joden.’ Jan Hoek zegt hierna: ‘Hier ligt de grote fout van de vervangingstheologie, die stelt dat de Kerk in plaats van Israël is gekomen’. Een doorwinterde gereformeerde 'Die Hard' zal dat niet beamen. Voor Jan Hoek geldt niet een vervangingstheologie maar een verbredingstheologie (37). De spannende vraag waarop hij zich baseert voor de babydoop, blijft dan wel bestaan. Trouwens: de bovenstaande anonieme uitspraak komt uit de gereformeerde Hoek.

Na dit hoofdstuk verlangde ik naar nog wat meer interactie tussen beide schrijvers. Hoe zouden ze reageren op elkaars eerste reactie? Dat blijft verborgen voor de lezer. In het nawoord stelt Patrick Nullens de vraag hoe evangelischen omgaan met de babydoop. Herdopen ze gelovigen die als baby zijn gedoopt? Staat of valt de doop met de doopleer: wie fout onderwezen is, mag opnieuw de doopvont in? Boeiend vraagstuk!

Een ander punt dat beide schrijvers benadrukken, is de trouw aan de collectieve kerk. Beiden keuren het verschijnsel van veel christenen, die hun (veronderstelde) zieke gemeente in de steek laten, af. In plaats van te kiezen om samen de schouders onder de gemeente te zetten en te bidden, scheiden deze gelovigen zich erg vlot af. Dit collectief belang ontbreekt ook in ons land bij veel evangelischen, die het individualisme hoog in het vaandel dragen. Wie zich laat dopen in water, ziet zichzelf dan enkel als discipel van de Heer en vergeet dat de doop hem in het koninkrijk Gods, waar juist het collectief hoog in het vaandel staat, plaatst. Beide schrijvers hopen dan ook dat veel gelovigen zich bevrijden van dit ik-gerichte gevoelsdenken.

Kerk en ambt – Het valt op dat beide auteurs verschillende accenten leggen in dit gedeelte. Willem Ouweneel benadrukt de vorm van kerk en ambt, terwijl Jan Hoek vooral de inhoud ervan benadrukt. Zo stelt laatstgenoemde: ‘Wat ik in het gereformeerde ambtenpatroon als echt bijbels ervaar, is de drieslag: verkondiging, herderlijke zorg en dienst van barmhartigheid’. Welke aspecten zouden dat zijn bij evangelischen? Daarop geeft Willem Ouweneel niet direct antwoord. Wel benadrukken beide schrijvers dat een bijbels-verantwoorde gemeentestructuur zich kenmerkt door de gaven van de Geest die zowel door broeders als zusters voluit tot hun recht komen. Hoe reageren wij op het gereformeerde standpunt? Bij het lezen van dit gedeelte komen ook de onderlinge verschillen tussen VEG en ECV bij mij naar boven. Juist VEG-ers stellen tegenwoordig meer dan enkele decennia geleden, dat de figuur van de ene voorganger die dikwijls de hoofdcontrole over de dienst en gemeente heeft en alle taken uitvoert, achterhaald is: in de gemeente gaat het om teamwerk. Dat is een goede zaak waar ook ECV-ers op moeten letten, want ook zij kunnen in een kerkstructuur verstrikt raken waar de fulltimers als bedienaren van de eredienst in de onjuiste rol van de ene voorganger kruipen.

Christenen en de wet – Dit laatste gedeelte staat vooral stil bij de plaats van de sabbat in het leven van de christen. Jan Hoek wijst erop dat sommige gereformeerden stellen dat de zondag niet in plaats van, maar in nauwe aansluiting met de sabbat staat. Willem Ouweneel post daarop de polemieke uitspraak: ‘laat de heerlijke zondag erbuiten; die heeft met het vierde gebod niets te maken.’ Volgens Willem Ouweneel erkennen evangelischen het ware karakter van de zondag meer dan gereformeerden. Is dat werkelijk zo? Waar sta je: aan evangelische of gereformeerde zijde? Hoe zie jij de relatie tussen de zaterdag en de zondag in Gods heilsplan?

Conclusie
Hoewel ik in deze recensie slechts enkele facetten uit het boek kan aanraken, hoop ik de nieuwsgierigheid van de lezer te hebben geprikkeld om het boek zelf in handen te nemen en te lezen. Samenvattend kan ik concluderen dat de discussies in dit boek mijzelf erg uitdaagden om mijn eigen geloofsbelijdenis beter te ontdekken en te vergelijken met het standpunt van andere medegelovigen die dan wel in een andere traditie staan, maar samen met mij Christus erkennen als Bevrijder en Bevelhebber. Vanuit de eigen geloofsstimulans die het boek me gaf, raad ik het graag allen aan. Het is bijvoorbeeld een boeiende zaak om de delen in dit werk samen met anderen in een kringgesprek te bespreken. Bij deze dus: van harte aanbevolen!


7. Biblion - 2012 - www.deboekensalon.nl 

Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour

Boekrecensie door Biblion

De gereformeerde hoogleraar dr. Jan Hoek en de evangelische en charismatische dr. Willem Ouweneel voeren in dit boek een eerlijk gesprek, waarin onderlinge geschillen helder worden gemarkeerd, maar de nadruk vooral ligt op wat hen verbindt. 

Eerst poneert ieder van de twee een aantal stellingen, waarop de ander reageert; dan worden de volgende onderwerpen besproken: rechtvaardiging en heiliging, verbond en doop, kerk en ambt, en christenen en de wet (met name de zondagheiliging). 

De Schrift kent niet zoiets als het genadeverbond, zegt Ouweneel, maar Hoek houdt daaraan vast. Er zijn veel markante uitspraken van ieder, maar soms is het betoog te erg theologisch, en dan haakt de niet-theoloog gemakkelijk af. 

Met een nawoord van prof. Nullens en ds. W. Smouter is het een boek dat veel van de lezer vraagt, maar ook veel te bieden heeft.


6. De Waarheidsvriend - 7 januari 2012 - www.dewaarheidsvriend.nl

Gereformeerd of evangelisch
Theologisch gesprek Hoek-Ouweneel niet vrijblijvend

Boekrecensie door A. de Reuver

In ‘Gereformeerden en evangelischen’ leggen dr. J. Hoek en dr. W.J. Ouweneel elkaar uit wat zij verstaan onder respectievelijk gereformeerd en evangelisch. Meer nog, ze dagen elkaar ook uit. 

De lezer mag van het verloop van hun schermutselingen getuige zijn. De thema's van het debat liggen voor de hand: rechtvaardiging en heiliging, verbond en doop, kerk en ambt, de christen en de wet. De gesprekspartners bejegenen elkaar hoffelijk en respecteren wederzijds hun overtuiging. Met voldoening stellen zij vast hoeveel zij gemeen hebben en waarvoor zij beiden staan. Dat is inderdaad niet gering. Maar alle broederlijke charme verhindert hen toch niet elkaar minzaam de les te lezen.

Spel
Voor wie een beetje thuis is in kerkelijk Jeruzalem en beide theologen enigszins kent, levert de discussie weinig verrassingen op. De standpunten worden nog eens verhelderd, nu eens geprofileerd, dan weer genuanceerd, maar nergens gewijzigd. Verbazen kan dit laatste niet. De auteurs gaan weliswaar met elkaar in gesprek, maar claimen hun eigen bijbelse gelijk en kunnen elkaar niet overtuigen. 
Je krijgt trouwens de indruk dat ze dit laatste ook nauwelijks beogen. Ze willen praten en niet polariseren. Dat is natuurlijk nobel, maar wel vrijblijvend. Het is de vraag of de zaak daarvoor niet te urgent is. Ik bedoel: staat er iets op het spel of is het alleen maar spel, zoals dat ludieke plaatje voorop EO-gids Visie eind oktober suggereerde? Volgens mij is er wel degelijk iets in het geding, en wel het Schriftverstaan. In het verloop van het debat treedt dit bij herhaling aan de dag.

Boegbeeld
Nu kan ik onvoldoende peilen hoe representatief dr. Ouweneel is voor ‘de' evangelischen. De variëteit is in dat kamp al net zo verwarrend als onder gereformeerden. Maar in bedoeld boekje fungeert hij nu eenmaal als evangelisch boegbeeld. Hij zal het wel kunnen billijken dat ik als reformatorisch christen in een hervormd-gereformeerd weekblad - in aansluiting bij de kundige en kernachtige repliek van dr. Hoek - kritisch reageer op zijn evangelisch pleidooi.

Vooruitgang
In de hoop hem geen onrecht te doen, meen ik bij hem voortdurend de tendens te bespeuren om de voortgang van Gods openbaring - zowel heilshistorisch als heilsordelijk - op te vatten als een vooruitgang, waarbij het voorgaande aan waarde en gewicht verliest. Laat ik de voornaamste punten waarop ik het oog heb noemen. Het Nieuwe Testament krijgt de voorrang boven het Oude Testament, de opstanding boven het kruis, de heiliging en Geestvervulling boven de rechtvaardiging, het nieuwtestamentische lied boven de palmen, de lofprijzing boven de klacht. 
Tegen deze rangordelijke denktrant is veel in te brengen. En dat niet vanuit een verengd gereformeerde optiek, maar vanuit het Nieuwe Testament zelf. Aan de hand van de genoemde items licht ik dit toe.
Wie ‘stereo' luistert naar het Oude en Nieuwe Testament, en dus verneemt hoezeer het ene roept om het andere, doet keer op keer de ontdekking dat het Nieuwe Testament in het Oude Testament verhuld present is en dat het Oude Testament in het Nieuwe onthuld wordt (Augustinus). Nu behelst deze onthulling inderdaad een kwantitatieve toename van openbaring, zelfs gaat ze gepaard met een kwalitatief ingrijpende wijziging (de bloedige offers zijn in Christus' bloedstorting achterhaald), maar het is een en dezelfde God van Israël die Zijn vanouds beloofde ene heilsplan gestand doet en vervult. Wie zijn oor bij apostelen en evangelisten te luisteren legt, merkt binnen de kortste keren dat zij met ‘de Schriften' niets anders op het oog hebben dan het zogeheten Oude Testament. Dat was hun Bijbel. Het was ook Jezus' Bijbel. De geschriften van het Nieuwe Testament zijn niet toevallig gedrenkt in het Oude Testament. Meer dan dat: ze rusten erop.

Verboden
Hoe zouden kruis en opstanding hun betekenis ontvangen zonder zicht op Israëls wet en offercultus? Wie zal ze ooit op waarde schatten zonder besef van oordeel en erbarmen, gericht en redding door de Heilige Israëls? De Opgestane Zelf was het trouwens die, nadat Hij de weg der Schriften in horigheid was gegaan, Zijn hardhorende discipelen uit de doeken deed wat van Hem geschreven staat in Mozes en de profeten. Zo is het Oude Testament niet minder dan de legitimatie en de dragende grond van het Nieuwe Testament.
Christenen hebben het Oude niet minder hoog en lief dan het Nieuwe Testament. Zij delen blijkens Galaten 3 in dezelfde verbondszegen als Abraham. Al is het kinderstadium van wettische dienstbaarheid voorbij, de Vader die wij door de Geest van Christus Abba noemen, is geen andere dan de Vader die Jesaja aanriep (Jes.63) en geen andere dan Hij die aan Mozes Zijn naam en deugden openbaarde (Ex.34). Deze en dergelijke passages verbieden het een rangorde aan te brengen die vreemd is aan de Bijbel zelf.

Niet los verkrijgbaar
Wat de verhouding van kruis en opstanding betreft geldt een verwante overweging. Uiteraard is de opstanding in die zin meer dan het kruis (Rom.8:34), dat de Gekruisigde ten leven kwam om de vrucht van Zijn dood, te weten het verzoende leven, uit te delen. Maar dit opstandingsleven waarin Hij ons doet delen, is geen ander leven dan dat van de verrezen Gekruisigde. Dat wil zeggen: van Hem die de dood indaalde alvorens eruit op te staan. Zijn opstandingskracht is niet los verkrijgbaar, maar geheel verstrengeld met de gemeenschap aan Zijn lijden en de gelijkvormigheid aan Zijn dood (Fil.3:10).

Heiliging
Dit gezichtspunt heeft gevolgen voor de verhouding van rechtvaardiging en heiliging. Ik stem volledig met dr. Hoek in als hij stelt dat de heiliging niet het doel, maar een deel is van de rechtvaardiging. De heiliging heeft dan ook geen meerwaarde boven de rechtvaardiging. Ze is mét de rechtvaardiging gegeven. Ten geschenke! 
Dr. Ouweneel beaamt dat ronduit en verstaat onder de heiliging de gelijkvormigheid aan Christus door de Heilige Geest gewerkt. Dat is een gereformeerd mens uit het hart gegrepen. Maar deze verwantschap maakt plaats voor vervreemding als de auteur stelt dat ‘men de hele theologie van Paulus grondig kan behandelen met slechts zijdelingse verwijzingen naar zijn rechtvaardigingsleer'. En als hij poneert dat de Schrift ‘van een toerekening van de gerechtigheid van Christus niets weet', schept dat verbazing. Ik zou me geen raad weten als dat waar was. Maar het is niet waar. Het geloof dat tot rechtvaardigheid gerekend wordt (Rom. 4) kan toch niet de dáád van het geloof zijn (dat zou faliekant indruisen tegen de strekking van Paulus' betoog), maar alleen het voorwerp ervan, namelijk Christus, die ons geworden is tot gerechtigheid (1 Kor.1).

Crux
Evenmin kan ik de auteur volgen als hij wat betreft de heiliging enerzijds verklaart......

Lees verder...


5. Friesch Dagblad - 30 december 2011 - www.frieschdagblad.nl

Spiegel voor gereformeerden en evangelischen

Boekrecensie door Catherinus Elsinga

Dr. Willem Ouweneel, theoloog, schrijver en evangelist en dr. Jan Hoek, bijzonder hoogleraar Gereformeerde spiritualiteit aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) tekenden samen voor het boek. Het is een formule die voortborduurt op een eerdere dialoog die Ouweneel met bisschop De Korte voerde in boekvorm.

Via een levendige gedachtewisseling maakt de lezer kennis met overeenkomsten en verschillen tussen de stromingen ‘evangelisch’ en ‘gereformeerd’. Als ‘gereformeerd’ (in de klassieke zin van het woord) gelden degenen die zich gebonden weten aan de drie Formulieren van Enigheid (de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels). De ‘evangelische’ christenen zijn gewoonlijk vrijkerkelijk, hebben geen credo’s, hangen de geloofsdoop aan, leggen meer nadruk op de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens, zien de Kerk niet als ‘geestelijk Israël’ en beklemtonen meer het Koninkrijk Gods dan het verbond.

Nek uitsteken
Opvallend is dat niet alleen Hoek, maar ook Ouweneel hecht aan de eeuwige uitverkiezing, al komt die niet in mindering op de menselijke...........
Lees verder...


4. Reformatorisch Dagblad - 10 november 2011 - www.digibron.nl...

Gereformeerd of evangelisch
Theologisch gesprek Hoek-Ouweneel niet vrijblijvend

Boekrecensie door A. den Reuver

In het twee weken geleden verschenen boek ‘Gereformeerden en evangelischen’ leggen dr. J. Hoek en dr. W.J. Ouweneel elkaar uit wat zij verstaan onder respectievelijk gereformeerd en evangelisch. Meer nog, ze dagen elkaar ook uit.

De lezer mag van het verloop van hun schermutselingen getuige zijn. De thema’s van het debat liggen voor de hand: rechtvaardiging en heiliging, verbond en doop, kerk en ambt, de christen en de wet. De gesprekspartners bejegenen elkaar hoffelijk en respecteren wederzijds hun overtuiging. Met voldoening stellen zij vast hoeveel zij gemeen hebben en waarvoor zij beiden staan. Dat is inderdaad niet gering. Maar alle broederlijke charme verhindert hen toch niet elkaar minzaam de les te lezen.

Spel
Voor wie een beetje thuis is in kerkelijk Jeruzalem en beide theologen enigszins kent, levert de discussie weinig verrassingen op. De standpunten worden nog eens verhelderd, nu eens geprofileerd, dan weer genuanceerd, maar nergens gewijzigd. Verbazen kan dit laatste niet. De auteurs gaan weliswaar met elkaar in gesprek, maar claimen hun eigen bijbelse gelijk en kunnen elkaar niet overtuigen. Je krijgt trouwens de indruk dat ze dit laatste ook nauwelijks beogen. Ze willen praten en niet polariseren. Dat is natuurlijk nobel, maar wel vrijblijvend. Het is de vraag of de zaak daarvoor niet te urgent is. Ik bedoel: staat er iets op het spel of is het alleen maar spel, zoals dat ludieke plaatje voorop EO-gids Visie eind oktober suggereerde? Volgens mij is er wel degelijk iets in het geding, en wel het Schriftverstaan. In het verloop van het debat treedt dit bij herhaling aan de dag.

Boegbeeld
Nu kan ik onvoldoende peilen hoe representatief dr. Ouweneel is voor ‘de’ evangelischen. De variëteit is in dat kamp al net zo verwarrend als onder gereformeerden. Maar in bedoeld boekje fungeert hij nu eenmaal als evangelisch boegbeeld. Hij zal het wel kunnen billijken dat ik als reformatorisch christen in een hervormd-gereformeerd weekblad – in aansluiting bij de kundige en kernachtige repliek van dr. Hoek – kritisch reageer op zijn evangelisch pleidooi.
Lees verder...


3. Reformatorisch Dagblad - 25 oktober 2011 - www.refdag.nl 

Tussen rechtvaardiging en overwinningsleven

Boekrecensie door Klaas van der Zwaag

HEERENVEEN – De mens mag volgens dr. W. J. Ouweneel niet bij de rechtvaardiging blijven staan. „Hij houdt op aarde zijn zondige natuur, maar hij is niet langer in de mácht van de zonde.” Dr. J. Hoek: „Ieder overwinningsleven dat aan het kruis voorbij wil zijn, valt ten prooi aan hoogmoed.”

Beide theologen gaan in discussie met elkaar in het vorige week verschenen boek ”Gereformeerden en evangelischen. Overeenkomsten en verschillen in actueel perspectief” (uitg. Medema, Heerenveen). Beide theologen verschillen vooral van mening op het punt van rechtvaardiging en heiliging, doop en verbond.

De uitdrukking ”rechtvaardiging uit geloof” staat in de evangelische traditie veel minder centraal dan in het protestantisme, stelt dr. Ouweneel. De evangelische traditie sluit volgens hem meer aan bij de oosters-orthodoxe traditie, waar het meer gaat om de overwinning op satan, het herstel van het beeld van God in de mens en de rol van de Heilige Geest daarbij.

Dr. Ouweneel ziet binnen het protestantisme een relatief geringe plaats voor de Heilige Geest vergeleken met de evangelischen. „Tegenover het arme zondaarsgeloof dat veel traditioneel-protestants denken kenmerkt, staat de evangelische nadruk op een geheiligd overwinnings­leven, niet in eigen kracht, maar in de kracht van de Geest.”

Volgens dr. Hoek is er echter sprake van een hardnekkig mis­verstand wanneer de gereformeerde geloofsbeleving als het arme zondaarsgeloof wordt getypeerd tegenover geheiligd overwinningsleven. De jubel van Romeinen 8 volgt niet chronologisch op de klacht van Romeinen 7, maar het gaat hier om een samen­klank die gaandeweg wordt verdiept. „Het drááit in het christenleven om de rechtvaardiging, terwijl het gáát om de heiliging en de verheerlijking.”

Dr. Ouweneel erkent dat rechtvaardiging belangrijk is, maar God heeft de christen veel méér gegeven. Hij ziet de rechtvaardiging als iets wat behoort bij het fundament, niet bij het gebouw. „Daarom vind ik gelijkvormigheid met Christus, het eeuwige leven als een tegenwoordig bezit, intimiteit met God, vervulling met de Geest en dergelijke belangrijker dan de rechtvaardiging.” Het gaat volgens hem eerst over de positie van de christen in Christus en daarna de praktische heiliging en rechtvaardiging. Hij vindt de betekenis van de Heilige Geest in het praktische christen­leven in de westerse traditie „enorm verwaarloosd”, al komt er „gelukkig” een kentering. Daarom is het geen wonder dat veel christenen zich meer in Romeinen 7 (negatieve ervaringen met heiligmaking) dan in Romeinen 8 (vrijgemaakt van de zonde, vervulling met de Geest) thuisvoelen.......

Lees verder...


2. EO - Visie - 22 oktober 2011

Broeders in de ring
'Probeer eens door de bril van de ander te kijken'

Boekrecensie door Gert-Jan Schaap

Twee hooggeleerde heren, Willem Ouweneel en Jan Hoek, hebben de afgelopen maanden flink gespard. Voor de goede orde: in pak en op papier. Welke overeenkomsten en verschillen zien zij anno 2011 tussen evangelische en reformatorische christenen? Hun soms stevige discussies verschijnen binnenkort in boekvorm.

Onderweg naar een leeg lokaaltje in de Christelijke Hogeschool Ede, waar Jan Hoek docent is, kunnen we ternauwernood voorkomen dat Willem Ouweneel de bibliotheek induikt. Boeken hebben een grote aantrekkingskracht op hem. Datzelfde geldt trouwens voor z'n gereformeerde gespreksgenoot – het zijn tenslotte theologen.

Heikele onderwerpen
Verbond, doop, Israël, rechtvaardiging en heiliging, de ambten, zondagsheiliging: allerlei heikele onderwerpen hebben Ouweneel en Hoek met elkaar besproken. Gereformeerden en evangelischen, de neerslag van hun 'pennenstrijd', ligt begin november in de boekhandel.

Er is al zoveel over deze thema's gezegd en geschreven. Waarom takelen jullie al die ouwe koeien uit de kerkelijke sloot?
"Omdat er vanuit beide bewegingen volop belangstelling voor zo'n boek is," reageert Ouweneel. "Velen binnen de gereformeerde wereld voelen zich aangesproken door een evangelische gemeente; zij willen graag weten waar – afgezien van 'softe' punten als zang en sfeer – precies de verschillen liggen. Dezelfde vraag hebben mensen die juist uitgekeken raken op de evangelische beweging en terug willen naar de kerk."
Hoek vult aan: "Er zijn tegenwoordig allerlei gelegenheden waarbij evangelische en gereformeerde christenen elkaar ontmoeten, bijvoorbeeld via Opwekking en de EO. Die contacten voeden de vraag: 'Hoe zit het eigenlijk met verschillen en overeenkomsten?' De studenten hier in Ede hebben mij al herhaaldelijk gevraagd of daar geen boekje over is geschreven."

Wat mij bij het lezen van de proefdruk opviel, is dat dr. Ouweneel vaak tamelijk prikkelend schrijft, en dr. Hoek wat meer bezadigd. Herkenbaar, heren?
"Mwaaah, da's gewoon de aard van het beestje," zegt Ouweneel. "Als je een beminnelijk figuur bent, zoals Jan, zul je altijd aardige en vriendelijke taal bezigen. Ik ben misschien iets vechtlustiger, omdat ik de discussie wil openbreken. Noem eens iets leuks?"

Een citaat: 'Mijn indruk is dat in gereformeerde kringen te veel over de wet wordt gesproken en geschreven, te weinig over discipelschap, over de navolging van en de toewijding aan Christus.' 
"Dat vind ik niet eens zó prikkelend," zegt Ouweneel.

U stelt ook dat reformatorische christenen 'te veel bij het zondenprobleem' en het 'armezondaarsgeloof' blijven staan. Dat lijkt me toch echt een schop tegen uw gereformeerde scheenbeen, dr. Hoek...
"Het verwijt van Willem slaat op een déél van de werkelijkheid," antwoordt hij. "Wijlen prof. C. Graafland schreef eens dat het geloofsleven van velen in de gereformeerde gezindte zich op oudtestamentisch niveau bevindt. Dat is nogal wat. Maar deels herken ik het. Toch zeg ik: als Calvijn over de geloofszekerheid spreekt, benadrukt hij het vredeleven met God. Prachtig! Tragisch dat we zijn niveau niet hebben kunnen handhaven." "Ook Calvijn bracht de geloofszekerheid te veel in verband met het zondeprobleem," reageert Ouweneel.

Hoezo?
Ouweneel: "Alsof geloofszekerheid alleen maar bestaat uit het weten dat je vergeven bent en naar de hemel gaat! Een gereformeerde broeder zei ooit: 'Willem, je kunt het hele Evangelie samenvatten met de woorden zonde en genade.' Daar ben ik het niet mee eens. Want zonde is een slechte boodschap, geen Evangelie. De blijde Boodschap is onnoemelijk veel méér dan genade voor het zondige leven: de verheerlijking van God, de vestiging van het Koninkrijk, enzovoort. Die term vredeleven, Jan, is wel mooi, maar dan nóg gaat het om zondenvergeving!"

Mee eens, dr. Hoek?
"Genade is méér dan zondenvergeving," beaamt hij, "en omvat ook het vredeleven met God, het leven vanuit de verzoening, waarbij je 'Abba, lieve Vader' mag zeggen. Dat hoort er voluit bij. Dit is geen 'evangelische specialiteit', al geef ik toe dat de gemiddelde gereformeerde preek dit volle boeket niet altijd toont."


Boegbeeld
Jan Hoek is voluit reformatorisch, maar wat zijn openheid voor de Geestesgaven betreft, zou je hem eerder een evangelisch etiketje opplakken. En Willem Ouweneel, die zich doorgaans in evangelische en charismatische kringen begeeft, blijkt in Gereformeerden en evangelischen de predestinatie (uitverkiezing) te onderschrijven. Op dat punt van de geloofsleer is hij dus 'gereformeerd'.

In hoeverre zij jullie nu echt een boegbeeld van de stroming die jullie in dit boek vertegenwoordigen?
Er klinken twee zuchten. "Tsja...," mijmert Hoek. "Wie zijn er nu wél echte boegbeelden van de gereformeerde en de evangelische beweging? Die kun je bijna niet vinden, denk ik." Ouweneel: "Je zou een totáál ander boekje krijgen als je bijvoorbeeld een zuivere arminiaan had genomen (die de reformatorische visie op de uitverkiezing verwerpt, red.), en als opponent iemand uit de Gereformeerde Gemeenten." Hoek: "Dan krijg je twee schepen die elkaar passeren in de nacht. Onze insteek was juist: 'Probeer eens echt door de bril van de ander te kijken.' Want met elkaar discussiëren, verrijkt je."

Loop je al discussiërend niet het gevaar om je hakken nóg dieper in het zand van je eigen gelijk te drukken?
Hoek: "Er zitten twee kanten aan. Je kunt door de ontmoeting je eigen positie relativeren, maar vanuit een stevig gesprek, waarin je eerlijk naar alle argumenten hebt gekeken, kun je ook extra gelukkig zijn met je eigen visie."
"Over bepaalde zaken zouden we nog lang kunnen doorpraten," haakt Ouweneel aan. "Op veel punten staan we waarschijnlijk nóg dichter bij elkaar dan we nu misschien denken."

Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour

Hoe kunnen 'gewone' reformatorische en evangelische christenen tot zo'n geloofsontmoeting komen?
"Je zou in je eigen woonplaats een gezamenlijke bijbelstudiekring van evangelischen en gereformeerden kunnen oprichten," oppert Hoek. "Zo leer je elkaar beter kennen en groei je in wederzijds respect."
Ouweneel: "Da's belangrijk! Het is me een lief ding waard als er over en weer meer tolerantie komt. Op sommige punten, zoals de dooppraktijk, is men in gereformeerde en evangelische kringen vaak sektarisch: 'Het móet zus of zo gebeuren!' Zo van: 'Er zijn twee meningen: de onze en de verkeerde.' Aan dat drammen heb ik een grote hekel. Als we daar met elkaar een heleboel van zouden kunnen afleren, is er al een wereld gewonnen."

Prof. dr. Willem J. Ouweneel (1944) is spreker, docent en auteur. Hij doceert aan de Evangelische Theologische Faculteit (ETF) Leuven, schreef meer dan honderd boeken en werkt op dit moment aan een evangelisch-dogmatische reeks. Hij gaat geregeld voor in allerlei gemeenten, van charismatisch tot gereformeerd.

Prof. dr. Jan Hoek (1950) is hervormd predikant in de PKN, bijzonder hoogleraar vanwege de Gereformeerde Bond aan de Protestantse Theologische Universiteit (locatie Kampen), hoogleraar theologie aan de ETF te Leuven en docent aan de Christelijke Hogeschool Ede. Hij heeft diverse publicaties op zijn naam staan.


1. Nederlands Dagblad - 18 oktober 2011 - www.nd.nl

Ouweneel en Hoek botsen over het verbond en de doop

Door: redactie kerk en religie

HEERENVEEN - De evangelische Willem Ouweneel en de gereformeerde Jan Hoek hebben veel gemeen, constateren ze. Ze botsen met name als het gaat over verbond en doop.

Willem Ouweneel en Jan Hoek zijn allebei theoloog; de eerste noemt zichzelf evangelisch, de laatste rekent zich tot de gereformeerde traditie. Daarnaast zijn ze vrienden en ongeveer van dezelfde leeftijd. Samen schreven ze het boek Gereformeerden en evangelischen. Overeenkomsten en verschillen in actueel perspectief (Uitgeverij Medema, Heerenveen).

De twee behandelen een aantal thema's - rechtvaardiging en heiliging, verbond en doop, kerk en ambt, en christenen en de wet - waarbij ze op elkaar reageren. In het hoofdstuk over rechtvaardiging ('God spreekt als rechter de zijnen vrij van de schuld van de zonde en van de straf op de zonde en zegt hun het eeuwige leven toe op grond van het verzoeningswerk van Christus') en heiliging ('God wist de smet van de zonde weg, doet de macht daarvan teniet en herschept de zondaar tot een nieuwe schepping in Christus') spelen met name Romeinen 7 en 8 een rol. In het eerste hoofdstuk schrijft Paulus 'ik wil het goede wel, maar het goede doen kan ik niet', en in het tweede beschrijft hij het leven door de Geest.

De Nederlands-gereformeerde predikant Willem Smouter vat het samen in zijn nawoord: 'In karikatuur gezegd vatten evangelischen dat op als 'zie je wel, we zijn er al' en dus is Romeinen 7 geschiedenis en Romeinen 8 realiteit. Terwijl - opnieuw in karikatuur - gereformeerden ervan maken: 'je bent het in belofte' want Christus heeft het verdiend en ooit zal het zo zijn, maar voor nu blijven we zondaars.'

De verschillen die in dit hoofdstuk naar voren komen, blijken ook de reden van verschillen op andere terreinen. Het zorgt ervoor dat gereformeerden hun dienst soberder invullen (want zij hebben meer aandacht voor de zondige mens) terwijl evangelischen meer inzetten op aanbidding (het overwinningsdenken van Romeinen 8). En dat gereformeerden meer dan evangelischen waarde hechten aan lezing van de tien geboden. Regelmatig constateren de theologen dat hun standpunten dicht bij elkaar liggen. Wat doop en verbond betreft, liggen ze het verst uit elkaar (het enige punt waar volgens Smouter bij Ouweneel 'stoom uit zijn oren komt'). Volgens Hoek draagt 'niet mijn geloof de doop, maar draagt mijn doop mijn geloof. Het gaat om de blijvende geldigheid van Gods in de doop verzegelde belofte'. Ouweneel zegt dan getergd dat er 'strikt genomen geen enkel verbond is gesloten' en dat gereformeerden hun verbondsleer 'niet allereerst in de Schrift hebben "gezien"', maar het als argument achteraf hebben bedacht in hun strijd met de wederdopers..........

Lees verder...

www.vergadering.nu