|
www.vergadering.nu Recensie-index www.vergadering.nu
2
RECENSIES
Reformatorisch Dagblad - 26 juni 2002 - www.refdag.nl
door ir. J. van der Graaf
Nieuwe vragen rond Israël
Visie van Ouweneel gekenmerkt door manco inzake het verbond
”Israël en de Palestijnen”
Willem J. Ouweneel
Uitgeverij: Barnabas, Heerenveen, 2002
ISBN 90 5829 320 3
Pagina’s: 87
Prijs: € 10,95
Prof. dr. Willem J. Ouweneel, de bekende voorman uit de kring van de Vergadering van
Gelovigen, is zijn honderdste boek al weer ruimschoots voorbij. Tot de honderd-plus behoort het boekje ”Israël en de Palestijnen”.
Eerder gaf Ouweneel veertig antwoorden op vragen over Israël in het blad Visie van de
Evangelische Omroep. In deze publicatie beantwoordt hij de -kennelijk- vele vragen die hem
daarover bereikten. Antwoorden die -bij alle instemming- ook weer vragen oproepen.
.
Ouweneel laat er geen enkel misverstand over bestaan dat hij „onverkorte liefde” heeft
voor het volk Israël. Over de staat Israël echter wenst hij met zijn critici een hartig
woordje te spreken. Hij zet -terecht- geen isgelijkteken tussen het volk en de staat en is
zeker niet bereid om de politiek van Israël kritiekloos tegemoet te treden. Die politiek
wisselt trouwens met wisselende regeringen.
.
Ouweneel weet waarover hij spreekt. Hij kent de geschiedenis, hij kent de ontwikkelingen in
het Midden-Oosten nadat de Verenigde Naties in 1947 aan het Joodse volk een staat toekenden,
hij kent vooral ook de Bijbel. Als zodanig is het boek boordevol waardevolle informatie: over
de tweewegenleer, de twee en de tien stammen, religieuze kwesties in Jodendom en islam, visies
op herbouw van de tempel en de politieke aspiraties aan beide zijden.
.
Als het gaat om de vraag wie de oudste ’rechten’ heeft op het Heilige Land, zegt Ouweneel
dat de enige staat die ooit in Palestina heeft bestaan, het oude Israël was. Meer dan 90
procent van de tegenwoordige Palestijnen stamt uit families die pas na de eerste Zionisten in
het land zijn gekomen. De ’mythe’ van een Palestijns volk is pas na de Zesdaagse Oorlog
tot ontwikkeling gekomen. En altijd al hebben er Joden in het Heilige Land gewoond. Toch laat
hij de vraag onbeantwoord van wie het land nu, vandaag is; of hij is er dualistisch over. Die
vraag lijkt de lezer, bij de alternatieven die Ouweneel aanreikt, zelf te mogen oplossen. Dat
het land, zoals Ouweneel stelt, van God is, laat de vraag van de legitimatie van het politieke
recht op het land onbeantwoord.
.
Ouweneel gaat daarbij intussen een stapje verder (te ver) als hij de vraag stelt of het niet
„te naïef-romantisch” is om te stellen dat God aan Israël het land „gegeven” heeft,
om vervolgens tot het antwoord te komen dat Israël het land gewoon heeft „gepikt.” Het is
onduidelijk of Ouweneel hier louter het oog heeft op 1967 en de daarop gevolgde
nederzettingenpolitiek, of ook (ten dele) op 1948. Intussen wil hij ook geen Palestijnse staat
„volgepompt” met Arabische wapens die een „voortdurende en onaanvaardbare dreiging”
voor de staat Israël zal betekenen.
.
Principieel
Over allerlei concrete politieke kwesties kunnen we verschillen. Ik val hem verschillende
malen bij als het gaat om recht doen aan de Palestijnen. Ik val hem niet bij als het gaat om
een Palestijnse staat; wat mij betreft onder condities. Alsof onder de huidige staat Israël
ook niet een tijdbom ligt. Maar bij lezing van het boekje rijst bij mij wel een principieel
bezwaar. Het staat voor Ouweneel als een paal boven water dat God „eenmaal” het hele land
aan Israël zal teruggeven, omdat het „voor altijd en eeuwig” aan Israël toebehoort. Dat
lijkt in overeenstemming met de landbelofte uit Genesis 17, waar God aan Abraham het land
belooft tot „een eeuwige bezitting.”
.
Maar de kwestie zit ’m in het wanneer en het hoe. Als het land voor „eeuwig” aan Israël
toebehoort, werpt Ouweneel tegen, waarom heeft het volk dat land dan zoveel eeuwen niet
bezeten? Voor hem gaat een geestelijke verandering vooraf aan de vervulling van Gods beloften.
Onder Gods toelating hebben de Israëli’s het land genomen, al zou het wel een voorbode, een
voorproefje kunnen zijn van het grote geestelijke herstel. Maar van vervulling is nog geen
sprake. Geestelijk herstel is een voorwaarde vooraf. In het eschaton zal het pas geschieden,
wanneer dat dan ook in zijn visie zijn moge.
.
Als Ouweneel in dit geschrift Ezechiël 37 (over het dal van de dorre doodsbeenderen) ter
sprake brengt, denkt de lezer: nu zal het komen. Maar nee. Ezechiël 33-39 vormt, zegt
Ouweneel, één geheel, dat niet betrekking heeft op de tegenwoordige tijd maar op het
Messiaanse vrederijk. Totdat hij zichzelf toch in de rede valt. Want helemaal aan het eind
komt toch nog Ezechiël 37 afzonderlijk terug. En dan bekent hij dat het herstel in twee fasen
plaatsvindt. De eerste fase is die van het bijeenkomen van de beenderen: toch de terugkeer van
de Joden en de oprichting van de staat. De tweede fase is het komen van de Geest in de
beenderen: het geestelijk herstel. Hier is Ouweneel, als ik me niet vergis, in tegenspraak met
zichzelf. Een overigens heilzame inconsequentie.
.
Verbond
Wat zich echter in Ouweneels visie wreekt, is het ontbreken van het verbond. In het verbond is
sprake van trouwe en ontrouwe kinderen. Ouweneel laat menselijke gehoorzaamheid voorafgaan aan
de vervulling van de belofte. Alsof de eeuwige God soms niet geslachten overslaat om alsnog de
draad van Zijn verbond weer op te pakken, menselijke ontrouw ten spijt. Hier verschil ik
fundamenteel met Ouweneel van mening.
.
Dit alles laat onverlet dat zijn publicatie een rijkdom aan gedachten bevat. Maar bevredigend
is het (voor mij) niet, in het principe niet overtuigend.
Bode van het Heil in Christus - oktober 2002
Recensie door H.P. Medema
In oktober 2001 verschenen in Visie van de Evangelische Omroep veertig vragen en veertig antwoorden van Willem Ouweneel over het onderwerp
Israël en de Palestijnen. Vervolgens ontstond een uitgebreide discussie in het programmablad van de EO. De vragen en antwoorden zijn in dit boekje uitgebreid en verdiept met reacties op de reacties, en er is materiaal toegevoegd waarvoor toen in Visie geen ruimte was.
De auteur houdt vast aan zijn mening op het toekomstige plan van God met zijn volk Israël, maar geeft de lezer heel wat te denken over de huidige situatie rond de staat Israël. Het christelijke zionisme heeft maar al te vaak kritiekloos het seculiere Joodse zionisme omhelst, als een vervulling van de bijbelse profetieën.
Maar moet het ons bijvoorbeeld niet te denken geven dat in het moderne Israël geen plaats is voor Messiasbelijdende Joodse gelovigen? En is het niet vreemd dat sommige christenen zich zozeer ‘vrienden van Israël’ willen betonen, dat ze alleen maar poeslief voor de huidige staat zijn – terwijl de bijbelse profeten toornden tegen ongeloof en ongehoorzaamheid? Wordt er anderzijds niet veel te naïef door vele westerse media gedacht over Arafat en zijn Palestijnse autoriteit? En kennen wij de geschiedenis wel echt?
Op al dit soort kwesties gaat dit boekje in. Het is aan de ene kant erg handig opgebouwd door de schematische opbouw aan de hand van de vragen; anderzijds is dat een minpunt, omdat de verdieping en de grote lijnen wel eens worden gemist. Wat ook ontbreekt, is een nauwkeuriger analyse van de samenhang (of juist: de vijandschap) tussen de Arabische staten onderling, en hun eenheid in de strijd tegen Israël. Maar in ieder geval is er veel denkstof in te vinden.
Willem J. Ouweneel, Israël en de Palestijnen: waarheid en misleiding, Barnabas, Heerenveen, 2002, 87 blz., prijs € 10,95
|