www.vergadering.nu  Recensie-index  www.vergadering.nu

1 RECENSIE


Luthers theologisch testament
René Süss
Uitgeverij: VU University Press 2006
ISBN: 9789086590155
Prijs: 29,95 euro

Meer informatie over een Luther-discussie...


1. Friesch Dagblad - 13 maart 2007 - www.frieschdagblad.nl

Spreken met eindtijd voor ogen 

Leeuwarden - Al vele jaren woedt er een discussie over de kerkelijke wortels van de jodenhaat. De Amsterdamse theoloog René Süss trok vorig jaar in zijn proefschrift "Luthers theologisch testament: Over de Joden en hun leugens" een rechtstreekse lijn van de woorden van Luther naar de daden van Adolf Hitler. Op een studiedag werd zijn boek tegen het licht gehouden. 

Boekrecensie door DIRK VISSER 

Süss, een kind van een joodse vader en een oorspronkelijk lutherse, later tot het jodendom bekeerde moeder, was aanvankelijk hervormd theoloog. Later ging hij over tot het jodendom, maar hij beschouwt zichzelf nog steeds als christelijk theoloog. In 1991 streek hij protestants Nederland ook al tegen de haren in met zijn boek Een genadeloos bestaan over het antisemitisme van Karl Barth, de grote Zwitserse protestantse theoloog. 

Zijn promotie aan de Universitaire Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid bij prof. dr. Jurjen Wiersma ging vorig najaar niet zonder problemen gepaard. De Universitaire Faculteit wilde niet dat zijn proefschrift als handelseditie zou verschijnen. Uiteindelijk heeft de VU University Press het boek uitgebracht. Het was te verwachten dat de ‘harde’ conclusies van Süss niet zonder weerwoord zouden blijven. 

Afgelopen vrijdag lieten de kerkhistorici dr. Hans-Martin Kirn, hoogleraar aan de PThU te Kampen, en dr. Dick Akerboom, universitair docent te Tilburg, op een studiedag weten dat zij het niet eens zijn met Süss. Volgens hen bestaat er geen rechtstreeks verband tussen de jodenhaat van Maarten Luther en het antisemitisme van Adolf Hitler. ,,De stelling van een directe weg van Luther naar Hitler is historisch niet in stand te houden”, aldus Kirn. En in de woorden van Akerboom: ,,Men kan onmogelijk iemand feitelijk verantwoordelijk houden voor praktijken die eeuwen later met zijn uitspraken worden goed gepraat”.




Business boeken (234x60)
Verdrijving 
In het wetenschappelijk onderzoek naar de wortels van het antisemitisme bestaat er wel een breed gedragen overeenstemming dat het moderne antisemitisme nauwelijks mogelijk was geweest zonder de eeuwenlange jodenhaat van de kerk. Het vooral theologisch gemotiveerde anti-joodse denken van Luther ging in zijn laatste jaren over in antisemitische agitatie met als doel verdrijving van de joden en vernietiging van het jodendom als religie, aldus Kirn. 

De stelling van Süss is volgens Kirn niet nieuw. Opmerkelijk noemde hij wel dat Süss weinig gebruik heeft gemaakt van de bestaande literatuur. Onder anderen de Amerikaan Willliam Shirer had in 1990 in zijn boek Opkomst en ondergang van het Derde Rijk reeds hetzelfde beweerd, wat toen tot een uitgebreide wetenschappelijke discussie met allerlei argumenten voor en tegen had geleid. Het zou volgens Kirn echter te gemakkelijk zijn het boek van Süss wegens de methodologische zwakheden en de associatieve denkwijze te bekritiseren. Daarmee doen we het boek onrecht. 

Kirn stelde voor het boek te lezen zoals het is geschreven: als een provocatie van de christelijke theologie, die met grote tegenzin de medeverantwoordelijkheid voor het eeuwenlange anti-judaïsme heeft erkend en die nog steeds grote moeite met het antisemitisme van haar theologische ‘held’ Luther heeft. Luther, die vooral een exegeet was, heeft vanaf het begin een tegenstelling gezien tussen jodendom en christendom. Daarop paste hij de bijbelse beelden toe van ‘vlees’ en ‘geest’ en van ‘kinderen van de duivel’ en ‘kinderen van het licht’. Dit gold overigens niet alleen voor het jodendom, maar ook voor het pausschap en de vertegenwoordigers van de radicale Reformatie, de wederdopers. 

Omstreeks 1523 sprak Luther van een ‘vriendelijke’ omgang met de joden, maar wel met de bedoeling hen te bekeren. Maar in 1543 pleit Luther in zijn boek Van de joden en hun leugens voor de verdrijving van de joden, het in brand steken van de synagoges en dwangarbeid voor joodse jongeren. Dat Hitler en Julius Streicher, de redacteur van het nazi-blad Der Stürmer, zich op Luther beriepen, zegt volgens Kirn weinig. Het is zeer onwaarschijnlijk dat Hitler, een Oostenrijkse rooms-katholiek, boeken van Luther heeft gelezen. Wel noemde de lutherse nazi-bisschop Martin Sasse in 1938 Luther ,,de grootste antisemiet van zijn tijd”. Ook gaf hij in hetzelfde jaar Luthers boek Van de joden en hun leugens opnieuw uit. In het voorwoord rechtvaardigde Sasse de Reichskristallnacht op 10 november 1938, waarin de nazi’s de synagoges in brand hadden gestoken. 

Voor de opkomst van het antisemitisme zijn volgens Kirn de volgende ontwikkelingen van meer invloed geweest dan Luthers anti-joodse denken: het agressieve nationalisme, het mislukken van de emancipatie van de joden, de volksideologie, het racisme en de crisis van de moderne samenleving, waarin de joden tot zondebokken werden bestempeld. 

Akerboom legde vooral nadruk op de historische context van Luther. Het gevoel onmiddellijk voor het aanbreken van de eindtijd te leven, maakte dat Luther zijn tegenstanders als een apocalyptisch gevaar beschouwde. Akerboom vergeleek Luthers houding tegenover de joden met diens houding tegenover het pausschap. De paus was in Luthers ogen de antichrist. Niet bezwaren van morele aard omtrent de levenswandel van de paus of van de geestelijkheid waren voor Luther doorslaggevend, maar uitsluitend bezwaren van dogmatische aard. Pauselijke uitspraken stonden als menselijke uitspraken haaks op het woord van God. Luther spoort in zijn latere leven keizers, koningen en vorsten aan om zich het pauselijk bezit toe te eigenen en de paus en de kardinalen te doden. Luthers uitspraken over de joden, het pausdom en de wederdopers moeten worden verstaan uit het apocalyptische levensgevoel van die tijd, maar dat kan geen rechtvaardiging zijn voor zijn uitbarstingen tegen hen, aldus Akerboom. 

www.vergadering.nu