|
www.vergadering.nu Recensie-index www.vergadering.nu
2
RECENSIES
Vrijgemaakte vreemdelingen
Visies uit de vroege jaren van het gereformeerd-vrijgemaakte leven (1944-1960) op kerk, staat, maatschappij, cultuur, gezin
dr. Mees te Velde, dr. Hans Werkman
Prijs: € 17,90, 210 pag.
ISBN: 9789055603510
Uitgeverij: De Vuurbaak BV Dit boek bestellen...
Is de leer ingehaald door de praktijk? Vrijgemaakten in deze tijd kijken anders aan tegen kerk, staat, maatschappij, kunst, cultuur en gezin dan de vroeg gereformeerd-vrijgemaakten, uit de eerste decennia na 1944. De wereld van de eerste vrijgemaakten werd gekenmerkt door cultuuropdracht en vreemdelingschap. Kunnen we het vrijgemaakte verleden en het vrijgemaakte heden nog met elkaar verbinden? Of hebben het denken, kiezen en handelen nauwelijks meer wortels en regeert vandaag de pluraliteit en de vluchtigheid?
Vrijgemaakte vreemdelingen draagt bij aan het collectieve zelfinzicht van wie in de vrijgemaakte traditie staat. De auteurs gaan niet voorbij aan het gevaar dat geschiedschrijving een afrekening wordt met het verleden waarmee men op gespannen voet leeft.
Dit boek biedt nieuwe inzichten voor heroriëntatie en hernieuwde bepaling van de eigen identiteit. Daarnaast levert het boeiende onderwerpen voor vervolgstudie.
2.
Reformatorisch Dagblad -
9 mei 2007 -
www.refdag.nl
Schilders invloed bleef beperkt
Recensie door Dr. ir. J. van der Graaf
Vrijgemaakten hebben veel te weinig
verbindingen weten te leggen met andere christenen. Volgens prof. dr. M. Te
Velde belemmerde hun antithetische houding en overmatige nadruk op de
vreemdelingschap dat. Het getuigt van moed om het eigen kerkelijk verleden
kritisch tegen het licht te houden.
„De vrijgemaakte wereld maakt thans zonder twijfel een identiteitscrisis
door. Of die heilzaam is of niet doet er nu niet toe. Wie in een dergelijke
crisissituatie zijn geschiedenis gaat te boek stellen loopt risico’s.
Geschiedschrijving kan dan een afrekening worden met een verleden waarmee
men op gespannen voet leeft of wil leven. Rekeningen worden vereffend en de
distantie maximaal gemaakt. Geschiedschrijving kan een bijna therapeutische
functie krijgen, het helpt via het ”verwerken” van het verleden vrijheid te
herwinnen in het heden.”
Dat schrijft Eimert van Middelkoop, onze kersverse minister van Defensie, in
een boek waarin vrijgemaakt gereformeerden terugblikken op hun verleden. Het
boek ontstond uit een kerkhistorisch specialisatieproject aan de
Theologische Universiteit van de vrijgemaakten in Kampen, onder leiding van
prof. dr. M. te Velde. Zeven studenten schreven een doctoraalscriptie over
een aangelegen thema in de vrijgemaakte wereld in de tijd tussen 1944, het
jaar van de Vrijmaking, en 1960. Op een studiedag in maart 2005 gingen zeven
coreferenten met „de jonge doctorandi” in gesprek. Een van hen was Van
Middelkoop.
Radicaliteit
Van Middelkoop reageert op een bijdrage van Egbert Jacob Terpstra (PKN-predikant
in Drogeham), de enige niet-vrijgemaakte van de zeven doctorandi. Hij
spreekt in de titel van zijn verhaal prikkelend over ”Het echec van
Schilders leiderschap”. De bijdrage van Terpstra gaat over de controverse
tussen K. Schilder en (de groep) P. Jongeling.
Jongeling en Schilder verschilden in de consequenties van hun radicaliteit
inzake de kerkleer. „Waar Schilder verschil van mening toeliet -inherent aan
het pluriformiteitselement in zijn kerkleer- was de ware kerk voor Jongeling
en de zijnen uniform en met duidelijke antwoorden op de vragen die de eigen
tijd stelde.”
De groep Jongeling zocht naar „een eigen veilige plek in een zeer
bedreigende wereld.” Schilder faalde in die controverse als leider, hij
onderkende niet de diversiteit in motieven voor vrijmaking bij hen die in
1944 braken met de Gereformeerde Kerken. Van Middelkoop valt hier Terpstra
bij. Jongeling -zijn leermeester- heeft veel meer dan Schilder de
vrijgemaakte gedachte operationeel gemaakt, gaf veel meer de door velen
verlangde duidelijkheid voor de politieke, journalistieke en
maatschappelijke praktijk. Het leiderschap van Schilder bleef beperkt tot
het kerkelijk, theologisch en cultuurfilosofisch vlak.
Harmonie
Bekend is het werk van Schilder ”Christus en de cultuur”. Frits Geerts
geeft daaraan aandacht in een bijdrage over gereformeerd vrijgemaakte
cultuurvisies; visies, meervoud, waaruit blijkt dat Schilders opvattingen
niet overal werden gekopieerd. De auteur zegt dat de combinatie die Schilder
maakte tussen Christus en de cultuur om een nieuwe doordenking vraagt.
Schilder achtte het mogelijk dat christenen positief in de cultuur staan. In
een nieuwe doordenking zou meer plaats moeten zijn voor het gebod: ”Gij zult
genieten”.
Hans Werkman, die een indrukwekkende lijst van schrijvers, dichters en
schilders uit de vrijgemaakte wereld voor het voetlicht haalt, valt Geerts
bij als hij de vinger legt bij de beperktheid van Schilders visie. Een
kunstwerk beoordeelde Schilder naar het woord van Paulus: „Al wat waarachtig
is, al wat eerlijk is...” (Filippenzen 4:8). Vrijgemaakten mochten in de
jaren veertig en vijftig alleen genieten van de „harmonie”, van Rembrandt en
Bach. Geerts schrijft, in navolging van Douma: „Maar een profeet beziet
zowel de hoogten als de diepten van deze werkelijkheid. Het schone en
verhevene, maar ook het lelijke en afschuwelijke horen bij onze wereld.”
Identiteit
Ik laat de waardevolle hoofdstukken over de antithese tegenover de
Doorbraak in de naoorlogse jaren (Gertjan van Harten en Roel Kuiper) en over
de verzorgingsstaat (Bastiaan van der Wal en R. E. van der Woude) node
buiten beschouwing. Dat geldt ook voor het hoofdstuk over een Kralingse
binnenbrand die tot bosbrand werd (Ferdinand J. Bijzet en Willem Smouter) -
een geding over de verhouding van de plaatselijke en landelijke kerk,
waarbij overigens opvalt dat ook hier wordt opgemerkt dat K. Schilder in
zijn leiding faalde en die brand niet wist te blussen.
Ik leg de vinger nog wel even bij een centraal hoofdstuk, kenmerkend voor de
identiteit van de vrijgemaakten: ”In het verbond ontvangen en geboren.
Opvoedingsadviezen van gereformeerd vrijgemaakten”. Uiterst scherp
formuleert hier Gerbram Heek: „Naar mijn overtuiging zijn het optimisme en
de maakbaarheid die in de ”vrijgemaakte” opvoedingsliteratuur te vinden
zijn, via het neocalvinisme te herleiden tot de negentiende-eeuwse
moderniteit. Daarom moeten ze zowel vanuit de Bijbel als vanuit onze eigen
tijd onder kritiek worden gesteld.”
Het spreken over Jezus Christus blijft „beperkt.” Verbinding met de
negentiende-eeuwse moderniteit? Kuyper en Schilder zouden het niet moeten
horen. Overigens stelt deze auteur ook de vraag of de spanning tussen „de
roeping in de samenleving en de vreemdelingschap” op te lossen is door het
gevoel te voeden buiten de wereld te staan „en een eigen plan te trekken.”
Moed
Er is moed voor nodig om eigen kerkelijk verleden, met inbegrip van de
grote mannen uit dat verleden, kritisch tegen het licht te houden. Dat
gebeurt in deze bundel. De beperking is dan uiteraard wel dat een periode
uit het verleden minutieus wordt doorlicht, terwijl naar de ontwikkelingen
in het heden toe slechts enkele houtskoollijnen worden getrokken. Een
vervolgproject over hoe de vrijgemaakten zich nu tot de onderzochte thema’s
verhouden zou waardevol zijn, al moet er enige distantie in de tijd zijn om
dat adequaat en evenwichtig te kunnen beoordelen.
In een evaluerend hoofdstuk ”Vrijgemaakte vreemdelingen tussen verleden en
toekomst” geeft prof. Te Velde al wel aanzetten. Vrijgemaakten hebben, zegt
hij, veel te weinig verbindingen weten te leggen met andere christenen. „Hun
antithetische houding en overmatige nadruk op de vreemdelingschap
belemmerden dat.”
Het goede dat er was in andere kerken en bij niet-gelovigen kon daarom geen
plek krijgen, zegt hij. Dat is in de laatste jaren grondig veranderd. Rest
de door Te Velde opgeworpen vraag of het vrijgemaakte verleden en de
vrijgemaakte toekomst nog met elkaar te verbinden zijn. Als het zo sterk
gevraagd moet worden, is een vervolgproject zeker op zijn plaats.
1.
Nederlands Dagblad - 4 april 2007 - www.nd.nl
Vrees voor karakterloze vrijgemaakte kerken
Wat zwak en verkeerd was aan het vrijgemaakt-gereformeerde verleden, veroorzaakt zoveel problemen, omdat het gepaard ging met de uitstraling dat 'het allemaal goed en exclusief in Gods wil geworteld was'. Kerkhistoricus Mees te Velde spoort aan tot schuldbelijdenis tegenover God en mensen.
BARNEVELD - Vrijgemaakt-gereformeerden hebben een probleem. Het is moeilijk voor ze, hun verleden te verbinden met hun toekomst, meent Mees te Velde, hoogleraar kerkgeschiedenis in Kampen. Christelijke opinies en overtuigingen hebben in het verleden onder vrijgemaakt-gereformeerden een eigen speciale toespitsing en aankleding gekregen, stelt hij vast. Het zijn vooral die vrijgemaakte bijzonderheden, die ,,aansluitingsproblemen'' opleveren. ,,Ze veroorzaken frustraties en leiden ertoe dat mensen zich er teleurgesteld tegen afzetten en de eigen traditie de rug toekeren, binnen of buiten de vrijgemaakte kerken. Dat is een te breed verschijnsel gebleken om het met bezweringsformules te behandelen, zoals sommigen nog steeds proberen. Het is ook niet goed om het te laten gaan. Niet omdat het typisch vrijgemaakte onmisbaar is, integendeel. Maar omdat dikwijls met het badwater ook het kind wordt weggegooid. En omdat er weinig substantieels voor in de plaats komt. Dan worden de vrijgemaakte kerken karakterloze kerken, waarin het denken, kiezen en handelen nauwelijks meer wortels heeft en waar de pluraliteit en de vluchtigheid regeren.''
Te Velde maakt de balans op van het vrijgemaakt-gereformeerde kerkelijke leven in het boek Vrijgemaakte Vreemdelingen , een uitgave van de Vuurbaak, verschenen in de bezinningsreeks van de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). De bundel, onder redactie van dr. Mees te Velde en dr. Hans Werkman, bevat bijdragen aan een studiedag over de eerste periode uit de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), globaal de jaren 1945 tot 1960. De studiedag vloeide voort uit een kerkhistorisch project van genoemde Theologische Universiteit, waarvan Te Velde studieleider was. In het boek heeft hij een nabeschouwing geschreven over 'vrijgemaakte vreemdelingen tussen verleden en toekomst'.
Diepgang
Te Velde ziet wel een uitweg. Er zou op hoofdzaken overeenstemming moeten komen over de waardering van de vrijgemaakte traditie. Zowel met het oog op waardevolle elementen als op de zwakten en fouten van het vrijgemaakte verleden. Want juist wat zwak en verkeerd was, veroorzaakt zoveel problemen, doordat men ,,uitstraalde dat het allemaal goed en exclusief in Gods wil geworteld was''. Dit bezinningsproces, dat ,,voldoende diepgang'' moet krijgen, moet wel uitmonden in ,,het openleggen van dit zelfinzicht voor de Here God, bij wie genade en vergeving te vinden zijn''. ,,Een kerk waar te weinig bescheidenheid is en te veel zelfrechtvaardiging, en die te grote woorden spreekt, bouwt een onderhuidse spanning en achterstallig onderhoud op.''
In het verlengde van verootmoediging voor God ziet Te Velde ,,openhartige erkenning van gebreken en zonden tegenover anders-kerkelijke christenen, en met name ook broeders en zusters van hetzelfde huis met wie in de jaren zestig een breuk werd voltrokken''. ,,Voor mijn eigen aandeel door de jaren heen, eerst als scholier en als student, later als predikant, docent, deputaat, adviseur, schrijver van artikelen, wil ik dat bij dezen ook doen. Er is veel waar ik met een goed geweten op terugkijk. Maar er zijn ook lijnen van denken en manieren van doen waarvan ik spijt heb.'' Oproepen tot erkenning van schuld, onder meer over de kerkscheuring in de jaren zestig, zijn van vrijgemaakte zijde al eerder gedaan. Zo hebben prof. dr. J. Douma en kerklid H.G. van der Weijden de generale synode met verzoeken in die richting benaderd. De synode van Zuidhorn besloot in 2003 echter af te zien van een onderzoek naar '1967'. Destijds verklaarde Te Velde als synodeadviseur dat zo'n onderzoek ,,heel kwetsbaar'' is. ,,Mensen nemen beslissingen in concrete situaties, deels met argumenten die niet op papier staan. Als je dat later wilt ontrafelen, is dat onbegonnen werk'', zei hij op de synodevergadering.
Naast een gemeenschappelijke waardering van het verleden, acht Te Velde in zijn nabeschouwing in Vrijgemaakte Vreemdelingen verbreding van het Schriftuurlijk-gereformeerde denken nodig. ,,Een kleine en overzichtelijke kerkgemeenschap loopt veel risico te leven bij enkele in eigen kring ontwikkelde visies en trends. Dat geldt zowel voor vroeger als voor nu. In plaats van verbond en kerk kunnen bijvoorbeeld 'Christus centraal' of 'aandacht voor het werk van de Geest' als nieuwe thema's beeldbepalend worden. Al snel vindt er daaromheen groepsvorming en nieuwe polarisatie plaats. En het profiel wordt opnieuw een smal profiel dat de katholiciteit van geloven en kerk zijn geen recht doet.''
Verbreding van de gereformeerde overtuiging is volgens Te Velde te vinden door studie te maken van grote denkers uit de geschiedenis van de christelijke kerk, mat name sinds de Reformatie, zoals Luther, Calvijn, John Owen, Jonathan Edwards, Kuyper en Bavinck. Die verbreding is verder te vinden ,,door op de hoogte te blijven van allerlei denkwerk in onze eigen tijd''.
Ontworstelen
Op deze basis kan de eigen specifieke identiteit weer inhoud en stabiliteit krijgen, en kan er aansluiting komen bij goede elementen uit de vrijgemaakte traditie, aldus Te Velde. ,,Men moet dan wel ophouden die traditie te behandelen als een autoriteit aan wie men óf gehoorzamen óf zich ontworstelen moet.''
Kerkhistoricus analyseert verleden van Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt)
De Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) zijn voortgekomen uit een afscheiding van de Gereformeerde Kerken in Nederland in het jaar 1944. In de jaren zestig ontstonden opnieuw conflicten, die in 1967 leidden tot een scheuring. Dit resulteerde in de vorming van het, wat kleinere, kerkverband van de Nederlands Gereformeerde Kerken. Op dit moment telt het vrijgemaakt-gereformeerde kerkverband bijna 126.000 leden, 278 gemeenten en 296 predikanten. Het eigen verleden is afgelopen decennia in toenemende mate onderwerp van gesprek en van kritiek geworden. Het onderwerp ligt in sommige kringen gevoelig, wat niet wil zeggen dat iedere vrijgemaakt-gereformeerde zich er erg druk over maakt.
Kerkhistoricus Mees te Velde schetst in het boek Vrijgemaakte Vreemdelingen het profiel van vrijgemaakten in de jaren 1945 tot 1970, met vijf thema's: de kerk, de antithese, de ambtsgedachte, de Schrift, het verbond. Enkele citaten over het thema kerk:
,,Er was een hoog ideaal en een diepe wens om de kerk met haar bediening van Gods Woord als krachtcentrale te laten werken in directe betrokkenheid op alle vraagstukken van het leven.''
,,Tegelijk lijkt de kracht van deze beweging sinds het midden van de jaren tachtig verminderd. In de prediking en de kerkelijke toerusting wordt de betekenis van het evangelie voor het sociale of politieke leven, voor milieu of economie nog wel genoemd, maar ze wordt inhoudelijk veel minder uitgewerkt. In kerkdiensten en ook in de kringen waar kerkleden samen Bijbelstudie doen, gaat het vooral over het persoonlijke geloof en de persoonlijke ethiek.''
,,In 1944 en volgende jaren ging men de kerken van de Vrijmaking meer of minder naadloos identificeren met de ware kerk (...). Het is waar dat dit door een vrijgemaakte synode nooit zo is uitgesproken. Maar in de kerken was deze overtuiging breed aanwezig en werd ze met ijver uitgedragen. Zo ontspoorde het denken over de kerk en raakte het de aansluiting met de bredere traditie van bijvoorbeeld Calvijn en Bavinck kwijt.''
,,Men ging sinds 1944 de weg van een nieuwe denominatie, maar met de pretentie van ongeveer de enige ware katholieke kerk in Nederland te zijn. Dat waren al te grote woorden en niet vol te houden idealen. Het is pijnlijk te zien dat in de jaren zestig het verzet hiertegen krachtig en kerkscheurend de kop werd ingedrukt. Was het toen alleen over de kerkvisie gegaan en niet ook over de binding aan de belijdenis, dan zou 'de breuk' van 1967' wellicht een andere afloop hebben gekregen. En een zwak punt in de besluiten van de generale synode van 1967 blijft dat ze niet naar twee kanten sprak en geen besef toonde dat in de vrijgemaakte traditie wel degelijk een versmald en exclusiverend spreken over de kerk aanwezig was.''
|