Start

Vrouwen profeteren
   FAQ
   Brochure
   Winston
   Godet
   Praatstuk
   Links

Muziek

Opname
   Geen opname?
   Israel terzijde gesteld?

Wedergeboorte

Zoonschap
   Eeuwig zoonschap

Genezing
   Geneest de zieken
   Handoplegging
Heilige Geest
Charismatisch

Verzoening


Home > Vrouwen profeteren > FAQ > Brochure > Winston > Godet > Praatstuk > Links

Brochure "Zwijgen, waarom?"
Een brochure van JGF en GHK (1999)

De brochure begint met het standpunt dat bidden en profeteren hetzelfde is als leren en een positie van gezag of leiding innemen. Verder wordt een sterk beroep gedaan op het vermeende verschil tussen zgn. 'gemeentelijke' en 'niet-gemeentelijke' samenkomsten. Maar dat is echter een zelf ontworpen onderscheid om de pro-argumenten buiten de gemeente te kunnen plaatsen. In dit verband wordt een van de duidelijkste pro-argumenten niet genoemd. Er wordt namelijk niets gezegd over het profeteren en spreken in talen door de vrouwen op de pinksterdag, dus in de gemeente die bijeen was in de bovenzaal, en die op die dag ontstond door de uitstorting van de Heilige Geest.

Zwak
Diverse nieuwe argumenten pro-spreken door vrouwen worden in deze brochure niet genoemd. Er is sprake van een zekere vooringenomenheid, want al bij voorbaat worden de pro-spreken-argumenten zwak genoemd en tevens leerstellig onverantwoord. Een ander zal dat echter juist andersom ervaren. De brochure zet alle 'oude' standpunten nog eens op een rij, echter zonder daarbij de echte vr-argumenten te bespreken.

Geweten
Er wordt in deze brochure een zwaar beroep gedaan op het bezwaarde geweten. Daar moet rekening mee gehouden worden. Rekening houden met het geweten van de pro's is echter een even belangrijke zaak. Die kant wordt nauwelijks aangeroerd. Er wordt van hen eenzijdig gevraagd om uit liefde maar niet te doen wat de Heer naar hun overtuiging wel van hen vraagt. Is er liefde om de ander meer ruimte te geven?

Geen risico
De pro's worden op verschillende manieren duidelijk overvraagd. Bijvoorbeeld: "zij moeten wel HEEL goede argumenten hebben", en er mag geen enkel risico genomen worden: "bij twijfel niet inhalen". Maar als je niet twijfelt, wordt het dan wel toegestaan in te halen? Het kiezen van de veilige weg is goed, natuurlijk, maar als je niet af durft te slaan op het moment dat je ziet dat je een andere weg in moet, kom je wel verkeerd uit.

Gebod

Zware nadruk wordt gelegd op het woord "gebod" (1Kor.14:37). Het is gebod, gebod en nog eens gebod. En... "je moet het wel 100% zeker weten", enz.. Het lijkt wel wat op bangmakerij. Is de bestaande visie dan wel zo 100% zeker? De schrijvers zouden hier de hand ook wel even in eigen boezem mogen steken.

Absoluut

Er wordt in de brochure stilzwijgend van uitgegaan dat het in 1Ko14:34 om een verbod gaat dat altijd en overal geldig was. Dit wordt niet aangetoond.

Dreigen
Tot slot wordt er gedreigd met gedwongen weggaan. Maar weggaan is een probleem dat aan beide kanten speelt. Bij voor- en tegenstanders. Waarschijnlijk ligt punt het gevoeligst bij de jongere generatie. Daar gaat het in de brochure helaas niet over. 


Samenvatting

Voorzichtigheid is heel goed, maar het eenzijdige beroep op het geweten is altijd een teken van zwakte. Ook de ander kan in gewetensnood komen. Gewetensnood kan geen reden zijn om veranderingen tegen te houden. Omdat gewetensnood waarschijnlijk voortkomt uit oprechte liefde voor de Heer, moeten we er wel heel voorzichtig mee zijn. Maar dan wel naar beide zijden. Gewetensnood kan ook op een vrome manier voorgewend worden, om zich sterk te maken tegen veranderingsprocessen die men voor zichzelf niet nodig vindt. Het dreigen met weggaan lijkt mij ook niet bepaald het bewandelen van de weg der liefde

~~~~~~~~~~~

De brochure - pagina voor pagina

Helaas blijkt tijdens het lezen van deze brochure dat er ook veel vooroordelen en vooringenomen standpunten meespelen. Men kan zich maar moeilijk in het pro-standpunt verplaatsen, waardoor er nogal eens twijfelachtige conclusies getrokken worden, die de pro's geen recht doen.

Ook zijn er nog pro-argumenten die helaas niet in de brochure genoemd worden, b.v.:
- Het kan in 1Ko14:34 om een tijdelijk zwijggebod gaan, als gevolg van een incident, b.v. een bepaalde kritische manier van vragen stellen waarbij het beter is dat getrouwde vrouwen thuis hun mannen vragen en niet in het openbaar ter verantwoording roepen. Bij deze uitleg vallen alle teksten (pro- en contra-) op hun plaats.
- In feite kan of wil men niet onder ogen zien dat de oorzaak van het zwijggebod iets ernstiger zou kunnen zijn dan een simpel spreken of vragen stellen.
- Nergens wordt erop ingegaan dat er op de ontstaansdag van de Gemeente door allen(!) in tongen werd gesproken en dat Petrus speciaal nog verklaart dat door de vrouwen geprofeteerd werd. Dit tekstgedeelte wordt in de uitleggingen overgeslagen. Dit is opvallend, met name in verband met het door de 'broeders' gehanteerde principe dat er goed opgelet moet worden als er in de Schrift iets nieuws wordt ingesteld.


Dan volgt nu een kritische analyse van de brochure: Tussen aanhalingstekens "..." worden standpunten letterlijk of in samenvatting aangehaald. Indien nodig volgt tussen rechte haken [...] enig commentaar. 


Pagina 7: Ook de zusters hebben 'een gave', maar het uitoefenen van een gave heeft niets met het opgeven van een lied of schriftlezen of bidden te maken.
- [dit is een onbewezen vooronderstelling]

Pagina 8: het gaat om twijfelachtige nieuwe opvattingen
- [opnieuw een onbewezen vooronderstelling]

Pagina 9: dus bij twijfel inhalen... nooit!
- [maar dan geldt dus ook: wie niet twijfelt, haalt wel in]

Pagina 11 (a): Zelfs voor wie zeker weet dat het in 1Ko14:34 niet gaat om een lied opgeven en een gebed uitspreken, wordt hier bepaald dat zij twijfelen, en dus...
- [ ten onrechte bepaalt men voor anderen dat zij twijfelen en zich aan de regel 'niet inhalen' hebben te houden; het komt immers vaker voor dat we niet 100% zeker weten wat in een tekst precies de werkelijke achtergrond geweest is]

Pagina 14: Bij voorbaat wordt hier vastgesteld dat het in 1Ko.14:34 om een absoluut zwijgen gaat. Dat zou men juist moeten bewijzen. Uit 1Tm.2:11 wordt geconcludeerd dat de vrouw in gezelschap niet mag leren.
- [ De uitdrukking in een adem lezen, dus: 'niet leren en over de man heersen' wordt hier vreemd genoeg niet overwogen (wel op p.16).]

Pagina 14 (1b): Dat vrouwen de gave van leraar kunnen hebben (of zijn) wordt hier in twijfel getrokken.
- [ geheel ten onrechte ]

Pagina 16 (2): "1Ko.11:2-9 hoort niet bij 'in de gemeente'" 
- [dit wordt gesteld, ondanks dat het ervoor en erna over het avondmaal gaat]

Pagina 17 (c): "Want het gaat er niet over de samenkomst"
- [ dit wordt zonder enig bewijs gesteld. Dat 11:16,17 juist aantoont dat het voorgaande ook over de samenkomsten gaat wordt simpel ontkent]

Pagina 17 (d):  "in de Korinthe-brief is pas vanaf 11:17 sprake van samenkomen"
- [ ook dit wordt zonder enig bewijs gesteld; juist 11:17 legt het verband met "nu ik dit [voorgaande] voorschrijf ]

Pagina 17 (3): Hier wordt het onbijbelse onderscheid tussen gemeentelijke en niet-gemeentelijke samenkomsten opgevoerd. In die zgn. niet-gemeentelijke samenkomsten zou de vrouw wel mogen bidden en liederen opgeven. Wel wordt erkend dat het in 1Ko.11:2-16 om een openbare bijeenkomst gaat, maar dan volgt zonder enig bewijs en ermee in tegenspraak: "maar niet op de samenkomst van de gemeente".

Pagina 18,19 (4): "Van het drie keer vermelde zwijgen (vanaf 11:26) zijn de eerste twee keer niet absoluut, maar is de derde keer wel absoluut, want er is daar geen sprake van een hervatten door een andere zuster". 
- [ Als dit hervatten al een argument is, moet duidelijk worden welk voorval er plaatsvond wat de oorzaak van het verbod werd]
"Zwijgen doelt niet op meezingen en mede-amen-zeggen, maar op niet-spreken en slaat terug op de voorgaande activiteiten vanaf vers 26".
- [Dat het zwijgen op het 'vragen-stellen' zou kunnen slaan, zoals vers 35 dat aangeeft, wordt niet overwogen en ook niet weerlegd].

Pagina 20 (5): zingen is geen vorm van profeteren, want het gaat slechts om bijval, herhaling en meezingen.
- [ook dit is een onbewezen vooronderstelling - in zang kan men wel degelijk profeteren en leren; neem bijvoorbeeld het geval dat een man en vrouw in een samenkomst samen een lied met een lerende tekst gaan zingen, zou het dan wel geoorloofd zijn? ]

Pagina 21 (6): "Als het 'zwijgen' van vs.34 absoluut is, is het 'allen' van vers 31 dat nog niet." - "Gesteld wordt dat het 'allen' van vs.31 alleen de profeten betreft"
- [dit een een onjuiste vooronderstelling, die ook weer niet bewezen wordt, want allen moeten steven naar het profeteren (14:1). Bovendien gaat men dus weer van een vooronderstelling uit, namelijk dat de profeten alleen mannen zijn; men zou dit juist moeten bewijzen, dus dat de profeterende vrouwen van 11:5 er enkele verzen verderop niet meer bij horen als gezegd wordt dat allen profeteren]
"Allen' is een mannelijk woord"; "ook de woorden voor 'ieder', een ander, enz. zijn mannelijk"
- [Bij algemeen gebruik worden vanzelfsprekend niet de vrouwelijke woorden gebruikt]
" 'allen' en 'alles' betekent niet altijd absoluut 'allen' en 'alles' "
- [Maar de strekking is wel de groep aan te duiden en dan is zeker niet de helft van de groep uit te sluiten]

Pagina 22 (7): "zwijgen is absoluut absoluut bedoeld zoals bij argument 4 aangegeven"
- [Aangegeven, maar niet bewezen of aangetoond]

Pagina 23 (8): met broeders wordt ook volgens jgf/ghk 'broeders en zusters' bedoeld. "Als in vers 34 het woord 'vrouwen' wordt gebruikt geldt dit vanaf vers 26"
- [opnieuw een onbewezen vooronderstelling, en in tegenspraak met het 'broeders' van vers 26]


Pagina 23 (9): 'hun eigen mannen vragen' betekent niet dat het om de getrouwde vrouwen gaat.
- [dit wordt gesteld, maar in de punten a-f wordt dit niet weerlegd; wel worden allerlei zijdelingse argumenten genoemd die het punt niet raken]

(b) (4) "Paulus zou geen onbegrijpelijke mededeling gegeven hebben".
- [ het kan natuurlijk heel goed zijn dat het voor ons nu niet precies bekend is wat er toen gebeurd is; maar voor de betrokkenen destijds was het natuurlijk wel duidelijk ]

(c) er wordt gesteld dat "zelfs het informatief vragen niet is toegestaan"
- [zo gaat men dus steeds verder in extreme opvattingen, want het vragen kan heel goed betrekkingen hebben op een ongeoorloofd voorval wat daar in Korinthe had plaatsgevonden]

(d) "Paulus gaat er van uit dat de meeste vrouwen getrouwd zijn"
- [... hoe weet men dat? ]


Pagina 26 (11): Liederen opgeven (hoewel men het hier niet met name noemt, wordt "een opbouwende sturende leidinggevende activiteit geacht, die zich slecht verdraagt met het verbod om zelfs maar vragen te stellen"
- [ een lied opgeven stuurt, maar kan niet in de normale betekenis van het woord als leidinggeven bestempeld worden, het is meer te zien als meepraten in een vergadering waar chefs en een directeur (oudsten en de Heer) de leiding hebben.]
- [Dan is er ook nog de onjuiste conclusie die hier getrokken wordt, namelijk dat het vragenstellen in punt 9c hier zelfs al vastgelegd wordt als een verbod om "zelfs maar vragen te stellen"; dit is opnieuw een onbewezen vooronderstelling.]



Vanaf pagina 28 volgen aan aantal mogelijkheden hoe we nu met elkaar dienen om te gaan. 

Pagina 28: "Wij hebben geen verantwoordelijkheid over iemands doopopvatting... wel over het bidden of lied opgeven"
- [Dat eerste is nog maar de vraag; maar we verdragen wel in onze ogen ongedoopten aan het avondmaal; dus waarom geen door een vrouw opgegeven lied?] 

Pagina 29 (b): Zolang er maar een br/zr tegen is mag het niet ingevoerd worden.
- [ er bestaat niet zoiets als een vetorecht in de Gemeente]

Pagina 30 (c): "Het geweten van de tegenstanders weegt zwaarder dan van de voorstanders (want het gaat om iets dat de zusters niet mogen doen). De tegenstanders staan schuldig als er iets gebeurt wat niet mag"
 - [ Hier wordt dus tevens gezegd dat de voorstanders dus niet schuldig staan als er iets niet gebeurt wat zij vinden wat wel zou moeten? Dit is een onmogelijke en discriminerende redenering.]

Pagina 32 (a): Hier vinden we allerlei overwegingen gezien vanuit het standpunt van de tegenstanders, namelijk hoe hun vergadering zou kunnen reageren op bezoekers over en weer. Dat varieert van het geven een vermaning in de hal, waarschuwen en verbieden een pro-vergadering te bezoeken, pro-bezoekers niet ontvangen, afscheiding en scheuring met behoud van contact(?), tot volledig scheiden zoals 'Den Helder'.
Een complete opsomming is het, maar wel zeer benauwend. De uiteindelijke conclusie op pagina 36 is dat b, c en d de beste standpunten zijn. Dus dat men kiest tussen waarschuwen en niet ontvangen. Maar dit klinkt zo onwerkbaar, onverdraagzaam en drammerig. Dit heeft helaas niets meer te maken met de tekst waarmee de brochure besluit:
elkaar in alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid verdragen.


Pagina 37: Teleurstellend is in de slotopmerking dat scheuring vanwege dit onfundamentele geschilpunt door jgf/ghk reeds duidelijk als een geaccepteerde mogelijkheid wordt gezien.

~~~~~~~~~~~

VERVOLG

Als vervolg op reacties die JGF ontving is de volgende pagina door hem samengesteld:
http://www.jaapfijnvandraat.nl/htmlpagina/2artid/20000532142.htm

Helaas blijkt ook hier weer de vooringenomenheid in alle 'antwoorden' die gegeven worden. Geestverwanten zullen er blij mee zijn, maar de anderen zien de omissies.


Alinea 1. Angst voor "of het daarbij blijft" is een slechte raadgever. Van hieruit redenerend kan men haast niet anders dan de eigen aloude denkbeelden opkloppen tot leerstukken.

Alinea 2. Een ieder...
2a. Om te bewijzen dat ieder niet altijd iedereen inhoudt, worden voorbeelden aangehaald die in een geheel andere context staan. Men zou feitelijk moeten bewijzen dat het ieder in 1Kor.14:26 niet ieder betekent. En dat is niet mogelijk gezien het veelvuldige 'allen' in 1Kor.12-14 dat steeds 'allen' betekent. 

Alinea 2b. Als het niet mogelijk blijkt om dit bewijs t.a.v. 1Kor.14:26 te leveren, volgt de redenering dat 1Tim.2:11v toch maar zegt dat een vrouw niet mag leren, terwijl 1Kor.14:26 zegt dat ieder een leer heeft. Maar zo is nog steeds niets bewezen, maar is wel de cirkelredenering compleet.

Alinea 3. Zwijgen...
Meestal wordt vergeten om de zin van Paulus af te maken. Men stopt bij: zij moeten zwijgen in de gemeenten. Zo ook hier. In het vervolg staat immers juist de reden van het zwijgen. Helaas wordt die reden, waaruit blijkt wanneer het zwijgen geldt, dan niet meer genoemd. Nu is de exacte reden moeilijk meer te achterhalen, maar de zin duidt wel op een bepaalde manier van vragenstellen. Daar moeten we dus rekening mee houden.

Alinea 4. Geen kritiek...
"Men laat de tekst zeggen wat men wil dat de tekst zegt." is een onbewezen valse aantijging. Laat men dan de hand ook in eigen boezem steken.
Ten eerste gaat het niet speciaal alleen over de vrouw en de kritische bevraging van haar eigen man. Dat kan zo zijn, maar het kan ook anderen betreffen. Het punt is slechts de oorzaak: kritische vragen.
Ten tweede is er geen tegenstelling tussen iets willen leren en verkeerde uitspraken doen. Het punt is juist dat dat thuis uitgepraat kan worden en dat zij op die wijze kan leren.

Alinea 5. Betreft het leidinggevend leren?
1Tm.2:11 wordt maar half geciteerd. Uit het vervolg blijkt duidelijk dat het om "overheersend leren" gaat.

Alinea 6. Paulus brengt...
Er wordt hier beweerd dat Paulus het leren verbiedt OMDAT er het gevaar is dat de vrouw over de man gaat heersen. Maar dat zegt de tekst dus niet. De tekst noemt beide samen: leren noch heersen. Dt leren is niet toegestaan.

Alinea 7. In onze tijd...
Een kwalijke strijdwijze is het om te beweren dat de andere partij de Schrift laat zeggen wat men in feite al beslist heeft dat ze moet zeggen. Wie zoiets durft te beweren mag de hand wel eens in eigen boezem steken.