Genezing
Goddelijke genezing in deze tijd

Menu

Evangelisch-Gereformeerd

De Opwekking komt eraan

NBV recensies

Waar was God?

Abortus

Genezing
  Te weinig doordacht


Reformatorisch Dagblad - 6 januari 2007

Te weinig doordacht

Implicaties van Geestesgaven te weinig doordacht in gereformeerde gezindte

Verwarring rond gebedsgenezing

De burgemeester van Leiderdorp opende op 17 november het nieuwe kerkgebouw van de Levensstroomgemeente, een gebouw met 1450 zitplaatsen. Het is verheugend dat er nieuwe kerkgebouwen geopend worden en dat de overheid daarbij betrokken wordt. De nadruk die voorganger Jan Zijlstra legt op gebedsgenezing roept echter gemengde gevoelens op. De groei van deze gemeente is vooral te danken aan 'overstappers'. Tegen de secularisatie zet de nieuwbouw in Leiderdorp geen zoden aan de dijk.

Dr. H. van den Belt


De boodschap van Zijlstra heeft ook in de gereformeerde gezindte aantrekkingskracht. Een echtpaar stelde mij per e mail de vraag wat ik ervan vond als zij uit nieuwsgierigheid en “bij hoge uitzondering" een keer een genezingsdienst zouden bijwonen.

Een chronisch zieke man toog naar Leiderdorp toen hij in zijn gemeente op bezwaren tegen ziekenzalving stuitte. Hij deed er geen goede ervaring op.

De evangelist suggereerde voor de volle zaal: "Hé, wat is er gebeurd? Ik zie het aan je! De pijn is weg, hè?" Durf dan nog maar nee te zeggen. Toevallig had hij ook voor die tijd geen pijn, genezen werd hij niet...

Het onderwerp gebedsgenezing is niet nieuw. Met de opkomst van de pinksterbeweging in het begin van de vorige eeuw heeft het steeds meer aandacht gekregen onder protestantse christenen wereldwijd. In augustus 1958 sprak de Amerikaanse evangelist T.L. Osborn op het Malieveld in Den Haag. Er was veel discussie over de echtheid van de wonderen die plaatsvonden. Vanaf die tijd zijn de pinkstergemeenten in Nederland gaan bloeien en is er ook een charismatische stroming binnen de protestantse ,kerken en de Rooms Katholieke Kerk. De gereformeerde gezindte hield zich afzijdig.

Verzuim
De aantrekkingskracht van charismatische gemeenten is mede veroorzaakt door het verzuim om de vragen rond ziekte en genezing te doordenken. De laatste tien jaar is er een kentering, ingezet met de publicatie van dr. M.J. Paul "Vergeving en genezing: Ziekenzalving in de Christelijke gemeente” in 1997.

In veel gemeenten rees de vraag naar een vorm van ziekenzalving en in sommige gevallen heeft de kerkenraad na rijp beraad besloten aan het verzoek gehoor te geven. Sindsdien is er echter ook een latente verwarring rond het onderwerp.

Onderwerp van discussie
De openheid voor ziekenzalving en gebedsgenezing heeft ook aandacht voor andere Geestesgaven opgeroepen. Exorcisme of bevrijdingspastoraat, het spreken in tongen en de gave van de profetie worden hier en daar voorzichtig gepropageerd. In de vrijgemaakte kerken, de christelijke gereformeerde kerken en in veel hervormd gereformeerde gemeenten zijn de gaven van de Geest een onderwerp van discussie.

Ongetwijfeld speelt de 'evangelicalisering' van de gereformeerde gezindte hier een rol. Er is ook sprake van een postmoderne tendens, met meer nadruk op het gevoel dan op het verstand en de neiging om – eclectisch allerlei elementen uit verschillende tradities te combineren tot een eigen geestelijk palet.

Belofte
Deze nieuwe openheid vereist wel een kritische doordenking van de achterliggende vragen. Een paar opmerkingen over Jakobus 5:14 15 kunnen dienen om dit te illustreren. Jakobus schrijft dat iemand die ziek is de ouderlingen van de gemeente tot zich moet roepen op dat zij “over hem bidden, hem zalvende met olie in de Naam van de Heere." Daar wordt de belofte bijgevoegd dat het gebed des geloofs de zieke zal behouden en de Heere hem zal oprichten.

De tekst lijkt helder genoeg. Als ambtsdragers voorbede doen en een zieke zalven, zal dat tot genezing leiden. Toch is het niet zo simpel. Jakobus gebruikt het werkwoord behouden ook als hij zegt dat het Woord de zielen kan zaligmaken (1:21) en als hij benadrukt dat er maar Eén is die kan behouden en verderven (4:12). Het werkwoord voor oprichten wordt ook gebruikt voor de opstanding uit de doden. Ziekenzalving is dus niet onlosmakelijk met lichamelijke genezing verbonden, een belangrijke nuance.

Wat was bovendien de functie van de olie? Had die alleen sacramentele waarde of was het ook een geneesmiddel? Bij de genezing van koning Hizkia werd gebruikgemaakt van een klomp vijgen. Daar was het wonder niet minder groot om. Het gebed om genezing sluit het gebruik van medicijnen niet uit, maar in. Wie waren de genoemde ouderlingen? Waren dat de gewone ambtsdragers of de oudsten uit de gemeente van Jeruzalem die van Christus Zelf de opdracht kregen om de verkondiging van het koninkrijk Gods met tekenen te bevestigen? Het antwoord op die vraag heeft verstrekkende gevolgen voor de toepassing van het Bijbelgedeelte.

Buitengewoon
In de Reformatie werd de "hermeneutische sleutel" gehanteerd dat de wonderen en andere tekenen van de Heilige Geest primair bedoeld waren om het Evangelie te bevestigen. Zo zeggen de kanttekeningen bij Jakobus 5 dat de genezing na ziekenzalving een buitengewoon teken van God was tot bevestiging van de apostolische leer. Deze gave is al vele honderden jaren niet meer nodig, omdat de Evangelische leer genoegzaam met wonderen is bevestigd.

Deze opvatting wordt de laatste tijd nogal bekritiseerd. Het cessationisme (van het Engelse "cessation", het ophouden) wordt ook wel denigrerend streeptheologie genoemd. Ten onrechte zou er een streep getrokken worden tussen de nieuwtestamentische tijd en de periode daarna. Er staat immers nergens in de Schrift dat de gaven zullen ophouden. Men wil op dit punt verder gaan dan de Reformatie en met de charismatische beweging erkennen dat de Geestesgaven ook nu nog functioneren.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de reformatorische huiver voor de gaven van de Geest werd ingegeven door de vrees voor excessen van de doperse stroming, en door de misstanden in de rooms katholieke traditie.

Calvijns uitleg van Jakobus 5 wordt bepaald door zijn verzet tegen het laatste oliesel. Calvijn benadrukt dat het Jakobus om lichamelijke genezing ging. Uit het feit dat bij het laatste oliesel de genezing uitblijft, volgt dat Rome op dit punt dwaalt.

Volgens Calvijn raakten de uitersten van Rome en de radicale doperse stroming elkaar in het verzet tegen het Woord met een beroep op de Geest. Het is een opmerkelijk gegeven dat in de charismatische beweging het onderscheid tussen protestants en 'rooms katholiek vervaagt. Priesters en dominees trekken samen op en relativeren de dogmatische verschillen in het gemeenschappelijk ervaren van de charismata.

Van Velzen
Overigens werd ook in de Nadere Reformatie verschillend gedacht over de bijzondere gaven van de Geest. Dr. A. Goudriaan belichtte onlangs voor de Stichting Studie Nadere Reformatie de opvattingen van de Groninger hoogleraar Cornelius van Velzen (1696 1752). Van Velzen hield rekening met de mogelijkheid dat mensen buitengewone gaven van de Geest ontvangen, zoals in de tijd van het Nieuwe Testament. Hij dacht met name aan het laatste der dagen of aan de toekomstige heerlijke staat van de kerk.

De implicaties van de aanvaarding van gebedsgenezing en andere Geestesgaven voor de gereformeerde theologie worden weinig doordacht. Dat komt doordat er te gemakkelijk een sprong gemaakt wordt van de Bijbelse tijd naar onze situatie. De hermeneutische vragen krijgen niet de aandacht die ze verdienen. Reformatorische christenen zijn terecht huiverig om de context van de Schrift te benadrukken, omdat Gods Woord niet tijdgebonden is. Toch kan ook vanuit de nadruk op het sola Scriptura al te snel een isgelijkteken worden geplaatst tussen de Bijbelse situatie en de onze.

Een letterlijke interpretatie van de Schrift kan echter juist afvoeren van het sola Scriptura van de Reformatie naar dopers vaarwater. Deze tendens in de gereformeerde gezindte komt mede voort uit de invloed van de evangelische schriftopvatting, waarin wel de foutloosheid van de Schrift wordt benadrukt, maar waar het hermeneutische besef van de Reformatie ver te zoeken is.

De ziekenzalving neemt in haar kielzog de tongentaal en de profetie mee. Wie openheid bepleit voor Geestesgaven, komt vroeg of laat voor de vraag te staan of God zich ook nu nog openbaart en of de canon eigenlijk wel afgesloten is. Wie de opvatting dat de charismata zijn opgehouden als streeptheologie afwijst, heeft weinig argumenten om wel een streep te zetten onder de afronding van de canon, daar staat immers ook niets over in de Bijbel.

In het reformatorisch verstaan van de Schrift speelde het besef van de verschillende bedelingen een belangrijke rol. Niet alles in het Oude Testament heeft normatief gezag, omdat de wet van Mozes voor een groot deel uit ceremoniële wetten en burgerlijke wetten bestaat. Wij kunnen daar wel lering uit trekken, maar die wetten niet zonder meer toepassen in onze situatie. De tijd van het Nieuwe Testament was een bijzondere periode, omdat Gods openbaring nog in wording was. We kunnen niet alles wat in het Nieuwe Testament beschreven staat, voorschrijven aan de christelijke gemeente nu. God heeft een streep gezet onder Zijn openbaring in Christus. Dat is en blijft uniek.

Zendingsveld
De Heere is een God van wonderen. We mogen Zijn almacht niet beperken. Genezing mag niet gepropageerd worden als reclamemiddel voor de kerk. In het Nieuwe Testament functioneren de
wonderen als tekenen bij de verkondiging van het Evangelie van het Koninkrijk. Misschien zijn deze bijzondere tekenen nu wel voorbehouden aan de zendingssituatie. God is vrij om waar Hij het nodig acht Zijn Woord te bevestigen. De hernieuwde belangstelling voor de gaven van de Geest zou wel eens een teken kunnen zijn dat Nederland een zendingsveld geworden is.
 



www.vergadering.nu