Kerkgeschiedenis
Interessante episoden uit de vroege kerkgeschiedenis

Menu

Evangelisch-Gereformeerd

De Opwekking komt eraan

NBV recensies

Waar was God?

Abortus - Euthanasie

Kerkgeschiedenis
  
De vroege kerk - deel 1
   De vroege kerk - deel 2
   De vroege kerk - deel 3
   De vroege kerk - deel 4
   De vroege kerk - deel 5
   De vroege kerk - deel 6
   De vroege kerk - deel 7
   De vroege kerk - deel 8
   De vroege kerk - deel 9
   Rachab
   Jozef van Arimathea
   De leeuw/Heraldiek
   Bonifatius
  
Friezen, Angelen
   Waarom Brits-Israël-visie?
  
Joden in verstrooiing
   Links

Satan

 


Uit: Een nieuw geluid - Tijdschrift over Nederlands-Israël - november 2004

"DE VROEGE KERK" - deel 8

Gladys Taylor

Op weg naar Brittannië 

Al was er in Gallië nog zoveel werk verzet door de heiligen van de eerste eeuw, de Britse kerk kreeg vanwege zijn ouderdom altijd voorrang bij concilies, tot aan de tijd van de reformatie. We kunnen ervan uitgaan dat de verbreiding van het geloof in dit land snel ging omdat het onmiddellijk weerklank had gevonden. 

De komst van Jozef van Arimathea en zijn elf metgezellen in Glastonbu­ry vond plaats twintig jaar voordat Paulus in Rome aankwam. Er zouden nog vier jaar verstrijken voor Claudius de troon van de caesars besteeg en nog eens negen jaar voordat Caradoc (Lat.naam:Caractacus) en zijn fami­lie gevangen werden genomen. Als we de mobiliteit en de inzet van deze heiligen in aanmerking nemen, is het niet moeilijk te begrijpen dat de waarheid van het christendom zich zo snel door Zuid-Engeland en Wales, zo niet verder, kon verbreiden. De Britse koninklijke familie kon in feite het christelijk geloof aangenomen hebben alvorens zij naar Rome werden afgevoerd. 



Archeologen hebben verbaasd gestaan bij recente ontdekkingen in de laatste jaren van een groot aantal ‘Chi-Rho’-monogrammen in Romeins-Britse gebouwen. Dit symbool, dat bestaat uit de eerste twee letters van de naam van Christus in het Grieks is duidelijk en onmiskenbaar. Het meest treffende voorbeeld ervan werd gevonden in een goed bewaard gebleven mozaïekvloer te Hinton St.Mary, in Dorset. In het midden van het ontwerp is een hoofd afgebeeld met de Chi-Rho erachter. Het zou heel goed een portret kunnen zijn van de eigenaar van het huis met het symbool dat hem als christen aanmerkt. In het museum van Canterbury is een zilveren lepel te zien met Chi-Rho erin gegraveerd, door experts gedateerd in de tweede eeuw. In het landhuis te Icklingham, in Suffolk, bevindt zich een loden watertank met zowel het Chi-Rho als Alfa-Omega teken erop. Bij Ely werd een tinnen beker gevonden met typisch Kelti­sche dierenafbeeldingen langs de rand; een opvallend deel in het patroon was een duidelijke Chi-Rho, met aan beide zijden een Alfa-Omega. De vondst van een aantal loden waterbakken heeft geleid tot de conclusie dat zij gebruikt zouden kunnen zijn voor volwassenendoop. De zendelingen beschouwden een doopvont als noodzakelijk, zodat bekeerlingen meteen gedoopt konden worden. 

Joan Liversidge wijdt in haar boek ‘Britain in the Roman Empire’ acht bladzijden aan bewijzen van het christendom in Romeins Brittannië. Ze spreekt over een aantal gebouwen die kapellen blijken te zijn, maar die geen specifiek christelijke kenmerken hebben, ofschoon er een werd gevonden in Silchester, met een duidelijk herkenbare doopkapel ernaast. Dan vertelt ze een spannend verhaal over het aaneenvoegen van een gebroken muur in Lullingstone (Kent), waarbij rijke Romeins-Britse vondsten zijn gedaan, waaronder een fresco, geschilderd in precies de­zelfde stijl als die in de catacomben van Rome, met twee grote Chi-Rho-symbolen op verschillende muren, beide omgeven door bloemenguirlan­des. 

Wanneer we bedenken dat alle vondsten tot nu toe maar een klein deel zijn van wat er is geweest, komen we onvermijdelijk tot de conclusie dat er tijdens Romeinse overheersing niet alleen veel christenen waren in Brittannië, maar dat zij verspreid leefden over een groot gebied. Er zijn nog andere christelijke symbolen gevonden, maar ze zijn niet zo kenmer­kend als die hierboven beschreven. Een ontroerende ontdekking was een woordpuzzel op de muur van een Romeins gebouw in Cirencester. Het bestond uit een aantal Latijnse woorden, die geen bijzondere betekenis schenen te hebben, maar men ontdekte dat de letters, als ze anders wer­den gerangschikt, een kruis vormden dat van links naar rechts en van boven naar beneden het woord ‘PATERNOSTER’ onthulde, met aan beide uiteinden Alfa en Omega. 



Voor de vroege Engelse geschiedenis zijn we in hoofdzaak afhankelijk van de kronieken van Wales. Door de elkaar opvolgende invasies, vanaf de Baodiceaanse oorlog, gingen veel belangrijke documenten verloren, met als klap op de vuurpijl de brand in de abdij van Glastonbury (1184), waarbij ook de bibliotheek waar John van Glastonbury, William van Malmesbury en andere schrijvers hadden gestudeerd, in vlammen opging. Gelukkig zijn veel gegevens beschikbaar uit genoemde bronnen in Wales, die te zamen met Romeinse verslagen, met name van Tacitus, en ge­schriften zoals die van Bede en de Angelsaksische kronieken, ons aanwij­zingen geven over de omstandigheden in die tijd. Uit deze bronnen ko­men we ook te weten wat er gebeurde met de Britse koninklijke familie. St.Donat’s Castle in Zuid-Wales staat plaatselijk bekend als Caradoc’s Castle. Een paar kilometer daarvandaan ligt Llanwit Major, waar door Eurgain, een van de dochters van Caradoc, de kerk werd gesticht. Dit moet een van de oudste kerken van Brittannië zijn en het was zeker een van de belangrijkste. Stenen muren van onbekende datum zijn in de mu­ren van de huidige kerk opgenomen en de reisgids vertelt ons haar ge­schiedenis. Llanwit Major heette oorspronkelijk Caer Urgain, naar prin­ses Eurgain, daarna werd het bekend als Bangor Eurgain. Bangor bete­kent ‘Hoogkoor’. Eurgain had er een christelijk-Druïdische school met internaat gesticht voor twaalf studenten. Dit was een klein begin, zoals in Glastonbury, maar deze kerk groeide uit tot een van de grote kathedralen van Brittannië – vandaar de naam Bangor, die werd toegepast op een aantal gebouwen die verband hielden met de Keltische kerk; twee ervan, in Noord Wales en Belfast Lough, zijn nog bekend onder die naam. Beide plaatsen waren belangrijke opleidingscentra voor de vroege kerk. Bij het Cor Eurgain (Koor van Eurgain) was het de gewoonte dag en nacht, zonder onderbreking, God lof te zingen, zoals in de tempel van Salomo. Dit was het begin van de Grote Koren van de Keltische kerk en het is opmerkelijk dat dikwijls de leidinggevende kerken zich daar hadden gevestigd waar aanzienlijke Druïdische centra waren geweest. Hoe meer wij weten over Druïdisme, hoe meer wij ons realiseren wat een wonder­baarlijke voorbereiding het moet zijn geweest voor het christendom. Er is veel onzin geschreven en gesproken over Druïden zonder dat er een po­ging is gedaan om te ontdekken wat de Keltische literatuur ons vertelt. De Triades van Wales zowel als die van Ierland zijn een uiting van Druï­dische wijsheid, die niet strijdig was met de christelijke waarheid zoals die door de zendelingen werd gebracht. Het besef van onze identiteit doet ons de overeenkomst begrijpen tussen het Israëlitische en het Druïdische priesterschap. De vroegste migraties naar Brittannië vonden plaats voor­dat Israël tot heidendom verviel en we kunnen ons goed voorstellen dat het Gods bedoeling was dat het geloof in deze eilanden op een goede fun­dering zou rusten. Er waren kleine stromingen met een heidense ere­dienst, maar het Druïdisme was altijd dominant. In de triades lezen wij dat Bran, de Gezegende, – de vader van Caradoc – aartsdruïde was. De christelijke Druïden, genoemd in verband met Bangor Eurgain, waren Culdees en hun kerken waren talrijk in Wales, Schotland en Ierland. In de Schotse Hooglanden, waar de Picten woonden, zijn veel kerken gesticht door heiligen die onbekend zijn buiten dat gebied en in de herinnering voortleven als Culdees. Brechin, dat de enige ronde toren in Schotland heeft, naar het voorbeeld van die in Ierland, was een bekend Culdee-opleidingscentrum. Een van de Britse vorsten, die bekend staat als ‘de laatste van de Romeinen’, omdat hij in Brittannië regeerde toen het Ro­meinse keizerrijk al in verval was, heette Ambrosius Aurelianus. Hij was de oom van koning Arthur. Britse en Latijnse geschiedschrijvers verwij­zen naar hem. De stad Amesbury – Ambres burh’ – in Wiltshire is naar hem genoemd. Hij wordt beschreven als ‘de stichter van het grote heilig­dom van het neo-Druïdisme’1) en ook als ‘de bron van de bardische leer’. Het ‘Koor van het heiligdom van Ambrosius’ was waarschijnlijk hét klooster van Brittannië en het centrum van waaruit de zegeningen van het christendom en de beschaving hun weg vonden. Verklaringen zoals deze hebben menigeen in verwarring gebracht, omdat men het verband niet ziet tussen Druïdisme en christendom. Voor hen die vertrouwd zijn met de Brits-Israëlvisie is de samenhang even duidelijk als die tussen het Oude en Nieuwe Testament. De Druïden verwachtten het christendom. In de Druïdische drie-eenheid was Hesus de ‘herschepper van de toekomst’. Toen Jezus kwam was Hij de vervulling van hun verwachtingen, beide in naam en persoon. De Culdee-kerk van Ambrosius werd, volgens William van Malmesbury, gesticht om de invloed van de heidense Saksen tegen te houden, terwijl koning Arthur de verenigde legers van de Britten aan­voerde in een poging om Brittannië tegen de invasie te verdedigen. Ar­thur kon niet weten dat de Saksen broeders waren die voor Christus ge­wonnen moesten worden; evenals de Saksische koning Alfred later zou ontdekken dat de binnentrekkende Noormannen broeders waren die hij uiteindelijk het evangelie zou brengen. 



Als wij Eurgains achtergrond bekijken zullen we ontdekken dat die puur Druïdisch was. Haar grootvader was Bran de Gezegende en haar over­grootvader, als wij ons houden bij de Silurische familie, was Llyr Lledie­ith, die eveneens de voorvader was van de koningen van Domnonia (Cornwall, Devon, Somerseth), waaronder ook Uther en zijn zoon Arthur.2) Haar echtgenoot was Salog, de prins van Old Sarum, bij Salis­bury. Het is heel waarschijnlijk dat hij verantwoordelijk was voor de bouw van de abdij te Amesbury, die wordt vermeld onder de Grote Koren van Brittannië. Het latere werk van Ambrosius lijkt veeleer een herstel te zijn geweest van een bestaand centrum dan de vestiging van een nieuw. Als een volk wordt beschouwd als christelijk wanneer zijn koning en de meeste van zijn onderdanen het geloof aannemen, dan zou die datum voor Brittannië rond 58 vallen. Bran de Gezegende die in de literatuur van Wales altijd wordt beschouwd als de eerste christelijke koning is het onderwerp van Triade 35 uit de ‘Triades van de Cymry’ die ons vertelt: ‘Bran de Gezegende, zoon van Llyr Llediaeth, bracht als eerste het chris­tendom bij de Cymry vanuit Rome, waar hij zeven jaren verbleef als gijzelaar voor zijn zoon Caradoc. Dit is omstreeks de tijd geweest dat Paulus zijn brief aan de Romeinen schreef. Toen Bran terugkeerde, aan­vaardde – volgens ‘Achau Saint Prydain’, de stamboom van Wales – Aristobulus, de eerste bisschop van Brittannië, zijn ambt. Wij lezen dan: “Dezen kwamen met Bran de Gezegende uit Rome naar Brittannië: Ar­wystli Hen (Aristobulus de oude), Ilid, Cyndaw, mannen van Israël; Manaw, zoon van Arwystly Hen”. De vreemde manier waarop naar Aris­tobulus en zijn twee vrienden wordt verwezen als’ mannen van Israël’ en zijn zoon die daarna wordt vermeld alsof hij geen ‘man van Israël’ zou zijn, doet ons vermoeden dat Manaw misschien geboren was toen zijn vader in Rome verbleef, waardoor de schrijver van de stamboom aarzelde hem een man van Israël te noemen. Er is meer bekend over Aristobulus dan over de meeste van zijn metgezellen, omdat hij verschillende keren wordt genoemd in de geschiedenis van de martelaren, tot zelfs in Grie­kenland toe. Uit deze gegevens kunnen wij ons een beeld vormen van onze eerste bisschop. 



Ado, aartsbisschop (9e eeuw) van Vienne, een plaats in de Rhônevallei, vertelt ons dat ‘hij de broeder was van Barnabas, de apostel, door wie hij tot bisschop werd gewijd’.3 Hippolitus, die in het begin van de derde eeuw schreef, spreekt duidelijk over hem als ‘bisschop van de Britten’. Dorotheüs, die omstreeks het jaar 300 schreef, vertelt ons: “Aristobulus, die door Paulus wordt gegroet in zijn brief aan de Romeinen, was bis­schop van Brittannië”.4 De langste en meest uitgebreide verwijzing naar hem is te vinden in de Griekse Menologie, een verzameling notities be­treffende de heiligen, bijeen­gebracht uit alle oostelijke kerken op bevel van keizer Basilius van Macedonië, tijdens de negende eeuw. Het zegt: “Aristobulus was een van de zeventig discipelen, een volgeling en mede­werker van de apostel Paulus, met wie hij het evangelie predikte aan de hele wereld”. Hij werd door Paulus uitgekozen om een missionaire bis­schop te worden in het land van Brittannië”. Hier is een interessant detail. Geen wonder dat hij werd beschreven als een ‘missionaire bisschop’, want de Heer zelf zond zijn zeventig discipelen op pad. Vóórdat zijn broeder, de apostel Barnabas, hem wijdde, vóórdat Paulus hem uitzond, had de Heer zelf hem de meest belangrijke wijding van allemaal gegeven. De Menologie eindigt met de volgende woorden: “Hij werd aldaar dood­gemarteld, nadat hij kerken had gebouwd en diakenen en priesters had gewijd voor het Eiland”. Bij de bron van de rivier Severn in Montgome­ryshire ligt Arwystly, een plaats die naar hem genoemd is en waarvan wordt gezegd dat Aristobulus daar de marteldood is gestorven. 

Dorotheüs schrijft ook over Simon Zelotes, een apostel waarover niet meer gesproken is na de opstanding van Jezus. Was hij eveneens niet meer in het oosten? Dorotheüs vertelt ons: “Simon Zelotes reisde door geheel Mauretanië (N-Afrika) en omgeving om Jezus Christus te predi­ken. Hij werd uiteindelijk gekruisigd, gedood en begraven in Brittannië”.4 Men denkt dat dit in Linconshire heeft plaatsgevonden. Er is een tweede verwijzing naar dit martelaarschap in de ‘Chronologia’ die werd geschre­ven in de negende eeuw door Nicephorus, patriarch van Constantinopel. 

Wat een gezelschap van uitverkorenen treffen we aan op deze kusten! Uit de geschiedenis van Wales is op te maken dat Caer Eurgain een geliefde plek van samenkomst voor hen was. Misschien is dat ook de reden waar­om zoveel triades in Wales bewaard zijn gebleven die de namen dragen van vermaarde gasten. Een ervan is de bijdrage gemaakt door Ilid, een metgezel van Aristobulus, die wordt beschreven als ‘heilige van het ras van Israël’. Ilid is de Keltische vorm van zijn naam. Wij hebben nog niet de naam kunnen ontdekken die hij in Palestina droeg. 

Lazarus moet op een keer, in zijn drukke bestaan als bisschop van Mar­seille, zijn vrienden in Brittannië hebben bezocht, want de Triade van Lazarus is bewaard gebleven; de enige woorden die in de literatuur aan hem zijn toegeschreven. 



Paulus kennen wij uit zijn brieven. Tussen de geschriften die verwijzen naar zijn komst naar Brittannië bevinden zich de ‘Triades van Paulus, de apostel’, niet minder dan tien in getal.5 Ze staan vol christelijke wijsheid en er is geen reden hun authenticiteit te betwijfelen. Clemens Romanus spreekt van Paulus die naar ‘het uiterste westen’ gaat, daarna terugkeert naar Rome waar hij het martelaarschap ondergaat ‘in aanwezigheid van de heersers der mensheid’. Clemens, die bisschop van Rome was, moet de waarheid van die gebeurtenis gekend hebben.6) Hiëronymus en Chry­sostomus schrijven over Paulus die naar het uiterste westen reist en Theo­dorus, een Syrische bisschop uit de vijfde eeuw, vertelt ons dat Paulus ‘het evangelie van Christus bracht aan de Britten en anderen in het wes­ten’. Zelfs de paus (Pius XI) die enkele belangrijke Britse bezoekers een plezier wilde doen, bracht de theorie naar voren dat het ‘Paulus zelf was en niet paus Gregorius I, die als eerste het christendom in Brittannië intro­duceerde’. Wij verwelkomden dit stukje nieuws in ‘The Morning Post’ van 27-03-31 met groot genoegen. Wij waren al van deze waarheid op de hoogte, maar hier was het de paus zelf die het onder woorden bracht; een ongekende gebeurtenis. 

Over de plaats waar Paulus in Brittannië voet aan wal zette bestaat een plaatselijke overlevering die een zekere miss Hargrove ons geeft uit een oude kroniek van het Eiland Wight: ‘Paulus, die met verscheidene andere christenen aankwam, sommigen van hen hadden onze gezegende Heer persoonlijk gekend, landde in Bonefon op het Eiland Wight. De juiste plaats heet nu Sandown Bay, de monding van de haven van Brading... Hij ging naar het vasteland vanuit Rhydd – het veer heet nu Ryde – naar Aber Deo, de haven van God, of Godsport-Gosport’. 

Dit is niet zo fantastisch als het lijkt, want Paulsgrove daar vlakbij, ten noorden van Portsmouth, is zo genoemd omdat Paulus daar een bezoek bracht. 

(slot volgt) 

1) A.Herbert: Brittannia after the Romans 

2) Bonedd y Saint 

3) Adonis Martyrologia 

4) Synopsis de Apostal 

5) St.Paul in Britain, Morgan 

6) Clemens Romanus, Epist.Cor.ch.v. 


www.vergadering.nu