| Stille
omslag / Wie tegen is roept wel heel hard
door Elma Drayer en Lodewijk Dros
Er is een stille omslag aan de gang in reformatorisch-evangelisch Nederland.
Onwrikbaar geachte principes ondergaan een subtiele facelift, met wellicht
verstrekkende gevolgen. Of valt dat wel mee? Vandaag, in het eerste deel van een
serie: Willem J. Ouweneel, medeoprichter van de Evangelische Hogeschool: ,,Ik wist het
vroeger allemaal zoveel beter.''
Als Willem Ouweneel vroeger op kruistocht ging tegen het 'evolutionisme', zaten er
soms duizend mensen in de zaal. ,,Nu zou je blij zijn als er vijftig kwamen. Mensen
hebben heel andere prioriteiten, het kan ze veel minder schelen of Genesis 1
wetenschappelijk klopt. Natuurlijk zit daar een verschuiving in het denken achter. En
die gaat vrij snel.''
Prof. dr. W. J. Ouweneel (1944) - gepromoveerd bioloog, filosoof en theoloog, docent
aan de Evangelische Hogeschool - is er zelf een voorbeeld van. Hij is zijn
stelligheden kwijtgeraakt. 'Bijbelgetrouw' vindt hij tegenwoordig 'zo pretentieus
klinken'. ,,Een rotwoord.'' En van 'biblicisme' en 'naïef litteralisme' moet hij niks
meer hebben. In reformatorisch-evangelische kring geldt Ouweneel, zelf lid van de
Vergadering der Gelovigen, als opinieleider - een positie die hij zich graag laat
aanleunen. Maar nu het om 'zulke gevoelige kwesties' gaat, drukt de
verantwoordelijkheid zwaar. Een paar keer stokt zijn woordenstroom, en meldt hij dat
hij 'nu even heel erg moet oppassen'.
In het voorlaatste nummer van het EH-blad Ellips, voorheen Bijbel en Wetenschap,
pleitte Ouweneel voor een ruimere blik op Gods Woord. Hij deelde de gelovigen op in
drie groepen: fundamentalisten, vrijzinnigen en neo-evangelischen. Het werd hem door
de lezers niet in dank afgenomen. ,,Ik ben een beetje te hard van stapel gelopen'',
zegt hij nu. ,,Heb me te weinig gerealiseerd voor hoeveel mensen fundamentalist een
erenaam is.''
Zelf wil hij er beslist niet meer voor doorgaan. ,,Fundamentalisten, ik ook, hebben te
makkelijk gezegd: zó moet je de Bijbel lezen. Maar hebben wij ter rechterzijde de
Bijbel wel op de juiste wijze geïnterpreteerd? Hebben we het wel goed gezien?''
Ouweneel zegt nu niet meer te weten of de wereld in zes echte dagen van vierentwintig
uur is geschapen. ,,Beweren dat het zes letterlijke etmalen zijn geweest zint me net
zo weinig als beweren dat je Genesis 1 symbolisch moet lezen.''
Het heeft te maken met ontwikkelingen in de hermeneutiek, zegt hij. Hij is zich er
tegenwoordig 'veel beter' van bewust dat óók christenen kinderen van hun tijd zijn.
,,Dat ook wij een bepaalde bril op hebben als we de Bijbel lezen. En die hoeft niet
per se beter te zijn dan die van de concurrent. De Bijbel is absoluut, maar al ons
spreken erover is relatief. Om het zo maar te zeggen: de theologische
onfeilbaarheidsleer is zelf niet onfeilbaar.''
Neem de teksten over de vrouw. ,,Die hebben we altijd bezien door een
antifeministische bril. De vrouw had nu eenmaal een tweederangs positie in de
samenleving. Daarin is nu zoveel veranderd, natuurlijk moeten we die teksten nu anders
lezen. Toch zal er nog heel wat water door de Rijn stromen voordat reformatorische
vrouwen in de ouderlingenbank mogen aanschuiven. Duurt nog een jaar of vijfentwintig,
schat ik. Dat komt door hun hoge
ambtsopvatting.''
Ouweneels visie, hij laat niet af erop te wijzen, is heel anders dan de vrijzinnige.
Laatst was de weinig orthodoxe predikant Nico ter Linden te gast op de Evangelische
Hogeschool - tien jaar geleden overigens nog ondenkbaar. Hij hield 'een prachtig
verhaal' over de bruiloft te Kana. ,,Natuurlijk las hij de tekst allegorisch. Ik heb
óók geleerd de Bijbel symbolisch te lezen, alleen kwamen wij nooit op het idee dat
het niet echt gebeurd zou zijn. Nog steeds geloof ik dat we met de Bijbel op
historische grond staan. Zo houd ik vast aan een historische ontmoeting tussen de
eerste mens en satan. Maar of de slang in het paradijs een biologische slang was? En
van welk merk? Ik weet het niet. En ik heb er geen behoefte aan om het te weten.''
Hij vindt het 'nog niet zo simpel' uit te leggen waar zijn ommezwaai vandaan komt.
,,Het is met kleine beetjes gegaan. Ik ben natuurlijk ouder, bedaarder geworden. Dan
bind je aan stelligheid in. Ik had een veel te rationele instelling, zoals je
vaak ziet bij mensen die heel intellectualistisch zijn. En ik ben, ook onder invloed
van het postmoderne leefklimaat, genuanceerder gaan denken. Wat weten we nu
helemaal?''
Na het artikel in Ellips ontbrandde er een verhitte discussie in
reformatorisch-evangelisch Nederland. Volgens Ouweneel heeft hij behoorlijk veel
stilzwijgende medestanders. ,,Gewone gelovigen begrijpen waar ik mee bezig ben. Voor
het gros leven deze problemen helemaal niet. Maar de mensen die teugen zijn, roepen
wel heel hard. Ontzettend vervelend vind ik dat. Als je je wegbeweegt van het
fundamentalisme, denken mensen meteen dat je
belandt in de vrijzinnigheid. Ze zeggen: Ouweneel laat de fundamenten van het geloof
los. En: zo is het bij de VU ook begonnen. Het waar-blijven-we-argument. Ik vind dat
onzin. De afgrenzing naar links is duidelijk. Alleen: daarbinnen is het veel vager
geworden.''
Hij krijgt niet alleen op zijn kop van 'theologische leken' die graag in de pen
klimmen (,,Is het waar dat u niet meer gelooft in de onfeilbaarheid van de Bijbel?'').
Ook 'gepromoveerde mensen' tikken hem op de vingers. ,,Die zeggen: joh, doe niet zo
gek. De wereld is in zes dagen gemaakt, wij houden ons toch altijd aan de feiten? Maar
ik breng geen debat op gang voor mijn lol! Wat zijn die feiten dan precies?''
Aan de andere kant, zegt hij, heeft hij de indruk dat de theologen van de
gereformeerde gezindte 'veel verder' zijn dan het gewone kerkvolk. ,,Maar ze zijn bang
erover te praten. Nee, ik noem geen namen. Het is niet voor niets dat er maar drie
gepromoveerde oud-testamentici zijn in de rechtervleugel. Theologen willen zich er
niet aan branden, daarom vluchten ze in veilige thema's als zending. Ik vind: daar zit
lafheid in.''
Ouweneel benadrukt dat hij zijn geloofszekerheid niet kwijt is. ,,Mijn geloof is
ongeschokt, en dat is geen vrome praat. De Bijbel is het Woord van God en spreekt met
goddelijk gezag. Ik zeg dit ter geruststelling van mensen die denken: waar is hij mee
bezig. Ik zal nooit zeggen, zoals Nico ter Linden: zo denkt Paulus er toevallig over,
en ik niet.''
Neem teksten over homoseksualiteit. ,,Wij hebben veel te slordig gekeken naar homo's.
We wisten er te weinig van. Nu zien we het meer als een pastorale kwestie. Maar nog
steeds zeg ik: praktiseren mag niet. De homoseksuele leefwijze blijft onacceptabel.
Seks hoort thuis binnen het huwelijk. Als studenten van de EH gaan samenwonen, moeten
ze van school af. En dan zie ik best het probleem dat die jongeren uiteindelijk wel
kunnen trouwen en homo's niet. Maar dat zijn voor mij de bijbelse normen.''
De vraag dringt zich op: heeft zijn ruimere visie bevrijding gebracht? Ouweneel valt
even stil. ,,Voor mijn intellectuele ik natuurlijk wel. Aan de andere kant was het ook
een gemakkelijk leven. Veilig en overzichtelijk. Ik wist het vroeger allemaal zoveel
beter. Ze noemen mij wel eens de Pinnock van Nederland. Ik zie zelf ook die
parallellen. Clark Pinnock zei: ik wilde
zo graag dat de Bijbel zo was. Die hunkerde net zo naar stelligheden. Wij willen zo
graag de duidelijkheid, de herkenbaarheid. Terwijl het veel belangrijker is, dat zeg
ik ook tegen mijn studenten, om de vragen te leren zien.''
|