www.vergadering.nu De Leermap www.vergadering.nu

De rol van de vrouw in de samenkomsten:

31 maa 2001 - Utrecht Studiedag M/V - Fenny vd Laan - Jan Simmering - Willem Ouweneel - Corine Vollbehr
10 apr 2001 - Bode - Broeders is M/V - Willem J. Ouweneel
06 apr 2002 - Apeldoorn Studiedag M/V -Ine Wildschut -Hans Siegelaar -Lize Kraaijenbrink -Jan Brouwer
10 sep 2002 - Bode - Ieder heeft iets - Lize Kraaijenbrink
10 dec 2002 - Bode - M/V: Hoe gaan we de discussie in? - Willem J. Ouweneel
18 feb 2003 - Bode - Themanummer Man/Vrouw: Ine Wildschut - Een nieuw perspectief
18 feb 2003 - Bode - Themanummer Man/Vrouw: JG Fijnvandraat en GH Kramer - Een reactie
18 feb 2003 - Bode - Themanummer Man/Vrouw: WJ Ouweneel - Vrouwen in de samenkomsten
18 feb 2003 - Bode - Themanummer Man/Vrouw: Henk P. Medema - Iedere M/V bidt of profeteert
Lees ook:
Brlist/Harry Sleijster - Bijbelstudies over de rol van de vrouw in de samenkomsten
Boekrecensie Winston: Vrouwen in de gemeente van Christus
Juni 2004 - Gemeenteavonden in 'Zwolle' | Januari 2005 - Besluit 'Zwolle'
Juli  2006 - Ellips - Christelijk leiderschap door Evangelische vrouwen
  


De Bode des heils - www.medema.nldecember 2002  -  abonnee worden

M/V: Hoe gaan we de discussie in?
door Willem J. Ouweneel

In veel gemeenten zijn discussies gaande over de plaats die mannen en vrouwen innemen in de openbare bijeenkomsten. Op sommige plaatsen is men 'eruit', op andere plaatsen zit men nog midden in de discussie, op weer andere plaatsen smeult de discussie onder de oppervlakte.

Het lijkt wel duidelijk dat op den duur geen bijbelgetrouwe geloofsgemeenschap zich aan de discussie zal kunnen onttrekken. En dat het een heftige discussie is (of zal zijn), is op veel plaatsen al gebleken. Het is blijkbaar een explosieve discussie.

Maar juist daarom willen wij als Bode-redactie daarin ook onze verantwoordelijkheid nemen. Als we in dit blad niet in onderworpenheid aan Gods Woord en in respect voor elkaar dit thema kunnen behandelen, dan zouden we ernstig tekortschieten.

In het artikel 'Een ieder heeft iets' in het septembernummer heeft Lize Kraaijenbrink zich over een aantal aspecten hiervan uitgesproken. Een aantal lezers was blij met haar bijdrage, een aantal andere lezers was dat niet. Allebei zat er dik in. Maar voor we nu met die discussie verder gaan (we hopen dat vooral in het februarinummer te doen), zouden we eigenlijk een aantal 'spelregels' moeten afspreken. We doen dat op grond van enkele kritische brieven die wij of Lize zelf ontvangen hebben.

We denken vooral aan de volgende vijf 'spelregels':

1. Ga niet uit van achterdocht en vooroordelen, maar voer een open en eerlijke discussie.

Verschillende kritische brieven zijn typerend voor de bedoelde achterdocht. Het betreft hier lezers die argwanend zijn jegens elke schrijver die de vertaling en de uitleg van 1 Kor. 14:34v. ter discussie stelt.

Zij gaan er bij voorbaat van uit dat zo iemand benvloed is door het emancipatie-denken en/of door het feminisme, en 'dus werelds' is. Daarmee wordt de ander in een bepaalde hoek gezet en is het verdere gesprek eigenlijk al bij voorbaat onmogelijk geworden. Hetzelfde gebeurt als men degenen die vasthouden aan het vroegere standpunt, bij voorbaat in de hoek van het conservatisme en het traditionalisme stopt. Dan is men niet meer bereid naar die personen te luisteren. Daar schieten we niets mee op.

We zullen de discussie alleen maar zinnig en zindelijk kunnen voeren als we dat soort wederzijdse argwaan rigoureus van de hand wijzen. Laten we proberen van elkaars eerlijke en oprechte bedoelingen overtuigd te zijn en dan ook eerlijk en oprecht naar de ander te luisteren, zonder argwaan en achterdocht. Degene die voor een nieuwe uitleg pleit, is niet per se feministisch of werelds, en degene die voor de oude uitleg pleit, is niet bij voorbaat een conservatief of een traditionalist. Nee, het is een zuster of broeder die van harte de Heer liefheeft en zich aan zijn Woord wil onderwerpen. Daar moeten we van overtuigd zijn!

2. Bedenk of je wel zeker weet dat er staat wat er staat!

Een grote moeilijkheid die steeds weer uit kritische brieven blijkt, is dat sommigen zich absoluut niet kunnen voorstellen dat men de tekst anders zou kunnen lezen dan men altijd gedaan heeft. Er staat toch duidelijk: 'Laten de vrouwen zwijgen in de gemeenten' - dus waar hebben we het eigenlijk over?

Wel, waar we het over hebben, zijn bijvoorbeeld vragen als: Over welke vrouwen gaat het hier precies? En: wat betekent 'zwijgen' hier (absoluut zwijgen? of niet babbelen, maar wel zingen en 'Amen' zeggen? of alleen zingen en 'Amen' zeggen, maar niet een lied opgeven of een gebed uitspreken, maar niet profeteren of leren? enzovoort)?
En: betekent 'zwijgen' altijd zwijgen, of net als in vs28 en 30 onder bepaalde omstandigheden zwijgen? Enzovoort.

Het gaat ons er nu niet om wat de juiste antwoorden op deze vragen zijn - als we dat al zouden weten - maar om het feit dat toch niemand anderen het recht (of zelfs de plicht!) kan betwisten zulke vragen te stellen? En als iemand zulke vragen stelt, is het toch wat al te simplistisch te antwoorden: Er staat duidelijk: 'Laten de vrouwen zwijgen in de gemeenten', en daarmee uit... Dat staat er inderdaad duidelijk - maar wat betekent dat precies? Daar gaat het om.

3. Pas op met de redenering: 'Willen wij het beter weten dan vroegere generaties?'

Dat lijkt een sterk argument: enkele generaties hebben 1 Kor. 14:34v. zus uitgelegd, en nu komen er ineens lieden die die verzen zo uitleggen. Waarom zouden die het ineens beter weten? Tja, zo kan men redeneren, en zo is al vaak geredeneerd.

Toen de Broeders er geen predikanten op na wilden houden, schreef Isaak da Costa verontwaardigd: Maar er staat toch zo duidelijk geschreven over de 'engel' van elke gemeente (0p2 en 3)! Ja, dat staat er inderdaad duidelijk - maar wat betekent dat precies? Daar gaat het om.

Toen in de negentiende eeuw de leer van het duizendjarig rijk werd verkondigd, protesteerden sommigen verontwaardigd: Maar er staat toch zo duidelijk dat na de komst van Christus 'het einde' aanbreekt, en niet een duizendjarig rijk (1 Kor. 15:23v.)? Ja, dat staat er inderdaad duidelijk - maar wat betekent dat precies? Daar gaat het om.

Wij als bijbelgetrouwe christenen zouden er toch allang aan gewend moeten zijn dat er niet altijd 'staat' wat er staat. Laten we dat argument dan ook niet te gauw toepassen op degenen die een andere uitleg van 1 Kor. 14:34v. bepleiten. Pas na een kleine 1500 jaar 'zagen' de Reformatoren weer de waarheid van de rechtvaardiging door geloof alleen, en pas na 1800 jaar 'zagen' de 'Broeders' weer de waarheid van de eenheid van het lichaam. Waarom zou het dan ondenkbaar zijn dat ook wij vandaag dingen gaan 'zien' die vorige generaties niet 'gezien' hebben? Maar anderzijds: hebben wij wel grondig de bestaande uitleggingen bestudeerd? Natuurlijk kan men tekst wel heel anders lezen, maar hoe weten we zo zeker dat een nieuwe uitleg beter is dan de oude?

4. Pas op met 'Waar - blijven - we?'-redeneringen zowel als met 'Waarom - mag - er - niks - veranderen?! -redeneringen.

Ook dat zijn veelgehoorde argumenten: als je de vrouwen in de gemeente een pink geeft, dan nemen (of krijgen) ze later de hele hand. Als ze nu een lied zouden mogen opgeven, mogen ze straks ook bidden in de samenkomst, vervolgens een schriftgedeelte voorlezen, vervolgens er ook iets over zeggen, en nog weer later staan ze al achter de katheder.

Waar blijven we op die manier? Het gaat hier toch niet om een automatisch proces? Dingen worden toch niet 'zomaar' ingevoerd? We kunnen onszelf en elkaar toch voortdurend laten terugwijzen naar de Schrift? Of hebben we daarin geen vertrouwen meer? En dus ook omgekeerd: kunnen we niet een beetje geduld met elkaar hebben? Het gaat om dingen die voor velen uiterst gevoelig liggen, en heel makkelijk ontstaat door de tijdsdruk in zo'n discussie een onnodige verwijdering tussen broeders en zusters.

5. Kijk uit voor cirkelredeneringen!

Zo'n cirkelredenering ontmoeten we bijvoorbeeld in het argument: 'Vrouwen moeten niet willen streven naar een plaats die de mannen toekomt.'

Dit argument wordt aangevoerd tegen degenen die pleiten voor hoorbare participatie van zusters in de samenkomsten - maar gaat zelf al uit van het vooroordeel dat zo'n participatie verkeerd is.

Als het geheel in de lijn met de Schrift zou zijn dat vrouwen in de samenkomsten liederen mogen opgeven en gebeden mogen uitspreken, is dit helemaal geen typische broeder-aangelegenheid meer!

Vrouwen die voor deze participatie pleiten, willen dan ook helemaal niet de positie van de mannen innemen, maar ze willen juist HUN EIGEN positie innemen! We hebben hier te maken met vrouwen die niet om iets willen vragen dat hun niet toekomt, maar om iets dat naar hun stellige overtuiging hun juist wl toekomt. Zij geloven dat het een 'gebod van de Heer' is (vgl. vs37) dat ieder - man of vrouw - die 'een psalm, een leer, een openbaring, een taal of een uitlegging' heeft, dat ook moet kunnen uiten, zolang het maar ordelijk en tot opbouwing gebeurt (vs26).

Of zulke vrouwen (n mannen) daarin gelijk hebben, dr gaat de discussie nu juist over. En dus mogen ook de 'vernieuwers' er niet zonder grondige argumentatie van uitgaan dat hun denkbeelden reeds daarom juist zijn omdat ze nieuw zijn. De discussie zal volgens ons tot niets leiden als we ons niet allemaal op z'n minst aan de bovenstaande vijf 'spelregels' houden. Laten we elkaar serieus nemen en goed - zonder argwaan, open en eerlijk - naar de ander luisteren, voordat we zelf het woord nemen.

De Leesmap-index

 www.vergadering.nu