|
Nederlands Dagblad
15 mei 2007
De doop van Nulde
Ingezonden
Soul Survivor
Afgelopen april/mei ben ik zelf vijf dagen op het Soul Survivor festival geweest en heb op het strand gestaan toen er een groep mensen gehoor gaf aan de oproep van Jezus om zich te bekeren en te laten dopen. Daarom vind ik het schokkend dat dr. C.P. Kleingeld in zijn artikel (ND 11 mei, pagina 7) zegt dat deze doop slechts een 'gieten met water' is. Volgens Kleingeld ontbreekt de autoriteit en de context om dit een echte doop te noemen. Hij zegt dat de doop in de context van een gemeentelijk verband moet plaatsvinden. Zelf zit ik in de gereformeerd-vrijgemaakte kerk en weet dat bij sommige mensen Soul Survivor veel vragen oproept. Maar dat komt ook omdat mensen er nooit zijn geweest en eigenlijk niet precies weten wat daar gebeurt.
Soul Survivor is een zeer goede ontmoetingsplek voor veel jonge christenen. Er komen sprekers van overal over de wereld, er worden seminars gegeven en workshops om ons dingen te leren en christenen te ondersteunen in het dagelijks leven. Verder geven we God de eer in alles wat we doen, we aanbidden Hem in de diensten en daarbuiten en bidden veel met elkaar. Uiteraard kom je onderlinge verschillen tegen. Dat is onvermijdelijk aangezien er mensen met zulke verschillende kerkelijke achtergronden bij elkaar zijn. Maar bovenal dienen wij dezelfde God, en dan doen die verschillen er veel minder toe.
Op dit festival komen ook mensen die God hier pas voor het eerst leren kennen, en tot geloof komen. En wat is er dan mooier dan dat deze mensen zich dezelfde week nog kunnen laten dopen? We kunnen een voorbeeld nemen aan het verhaal van Filippus en de kamerling. Dopen zal niet uit een opwelling of massahysterie gedaan moeten worden, maar op Soul Survivor zal dat ook zeker niet zo gebeuren. Als mensen zich willen laten dopen, komt er eerst een gesprek met deze mensen, met de vraag waarom ze zich willen laten dopen. Ook wordt geprobeerd contact op te nemen met de mensen met wie zij in contact staan (dat kunnen ouders zijn, een jeugdleider en als zij al bij een gemeente zitten een voorganger of jeugdleider).
Ook na de doop wordt er voor gezorgd dat de mensen een gemeente hebben waar zij hun plek kunnen vinden. Bij het dopen zelf is altijd een oudste of een predikant aanwezig, die zeker de autoriteit heeft om te dopen. Dat er medewerking wordt verleend door andere mensen, in dit geval de moeder van het meisje, heeft dus niks te maken met het ontbreken van autoriteit.
De doop op strand Nulde is ook zeker niet uit de context gerukt, het is namelijk de samenkomst van de gemeente. Behoren wij niet allemaal tot het lichaam van Christus? Wij zijn toch eigenlijk een grote gemeente, ook al zitten wij dan verspreid over verschillende gebouwen en plaatsen. Wij dienen allemaal dezelfde God en Heer. Jezus heeft zelf ook gezegd: waar twee of meer in Mijn Naam vergaderd zijn, zal Ik in hun midden zijn. Deze mensen die zich lieten dopen, gaven gehoor aan Handelingen 2:38: 'Keer u af van uw huidige leven, en laat u dopen'. Wie zijn wij dan om te zeggen dat dit slechts morsen met water is?
Marijn Kuiper, Barneveld
|