geen login?
Registreer

Diensten

Print artikelStuur artikel doorVoeg toe aan knipsel

Hoe Genesis te lezen

18-02-2009 08:13| gewijzigd 18-02-2009 10:06 | R. N. Jorritsma

De Bijbel vertelt ons waaróm God de wereld schiep, niet hóé Hij die schiep, zo luidt de kernboodschap van René Fransens ”Gevormd uit sterrenstof”. Het boek is de recentste in een lange serie pogingen aan te tonen dat er geen conflict bestaat tussen de Bijbel en theorieën die zeggen dat de wereld en het leven over miljoenen jaren geleidelijk zijn ontstaan.

Fransen is van mening dat de seculiere ontstaanstheorieën het bij het rechte eind hebben, en dat dit niet in strijd is met de goddelijke openbaring in Genesis. Zijn belangrijkste argument is dat de eerste hoofdstukken van Genesis niet strikt historisch opgevat moeten worden, omdat de tekst bedoeld is om een boodschap over te brengen die dieper gaat dan het vertellen van geschiedenis. Dit vindt Fransen zo belangrijk dat hij het meerdere malen herhaalt, wat enigszins storend is in een voor de rest goed leesbaar boek.

Maar eigenlijk is het een zwak argument, want geschiedenis en een diepere boodschap sluiten elkaar beslist niet uit. Genesis is een historisch overzicht van de vroegste geschiedenis van de aarde, en het is juist die geschiedenis die een boodschap met zich meedraagt. De belangrijkste boodschap van Genesis is dat God de Schepper is; wat is nu een betere manier om dat te communiceren dan een werkelijk verslag van Gods scheppingsdaden?

Een andere belangrijke boodschap is de zesdaagse werkweek; wat zou voor God een betere manier zijn om die boodschap over te dragen dan werkelijk de wereld in zes dagen te scheppen? Het sabbatsgebod in de Tien Geboden (Exodus 20:11) wijst dan ook terug naar een historische scheppingsweek, niet op een fictief verhaal.

God kan dingen op een bepaalde manier doen om ons iets te leren. Zo waste Jezus de voeten van Zijn discipelen om hun nederigheid te leren. Dit verhaal staat in het Evangelie van Johannes en is puur historisch, ook al zit er een diepere betekenis achter. De ’boodschap’ kan dus nooit worden gebruikt als ontkenning van de historiciteit.

Lithium
Fransen wijdt twee hoofdstukken aan de wetenschappelijke onderbouwing voor de oerknaltheorie, een oude aarde en de evolutietheorie. Over het algemeen is die onderbouwing niet overtuigend. Zo stelt hij bijvoorbeeld dat de gemeten hoeveelheden waterstof, helium en lithium (de drie lichtste elementen) die in het heelal worden geobserveerd, goed passen bij de hoeveelheden die door de oerknaltheorie worden voorspeld. Maar in realiteit wijkt de geobserveerde hoeveelheid lithium sterk af van de verwachtingen, en kosmologen zijn druk bezig hulphypothesen te ontwikkelen om dit probleem op te lossen en zo de big bang van de ondergang te redden.

Ook Fransens behandeling van de leeftijd van de aarde is allesbehalve representatief voor de werkelijke stand van zaken. Sterke argumenten die tegen miljarden jaren pleiten, laat Fransen volledig links liggen. Bijvoorbeeld de hoge snelheid waarmee de continenten eroderen. Die verweringssnelheid ligt zo hoog dat er gedurende 10 miljoen jaar maar liefst 270 meter van de continenten ’afgeschaafd’ zou worden. Boven op die continenten liggen aardlagen die honderden miljoenen jaren oud zouden zijn. Maar met zulke hoge erosiesnelheden zouden die aardlagen binnen dat tijdsbestek al lang weggesleten zijn. En zo zijn er nog meer problemen die Fransen negeert.

Een probleem dat Fransen wel behandelt is de aanwezigheid van C-14 in steenkool. Het radioactieve C-14 vervalt zo snel dat er na 100.000 jaar absoluut geen detecteerbare hoeveelheid meer over is. Aantoonbaar C-14 in steenkool is een sterk argument dat die niet zo oud kan zijn als wordt aangenomen. Fransen denkt dat dit C-14 het gevolg is van contaminatie (vervuiling), maar met een simpel rekensommetje kan aangetoond worden dat dit geen mogelijke verklaring is.

Fransens opvatting lijkt minstens zo veel wetenschappelijke problemen te creëren als zij oplost. En ook nog eens ten koste van de Schrift. Niet alleen Genesis 1 moet geherinterpreteerd worden, Fransens acceptatie van de evolutietheorie behelst uiteindelijk óók een herziening van de schepping van de vrouw (Genesis 2), de zondeval (Genesis 3), de zondvloed (Genesis 6-8) en de spraakverwarring (Genesis 11).

Dood
Het duurt tot het tiende en laatste hoofdstuk voordat Fransen eindelijk begint met het beantwoorden van de lastigste vragen: Wie waren Adam en Eva? Was de zondeval een historische gebeurtenis? En bovenal: Hoe zit het met de dood, die volgens de Bijbel pas bij de zondeval zijn intrede deed? De 270 eerdere pagina’s moeten lezers voldoende gemasseerd hebben om ontvankelijk te worden voor Fransens gebrekkige antwoorden. Hij maakt heel duidelijk dat zijn antwoorden niet finaal zijn, maar dat is natuurlijk geen excuus voor het geven van totaal on-Bijbelse antwoorden.

In zijn behandeling van de zondeval schetst Fransen het plaatje van een steentijdcultuur, ergens na 10.000 voor Christus, waarin Adam en Eva slechts twee van de vele mensen waren. Adam en Eva kunnen twee „uitverkorenen” zijn geweest, die door God in de hof van Eden geplaatst werden, zo speculeert hij. De zondeval kan dan een concrete gebeurtenis zijn geweest die de hele mensheid aantastte, inclusief de Australische Aboriginals en de Amerikaanse indianen. (Die moeten, volgens de seculiere theorieën die Fransen kritiekloos accepteert, al tienduizenden jaren in Australië en Amerika hebben gewoond.)

Dat is rechtstreeks in strijd met wat de apostel Paulus in Handelingen 17:26 aan de Atheners vertelt: dat God uit één mens de hele mensheid heeft gemaakt. Fransen probeert dit te vergoelijken door Paulus te vergelijken met een dominee die tijdens de preek verwijst naar de verloren zoon alsof dat een historische persoon was, terwijl het in feite een personage uit een gelijkenis is. Maar als een dominee zo’n verwijzing doet, gaat hij ervan uit dat de gemeente weet waar hij het over heeft. De Atheners kenden dit verhaal niet. Paulus moest hun uitleggen wie zijn God was, en hij doet dat deels door een historische achtergrondschets. Wederom zien we dat een schets van de geschiedenis het middel is om een boodschap over te brengen. Dus als we Fransens model aannemen, vertelt Paulus hier simpelweg een onwaarheid.

Het idee dat er vóór en naast Adam al andere mensen waren, is nog in strijd met een aantal andere teksten, en maakt de benaming van Eva (wat betekent: moeder van alle levenden) nogal onzinnig.

Kern
Door de zondeval kwam de dood in de wereld, maar volgens Fransen was het geen fysieke, maar een geestelijke dood. Dit is het grootste probleem met zijn visie, want het raakt de kern van het christelijke geloof. De zondeval was de reden dat Christus geestelijk en lichamelijk voor ons moest sterven. In 1 Korinthe 15:21-22 staat: „Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens. Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.” Heel 1 Korinthe 15 betreft de fysíéke opstanding van Christus, dus moet het ook over de fysieke dood gaan, die door Adams zonde in de wereld kwam.

Een gerelateerd punt waar Fransen over struikelt is de wreedheid van evolutie. Is een proces dat gemoeid gaat met miljoenen jaren van ziekte en lijden niet enorm in strijd met het karakter van een goede God? Fransen stelt daar tegenover dat er ook in de huidige wereld een heleboel lijden is, en dat dit net zo erg is. Maar daarmee mist hij het punt. Op dit moment is er ellende in de wereld vanwege de zonde van de mens. Als er miljoenen jaren van ziekte en lijden waren vóór de zondeval, dan is God daarvoor verantwoordelijk.

Fransen vraagt zich af in hoeverre dieren eigenlijk lijden. „Wat gaat er werkelijk door de zenuwknopen van een rups heen”, vraagt Fransen, op het moment dat die levend verslonden wordt door sluipwesplarven? Hoewel we dat natuurlijk niet weten, wordt het plaatje al heel anders wanneer we beelden zien van een groep hyena’s die al beginnen met eten terwijl de zebra nog weg probeert te komen. Er is geen enkele twijfel over dat die zebra daar enorm onder lijdt. Volgens de evolutietheorie zouden dat soort wreedheden al miljoenen jaren op grote schaal aan de gang zijn, lang voor de zondeval. Dat staat in schril contrast met het beeld dat de Bijbel schetst van de oorspronkelijke schepping (die God „zeer goed” noemt), waarin dieren vegetarisch waren. En niet alleen dieren moeten geleden hebben, ook de mensen die volgens Fransen al tienduizenden jaren leefden en stierven.

Zondvloed
Een probleem dat Fransen totaal negeert is de wereldwijde zondvloed. Zo’n maandenlange watervloed moet over de hele wereld sporen hebben nagelaten. Die vinden we ook overal, in de vorm van aardlagen en fossielen. Maar Fransen accepteert de on-Bijbelse interpretatie dat de aardlagen over miljoenen jaren gevormd zijn. En binnen dat model past beslist geen wereldwijde zondvloed. Hij moet dus geloven in een regionaal overstrominkje in het Midden-Oosten (waar bijvoorbeeld de Aboriginals en de indianen niets van gemerkt hebben), ondanks dat Genesis duidelijk maakt dat het een wereldwijde gebeurtenis was en dat zelfs de bergen onder water stonden.

Op één punt heeft Fransen gelijk: er is geen conflict tussen wetenschap en geloof. Deze gebieden zijn absoluut met elkaar overeenstemming te brengen. Maar niet op de manier die Fransen voorstelt. De concordantie tussen Schrift en natuur zal juist gevonden worden door de geopenbaarde geschiedenis te vertrouwen, en vanuit dat oogpunt de natuur te onderzoeken.

N.a.v. ”Gevormd uit sterrenstof”, door René Fransen; uitg. Medema, Vaassen, 2009; ISBN 978 90 635 3547 6; 311 blz.; € 22,95.

www.evolutie.eu/sterrenstof.php