www.vergadering.nu  Recensie-index  www.vergadering.nu

1 RECENSIE


Vrijgesproken!
Genade en verantwoordelijkheid opnieuw doordacht
Michael A. Eaton
The Grave Factory, Rotterdam 2019.
ISBN 9789082953916
399 pagina's
prijs Ä 24,50
Dit boek bestellen...

Dit is een geweldig boek als je van Bijbelstudie houdt. Het geeft een nieuwe, sterk doordachte en doorleefde visie op genade en geloofszekerheid. Als je een diepgravende, systematische uiteenzetting van het evangelie van genade wilt bestuderen, dan is dit je boek. 

Dit boek behandelt de thema's genade, gerechtigheid, wet en geloofszekerheid vanuit een diep inzicht in de Bijbel als geheel. Je gaat nauwgezet door verschillende Bijbelboeken uit het Oude en Nieuwe Testament heen. Je bestudeert het verbond, de wet, genade, het krachtige en definitieve werk van Jezus, onze beloning nu en straks en - misschien wel het hoogtepunt: het geloof van Jezus in ons. 

De schrijver geeft de lezer een helder doordachte kijk op Gods genadevolle omgang met mensen in verleden, heden en toekomst. Hij gaat in op verschillende visies en daagt de traditionele stromingen in de evangelische en protestantse kerken uit om hun theologie opnieuw te doordenken. Dit is een theologie die kerken, gezinnen en individuele christenen een sterker fundament biedt. 

Prof. Dr. Michael Eaton (1942-2017) groeide op in Londen en studeerde theologie in Groot-BrittaniŽ, Zambia en Zuid-Afrika. Ook werkte hij voor Westminster Chapel onder Dr. Martyn Lloyd-Jones en Dr. R.T. Kendall in Londen en voor Tyndale House, Cambridge. Hij was predikant in Johannesburg, Lusaka en Nairobi. Ook was hij als een van de leiders verbonden met Chrisco Fellowship of Churches. Hij was een veelgevraagd spreker in kerken en conferenties over de hele wereld. Ondanks zijn drukke reisschema bleef hij tot aan zijn dood pastor van een plaatselijke kerk in de krottenwijken van Nairobi. Zijn onderwijs wordt door veel predikanten en leiders gebruikt, met name in Afrika en AziŽ. Dit boek 'Vrijgesproken!' is zijn standaardwerk ('No Condemnation, a Theology of Assurance of Salvation').

..


1. - maart 2022 - focusopdebijbel.org...

Vrijgesproken

Boekrecensie door Gerard Kramer

Bovenstaand boek is volgens de uitgever in de tekst op de achterkant 'een geweldig boek als je van Bijbelstudie houdt. Het geeft een nieuwe, sterk doordachte en doorleefde visie op genade en geloofszekerheid. Als je een diepgravende, systematische uiteenzetting van het evangelie van genade wilt bestuderen, dan is dit je boek'. 
Iemand had mij gevraagd dit boek te recenseren, mede vanwege het Grieks dat soms overvloedig opduikt. Maar uiteraard ook om de inhoud.

De auteur
M.A.Eaton (1942-2017) groeide op in Londen en studeerde theologie in Groot-BrittanniŽ, Zambia en Zuid-Afrika. Hij werkte voor Westminster Chipel onder Martyn Lloyd-Jones en R.T.Kendall in Londen en voor Tyndale House in Cambridge. Hij was predikant in Johannesburg, Lusaka en Nairobi. Het hier besproken boek is de vertaling van wat beschouwd wordt als zijn standaardwerk No Condemnation: a Theology of Assurance of Salvation, geschreven in 1997 en licht gewijzigd opnieuw uitgegeven in 2011. Het verscheen eerst in 1995 onder de titel A Theology of Encouragement. 

Geloofszekerheid, daarover gaat dit boek. Dus over de vraag of iemand zeker kan zijn van zijn behoud ó 'eens gered altijd gered', of dat men die redding ook kan kwijtraken ó 'eens gered, maar niet per se voor altijd gered'.

Onnauwkeurigheden
Nieuwsgierig begon ik te lezen. Wat mij direct opviel, en wat ik daarom meteen vermeld, was een aantal merkwaardige onnauwkeurigheden. Bij een heruitgave zou een grondige herziening van de tekst door redacteuren vertalers met meer taalkundige en historische
Taalkundig het boek zeer ten goede komen. Een selectie:

p.30: 'nomus is het Griekse woord voor wet, red.' ó dat moet natuurlijk nomos zijn; elders, bijv. op pp.157, 170, 171, 190 wordt het correct gespeld.
p.30 Clemens en Romanus worden als twee auteurs ten tonele gevoerd. Het betreft toch echt Clemens Romanus, bekend als auteur van een brief aan de KorinthiŽrs. p.30 De Herder van Hennas lijkt een leesfout (?) te zijn voor de Herder van Hermas; op p.339 wordt het werk wel correct aangeduid.
p.37 Peter Lombard is geen Nederlandse aanduiding, maar de Engelse benaming van de man die in Nederland standaard Petrus Lombardus wordt genoemd.
p.77 Enkele malen wordt consequent Middellaar geschreven, i.p.v. Middelaar.

Geloof en werken, wet en genade
In het algemeen gaat de auteur grondig te werk. In deel I komt het begrip genade aan de orde, en de verschillen in zienswijze daarop tussen calvinisme en arminianisme, waarbij hij de laatste stroming doortrekt tot in de evangelische bewegingen. In deel II gaat hij in op begrippen als verzoening en bevrijding, en op de vraag wat in de Bijbel bedoeld wordt met de wet, en in hoeverre de gelovige daar iets mee te maken heeft. Over de wet schrijft
gelovige hij wel erg uitvoerig. Eaton gaat de hele Bijbel door, en het valt niet steeds mee de draad vast te houden. Gedetailleerd gaat hij in op Paulus' onderwijs over de wet, en in dat kader past zijn stevige betoog over de wet in Paulus' brief aan de Galaten. Met wat Eaton daarover schrijft, kan ik in grote lijnen instemmen. Alleen denk ik dat het vaak aanmerkelijk beknopter en daardoor duidelijker had gekund. Het is daarom goed dat er regelmatig tussentijds conclusies worden getrokken. Zo eindigt Eaton zijn hoofdstuk over Paulus als volgt (pp.203-204):
ĎOnze conclusie is helder: Volgens Paulus faalt de wetgeving van Mozes als middel tot rechtvaardiging of levensheiliging. Terwijl hij niet uit is op een minder niveau van geestelijk leven, verklaart hij dat voor een christen afschaffing van de Wet de opdracht is. Terugkeren onder de Wet heeft alleen maar aflname van geestelijk leven tot gevolg. De Wet was bedoeld als tussentijds middel om de zonde te beteugelen. In het tijdperk na de uitstorting van de Geest met Pinksteren heeft de veel grootsere ervaring van een leven door de Geest de functie van de Wet vervangen in de levens van Gods kinderen. De Geest zal hen binnenleiden in een leven waarin de liefde de hoogste prioriteit krijgt. De Wet wordt 'en passant' vervuld door te leven onder leiding van de Heilige Geest'.

Opmerking: ik acht de term 'afschaffing van de wet' ongelukkig, al begrijp ik wat Eaton bedoelt. Het was, denk ik, duidelijker geweest als hij de waarde en de geldigheid van de wet expliciet had benoemd en voluit had laten staan. Aan de hand van 2Kor.3:3 had hij duidelijk kunnen maken dat de wet nu niet meer van buitenaf tot onveranderde mensen komt, hun onvermogen te gehoorzamen vaststelt en dus hun dood aankondigt, maar door God nu in de veranderde harten van de gelovigen is geschreven, dus in hun binnenste: zij zijn een nieuwe schepping geworden, niet een nieuwe, goddelijke natuur, die niets liever wil dan Gods wil doen Ė en dat gaat verder dan het zich houden aan de wet.

Deel III heet 'Paulus tussen Jakobus, Johannes en MattheŁs', en behandelt de invalshoeken van waaruit deze auteurs tegen de wet aankijken. Deel IV, het laatste deel, bespreekt het begrip 'erfenis' in het Oude en Nieuwe Testament. Dit vind ik in leerstellig opzicht niet het sterkste deel van het boek. Het eindigt echter wel mooi, namelijk met een 'Zicht op een niet-wettische theologie'. Een alinea uit dit gedeelte luidt (pp.357-358):
'We hebben gezien dat er uiteindelijk wel degelijk een motiverende factor aanwezig is in deze herziene theologie. Het thema van de erfenis die nagestreefd en verwezenlijkt moet worden, vormt een sterke aanmoediging in het leven van een christen. Het is een thema dat in geen enkel opzicht de redding en zekerheid van een christen ondermijnt. In dit verband hebben we gezien hoe de waarschuwingen van de Schrift een belangrijke rol spelen in het besef van een christen van zijn positie in Gods ogen. Ook al zijn deze waarschuwingen ernstig en ontnuchterend, toch hebben we ook gezien dat ze geen aanleiding hoeven te geven tot verstikkend zelfonderzoek. Geen van de waarschuwingen neemt de veroordelende vorm aan die zo vaak in de evangelische theologie doorklinkt. Deze tekstgedeelten wekken niet de verwachting dat christenen constant de echtheid van hun bekering moeten onderzoeken of bewijzen, of moeten twijfelen aan hun eerdere ervaringen met God. Ook geven ze geen aanleiding om rekening te moeten houden met de angstige mogelijkheid van een totaal verlies van behoudenis'.
 

Geloven in het geloof van Jezus?
Een stevige kritische noot wil ik echter plaatsen bij hoofdstuk 10, dat getiteld is Geloven in het geloof van Jezus (pp.205-212). Eaton schrijft op p.205 dat op elf verschillende plaatsen het woord 'geloof' gevolgd wordt door 'een bezittelijk voornaamwoord dat wijst naar Jezus. Deze vinden we in Romeinen 3:22 en 26; Galaten 2:16a, 16b en 20; 3:22; Efeze 3.12; Filippenzen 3:9; Jakobus 2:1; Openbaring 2:13 en 14:12'. Laat ik maar meteen zeggen dat hier nergens sprake is van 'een bezittelijk voornaamwoord dat wijst naar Jezus'. Deze woordkeus is, naar ik vermoed, niet die van Eaton maar van zijn vertalers. Waar het om gaat is dat overal waar in deze teksten in de Telosvertaling sprake is van het geloof in Jezus, Eaton ervan uitgaat dat het gaat om het geloof van Jezus.

In de Telosvertaling (2018) zijn deze tekstplaatsen als volgt vertaald:
Rom.3:22 'namelijk gerechtigheid van God door geloof in Jezus Christus <tot allen, en> over allen die geloven; want er is geen onderscheid'
Rom.3:26 'tot betoning van zijn gerechtigheid in de tegenwoordige tijd, opdat Hij rechtvaardig is en hem rechtvaardig die op grond van geloof in Jezus is' Gal.2:16a '... dat een mens niet gerechtvaardigd wordt op grond van werken van [de] wet, maar alleen door [het] geloof in Jezus Christus'
Gal.2:16b '... opdat wij gerechtvaardigd zouden worden op grond van geloof in Christus en niet op grond van werken van [de] wet'
Ga1.2:20'... wat ik nu leef in [het] vlees, leef ik door (het] geloof in de Zoon van God'
Gal.3:22 '... opdat de belofte op grond van geloof in Jezus Christus gegeven zou worden aan hen die geloven'
Efeze 3:12 '... in Wie wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen hebben door het geloof in Hem' 
Filippenzen 3:9 'en in Hem bevonden word, niet in het bezit van mijn gerechtigheid die uit [de] wet is, maar van die welke door [het] geloof in Christus is, de gerechtigheid die uit God is, [gegrond] op het geloof'
Jakobus 2:1 'Mijn broeders, hebt het geloof in onze Heer Jezus Christus, [de Heer] der heerlijkheid, niet met aanzien des persoons'
Openbaring 2:13 '... en u houdt vast aan mijn naam en het geloof in Mij hebt u niet verloochend'
Openbaring 14:12 'Hier is de volharding van de heiligen die de geboden van God en het geloof in Jezus bewaren'.

Eaton gaat er, zoals gezegd, van uit dat het in deze elf gevallen gaat om het geloof van Jezus, dus om het geloof dat Jezus Zelf zou hebben bezeten. Eaton schrijft, ter onderbouwing van deze mogelijkheid, op pp.205-206 'dat Jezus duidelijk wordt omschreven als een Man van geloof, vanuit Zijn relatie met de Vader en geworteld in de boeken van het Oude Testament. Dat kunnen we ook opmaken uit de woorden van HebreeŽn 2, als daar de menswording van Jezus wordt beschreven'. Hij citeert dan Hebr.2:13, 'Ik zal Mijn vertrouwen op Hem stellen' (HSV), of 'Ik zal in Hem vertrouwen hebben'. Daar wordt echter niet het woord geloven, Gr. pisteuoo, gebruikt, dat de basis is van Gr. pistis, dat 'geloof' of 'vertrouwen' betekent, maar een woord dat alleen vertrouwen betekent, namelijk Gr. pepoitha. Dat wordt gebruikt in Matth.27:43, waar over de Heer Jezus aan het kruis gezegd werd 'Hij vertrouwt op God'.
Op zichzelf is het waar dat het Gr. woord voor geloof, pistis, dat in de hele reeks hierboven geciteerde teksten gebruikt wordt, gevolgd wordt door een genitief (tweede naamval), die volgens de regels van de syntaxis (= de leer van de zinsbouw) op twee manieren kan worden weergegeven, namelijk subjectief en objectief:
1) Als de vertaler - op grond van liet verband - kiest voor een subjectieve genitief, zegt hij in feite dat de genitief het onderwerp (subject) aangeeft van de handeling die in het woord waar het bij hoort, ligt opgesloten. Die handeling is in dit geval geloven. Voorbeeld: in 'het geloof van Abraham' (Rom.4:16) is 'van Abraham' een subjectieve genitivus. Abraham was degene die geloofde, anders gezegd: het gaat om het geloof dat Abraham bezat (vgl. vs. 12).
2) Als de vertaler - op grond van het verband - kiest voor een objectieve genitief, zegt hij in feite dat de genitief het lijdend voorwerp aangeeft van de handeling die in het woord waar het bij hoort, ligt opgesloten. Voorbeeld: In Mark.11:22 zegt de Heer Jezus: 'Hebt geloof in God'. 'In God' is de weergave van een genitief, die terecht door de Telosvertalers is opgevat als een objectieve genitief Het gaat niet om God die gelooft - alsof Hij het grammaticale onderwerp van de handeling is - maar om anderen die God of in God moeten geloven. De genitief is hier objectief: niet God gelooft, maar anderen geloven (in) Hem. Toch beweert Eaton dat juist in deze plaats de keuze van een subjectieve genitief voor de hand ligt, oftewel dat de vertaling van God geboden is. Hij verwijst daarbij naar Hand.3:16, waar sprake is van 'het geloof dat door Hem is'. Zo wil hij kennelijk ook Mark.11:22 lezen als een opdracht te geloven met geloof dat door God gegeven wordt. Als die keuze zou worden gemaakt, is het echter geen subjectieve genitief, maar een 'oorsprongsgenitief' een grammaticaal geforceerde keuze, die niet bij een woord als 'geloof' past, en zijn eigen stelligheid als het gaat om de keuze voor een subjectieve genitief onderuit haalt.

Eaton bespreekt deze elf plaatsen, en is er vast van overtuigd dat ze inhoudelijk beter verklaarbaar zijn als het telkens gaat over het geloof van Jezus, of, zoals hij op p.208 schrijft, het persoonlijk geloof van Jezus Zelf. Maar wat bedoelt Eaton daar eigenlijk mee? Hij stelt dat met deze vertaalkeuze 'het geloof van een christen verankerd ligt in Christus' geloof' (of geloofstrouw; de redacteuren schrijven erbij dat Eaton hier speelt met de Engelse woorden 'faith' en 'faithfulness'). Verderop stelt Eaton dat Jezus niet alleen voor ons leefde en stierf, maar ook voor ons geloofde (p.210). Hij zegt erbij: dit ontslaat ons niet van de noodzaak van persoonlijk geloof, zoals Zijn rechtvaardigheid ook niet wegneemt dat wij rechtvaardig horen te leven. Hetzelfde geldt voor ons besef dat we vrijgesproken zijn van veroordeling en voor onze geloofszekerheid. Maar juist daarin hebben we het geloof van Jezus nodig.
Waarom? Omdat volgens Baton ons menselijk geloof nooit perfect is. Jezus' geloof moet worden gezien als aanvulling op ons geloof. Verderop schrijft hij: Onze zonden zijn uitgedelgd, door Jezus' bloed; de fouten in ons leven worden toegedekt door Jezus' gehoorzaamheid; missers in ons geloofsleven worden bedekt, doordat ons geloof verankerd is in het volmaakte geloof van Jezus'.

Het is verleidelijk alle elf Schriftplaatsen te bespreken en te laten zien dat de inconsequenties die Eaton meent te bespeuren wanneer men daar leest 'geloof in', geen hout snijden. Maar de belangrijkste tegenwerping die ik maak is deze. Als steeds 'geloof van Jezus / Christus' moet worden gelezen, en als Hij dus steeds het onderwerp is van de handeling 'geloven', waarom vinden we dan geen enkele Schriftplaats waarin Hij het grammaticale onderwerp is van een vorm van het werkwoord 'geloven'? Anders gezegd: waarom vinden we dan nergens de ondubbelzinnige mededeling dat Hij geloofde? Nee, mensen geloofden juist in Hem! Eatons vertaalkeuze is qua uitleg gezocht en grammaticaal op drijfzand gebaseerd. Ons geloof kan inderdaad zwak zijn, maar het is gevestigd op Hem die van harte bereid is ons ongeloof te hulp te komen (Mark.9:24).

Dit boek is een enthousiaste poging te laten zien dat een christen ondubbelzinnig zeker mag zijn van zijn behoud. Eaton geeft positief Schriftuurlijk onderwijs, en weerlegt daarbij vele ideeŽn van auteurs die vraagtekens zetten bij de mogelijkheid geloofszekerheid te bezitten. Dat is iets om blij van te worden. Niet blij ben ik niet het tiende hoofdstuk; dat kan naar mijn oordeel beter geschrapt worden.

www.vergadering.nu