www.vergadering.nu  Recensie-index  www.vergadering.nu

3 RECENSIES


De boeken van Willem J. Ouweneel

Neemt, eet, de maaltijd van de Heer
Willem J. Ouweneel
Uitg. Medema, Vaassen 1999
152 blz.
Dit boek bestellen bij Boekwinkeltjes.nl (tweedehands)...

of zoek bij: fakkel.nl | ichthusboekhandel.nl | goedhartboeken.nl

Een brood, en ieder breekt er een stukje af.
Een beker en ieder drinkt eruit.
Heel simpel.
Het is de Heiland Zelf, die Gastheer is.


3 . Biblion - 2012 - www.deboekensalon.nl 


Boekrecensie door Biblion

Dit boek bevat een serie bijbelstudies over de betekenis en de praktijk van het Avondmaal. De auteur laat eerst het licht van het Oude Testament over dit onderwerp schijnen met twee voorbeelden: het Pascha en het vredeoffer. Daarna wordt aandacht besteed aan de verschillende teksten in de Evangeliën en in de eerste Brief van Paulus aan de Korinthiërs.

Dit boek bevat een aantal bijbelstudies over de betekenis en de praktijk van het Heilig Avondmaal. Uitgaande van het oudtestamentische pascha en het vredeoffer behandelt de auteur, een van de voormannen van de Vergadering der Gelovigen, de instelling en het gebruik van het Avondmaal, de maaltijd des Heren, waarbij hij uitvoerig stilstaat bij wat de Evangeliën en de eerste Brief van Paulus aan de Korinthiërs daarvan zeggen. 

Elke zondag zou de maaltijd gevierd moeten worden, zo meent Ouweneel. Het zijn geen geleerde verhandelingen, integendeel, het is een direct, goed geschreven en duidelijk betoog, bedoeld voor meelevende gemeenteleden. Leerzaam en uitnodigend zeker. Het boek verscheen overigens eerder (in 1986) onder de titel 'De maaltijd des Heren' (a.i. 87-07-213-0).


2 . Nederlands Dagblad - 9 juni 1999
Recensie door dr. M.J. Arntzen

Inspirerend boek van W.J. Ouweneel over het avondmaal

W.J. Ouweneel heeft al heel wat gepubliceerd, op allerlei gebied. Zijn laatste boeken waren nog wel eens behoorlijk speculatief, bv. over de toekomstverwachting en onze droombelevingen. Daarom verheugt het ons des te meer nu eens een heel mooi en inspirerend boekje van deze schrijver over het avondmaal te mogen bespreken. Het was al eerder verschenen, maar kwam nu opnieuw uit onder de titel Neem, eet. Men wordt bij het lezen getroffen door de diepe eerbied voor onze Here en Zijn Woord, door de dankbaarheid voor het offer van Zijn leven en door de ernst die gemaakt wordt met de toewijding van ons zo verloste leven aan de dienst van de Heer.

Merkwaardig; op veel onderdelen kunnen we het moeilijk met de schrijver eens zijn. Vanuit gereformeerd belijden zijn er ook allerlei vragen te stellen; dat zullen we ook wel doen. Dat neemt niet weg dat de grondtoon van dit geschrift authentiek christelijk is. En er zijn tal van verfrissende opmerkingen, die ons tot nadenken stemmen.
 




Indeling
Het boek bevat zeven hoofdstukken. Eerst wordt, wat voor de hand ligt, het verband besproken tussen het oudtestamentische pascha en ons avondmaal. Daarna, in hoofdstuk 2, wordt uitvoerig gesproken over het vredeoffer en het avondmaal. Dan komt het Nieuwe Testament aan de beurt. In hoofdstuk 3 en 4 wordt gesproken eerst over het avondmaal bij Matteüs en Marcus, dan bij Lucas.

Deze aparte behandeling van Lucas houdt verband met Ouweneels mening dat in de eerste twee evangeliën de discipelen worden gezien als gelovig overblijfsel van Israël. Maar in Lucas zouden deze discipelen de gemeente vertegenwoordigen, die echter maar een deel van alle gelovigen omvat, namelijk de christenen vanaf de pinksterdag tot de zgn. 'opname der gemeente' (zie hiervoor pag. 57/8, 87).

Dan volgt een belangwekkend vierde hoofdstuk over de tafel van de Here en de ontheiliging ervan. In het zesde hoofdstuk wordt er sterke nadruk op gelegd dat het avondmaal hoort bij de dag des Heren, de zondag, met beroep o.a. op Hand. 20:7. Veroordeeld wordt dan de praktijk om het avondmaal maar enige keren per jaar te vieren (p. 126). Maar ook het horen van het Woord hoort er op zondag bij, al oordeelt Ouweneel, zoals we verwachten konden, dat de prediking van het Woord en ook de bediening van het avondmaal niet is voorbehouden aan ambtsdragers. Iedere broeder is gerechtigd voor te gaan.

In het laatste, zevende hoofdstuk herinnert de schrijver eraan dat de tafel wordt toegericht 'voor de ogen van wie ons benauwen' (Ps. 23:5). Er wordt op gewezen, dat we een geestelijke strijd te voeren hebben. We vieren het avondmaal in het aangezicht van de vijand, zoals David en zijn mannen tafelgemeenschap hadden terwijl de vijanden erop uit waren hen te doden. Maar de trouwe strijders in de wereld die nu nog in het boze ligt, vormen een bruggenhoofd, bewaren een vesting en verdedigen die ,,totdat Hij komt'' (p. 149v).

Offerlam
Terecht wordt bij de bespreking van het pascha grote nadruk gelegd op Christus als het Lam van God, het ware offerlam, die onze zonden op zich nam. Ouweneel vergeestelijkt m.i. wel eens te veel.

Mooi is, als gezegd wordt - bij de bespreking dat het paaslam alleen op het vuur gebraden mocht worden - dat Christus in zijn lijden aan de volle kracht van het vuur van Gods toorn werd blootgesteld en dat niets zijn lijden verzachtte. Maar dan staat er dat het lam gegeten moest worden met hoofd, schenkels en ingewanden. Het hoofd zou ons dan doen denken aan de wijsheid van Christus. De schenkels spreken van de wandel van de Here Jezus en de ingewanden op de gevoelens van ontferming. Vooral de eerste twee vergelijkingen gaan ons wel wat ver, maar misschien zijn we al te nuchter.

Lofoffer
Bij de behandeling van het vredeoffer, waartoe ook het lofoffer behoort, wordt de lezer getroffen door de nadruk die gelegd wordt op de avondmaalsviering als lof- en dankzegging. Niet alleen zien we terug op het offer van Golgota, maar ook loven we God voor zijn verlossend werk in het verkondigen van zijn dood aan het avondmaal. Bij ons krijgen we wel eens de indruk dat deze dankzegging pas goed op gang komt in de nabetrachtings- of dankzeggingspreek, als het avondmaal al beëindigd is.

Ouweneel is ook eerlijk, als het gaat om de vraag, wie er toegelaten dienen te worden tot de tafel van de Here. Hij staat zeker geen open avondmaal voor. Men kan te ruim zijn in het toelaten. Maar men kan ook te eng denken. En men kan het zich moeilijk maken, als men alleen maar op zichzelf ziet en in het donker leeft. Men misbruikt ook wel de leer van de uitverkiezing om het aanbod van genade krachteloos te maken.

Ook kleine kinderen horen volgens Ouweneel (nog) niet aan het avondmaal, omdat ze nog niet de tafel van de Here onderscheiden van de tafel van de demonen en ook nog niet onderscheiden, dat het brood wijst op het lichaam van Christus, ook op het geestelijk lichaam, waarvan Christus het Hoofd is (p. 109). Wij zouden het wat anders formuleren, maar de grondgedachte is goed, namelijk dat er een zekere geestelijke rijpheid voor nodig is om het heilig avondmaal te vieren.

Vragen
In dit boek komen we voor ons besef allerlei merkwaardige opvattingen tegen. De belangrijkste is wel de al genoemde, namelijk dat de gemeente maar een deel van de ware gelovigen omvat. Hoe is dat te rijmen met de wetenschap dat alle ware gelovigen uit alle tijden toch het ene lichaam van Christus vormen, dat zij ook allen van eeuwig gekend zijn en ook allen geroepen tot dat ene lichaam van Christus door één Geest?

Ouweneel pleit er ook voor dat we bij de viering van het avondmaal van één geheel brood ieder telkens een stukje afbreken. Zo gebeurt het ook wel in sommige avondmaalsdiensten in andere gemeenschappen dan de Vergadering van Gelovigen, ook in hervormde diensten. Het is een aantrekkelijke en ook wel bijbelse gedachte. Zo wordt duidelijk dat we allen deel hebben aan het ene brood.

Aan de andere kant moeten we toch ook bedenken, dat de Here Jezus het brood nam en brak en het gaf aan de discipelen om te denken aan zijn lichaam, dat tot verzoening van onze zonden in de dood werd gegeven. Zo breekt ook nu de voorganger het brood als vertegenwoordiger van Christus, die de ware Gastheer is, en geeft van dit gebroken brood aan de gelovigen.

Maar van een voorgaan door een dienaar des Woords wil Ouweneel niets weten. Opmerkelijk is ook, dat Ouweneel meent dat Paulus met het oog op de viering van het avondmaal een directe openbaring van de Here heeft ontvangen (p. 131). Wij zien het meestal zo, dat Paulus deze openbaring bij overlevering (van andere gelovigen) heeft ontvangen. Deze woorden ,,bij overlevering'' (1 Kor. 11:23) voegde het Nederlands Bijbel Genootschap in de vertaling die we nu gebruiken, toe. Maar ze staan niet in het oorspronkelijk. Daarom kan men zich afvragen, of Ouweneel hier geen gelijk kan hebben. Paulus kreeg wel meer rechtstreeks een openbaring van de Here (zie bv. Gal. 2:2). Bovendien legt deze apostel, met name in de brief aan de Galaten, er de nadruk op dat hijzelf rechtstreeks door de Here geroepen is en in zijn ambtsbediening zich zeer beperkt heeft in het contact met de andere apostelen (Gal. 1:15vv.).

Slotsom
Al denken we op onderdelen anders dan de schrijver, we zijn dankbaar dat dit boek zo sterk de nadruk legt op het schuldverzoenend lijden van Christus en dat in dit boek ook veel aandacht geschonken wordt aan de heerlijke toekomst van onze Zaligmaker. Zijn koninkrijk is inderdaad nog veelal verborgen, maar de verlosten door zijn zoendood mogen Hem nu al met volle toewijding dienen. Zo wordt grote ernst gemaakt met het verkondigen van de dood van de Here totdat Hij komt. Ondanks de vragen die we hebben, voelen we ons veel meer verwant aan deze schrijver dan aan zovelen die druk in de weer zijn voor intercommunie en oecumenische avondmaalsvieringen, terwijl door deze ijveraars soms maar weinig wordt stilgestaan bij Christus' plaatsvervangend lijden of door hen dit verzoenend, plaatsbekledend lijden zelfs geloochend wordt.


1 . Zwolse Courant, 22 mei 1999
Recensie door ds. Jenno Sijtsma

Neemt, eet,
door Willem J. Ouweneel (Medema)

Dit boekje bevat een serie bijbelstudies over de betekenis en de praktijk van het Heilig Avondmaal. Eerst bespreekt Ouweneel het Pascha en het vredeoffer, waarna aandacht voor de verschillende teksten in de Evangelieën en in Paulus' eerste Brief aan de Korinthiërs. Boeiend, en strikt Schriftuurlijk (zo is hij tegen kleine kinderen aan het avondmaal), zijn het voor mij 150 rijke bladzijden.


www.vergadering.nu