www.vergadering.nu  Recensie-index  www.vergadering.nu

1 RECENSIE


Samen in de naam van Jezus
Evert van de Poll
246 blz., € 21,50
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer
Dit boek bestellen...


Dr. Evert W. Van de Poll legt uit hoe er in evangelische kring over de inrichting van samenkomsten, liturgie en muziek wordt gedacht en welke eigen accenten dat oplevert. Het boek is bedoeld voor voorgangers, oudsten, aanbiddingsteams en studenten.

Dr. Evert W. Van de Poll woont in Frankrijk waar hij werkt als toerustingpredikant binnen de Federatie van Franse Baptisten Gemeenten (FEEBF). Daarnaast doceert hij missiologie, als Associate Professor aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven
 


1. Nederlands Dagblad - 28 april 2009 - www.nd.nl

`Test, test, halleluja'

Van de Poll schrijft `eerste handboek over evangelische liturgie'

`Van dromedaris naar kameel': vanouds draait een evangelische kerkdienst om de preek, maar nu zijn er vaak twéé bulten, zegt theoloog Evert van de Poll: lofprijzing en Woordbediening. Hij zet daar vraagtekens bij.




Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour
door onze redacteur Wim Houtman

ZOETERMEER - Let op het begin van een kerkdienst en je weet meteen in welke kring je vertoeft, schrijft Evert van de Poll. Zie je kaarsen en mannen in witte gewaden die voorin wat heen en weer schuifelen rondom een soort van grote tafel: je bent in een rooms-katholieke kerk. Komt er uit een geheimzinnige deur een rij stemmig geklede mannen naar voren: een traditionele protestantse dienst staat op het punt van beginnen. Lopen er ook vrouwen tussen, dan ben je in een gemeente die 'rekkelijker` in de leer is.

Ook evangelischen hebben hun manieren: “In onze samenkomst geen plechtstatig uitgesproken votum en groet met één hand omhoog, maar een wat rommelige atmosfeer vol gekeuvel en gedraai, waarin mensen met van alles en nog wat doende zijn en waarin dan op een gegeven moment een startsignaal wordt gegeven. Bijvoorbeeld: 'Môge gemeente'. Of, van achter de microfoon in de richting van het mengpaneel achterin de zaal: `Test, test, halleluja'."

Liturgie is een verdacht woord in evangelische kringen en voorgangers doen het vaak zonder scholing op dat punt. Evangelisch theoloog Evert van de Poll (1952) vindt dat een tekort. Hij signaleert “leegte" en “voorspelbaarheid" in evangelische diensten. Met het - volgens zijn uitgever -”eerste handboek over evangelische liturgie" wil hij de lacune vullen.

Hij bespreekt Bijbelgegevens en kerkelijke tradities en probeert evangelische samenkomsten een theologische basis te geven. Het boek heet Samen in de naam van Jezus, naar een fameus opwekkingslied.

Speelruimte
Van de Poll komt zelf niet met een uitgewerkte orde van dienst. Belangrijk vindt hij wat volgens het Bijbelboek Handelingen in de eerste gemeente gebeurde: onderwijs, gemeenschap, brood breken, gebeden en lofprijzing. In de nieuwtestamentische brieven blijkt een zesde element: beoefening van Geestesgaven. Verder laat God ons een enorme vrijheid, schrijft hij; er is alle ruimte om te variëren en te improviseren. Hetzelfde geldt voor de muziek: er zijn geen voorgeschreven of verboden genres en instrumenten.

Daarmee is niet alles oké. Zo zet Van de Poll vraagtekens bij de toegenomen nadruk op lofprijzing. Dat is, naast de preek, de tweede pijler van de dienst geworden in veel evangelische gemeenten ('Van dromedaris naar kameel', aldus Van de Poll). De verwachting is dat de lofprijzing de gemeente in Gods tegenwoordigheid brengt en de Geest doet neerdalen. Dat is een enorme spanningsboog en als daarna de preek komt, moet de voorganger de spanning maar opnieuw zien op te bouwen, om zijn hoorders te raken. Soms wordt volstaan met een korte bemoediging, als de lofprijzing al zoveel Godservaring heeft gebracht.

Van de Poll signaleert ook dat de lofprijzing met geoefende muziekteams op het podium de gemeente passief maakt: “Er wordt minder samen gezongen, meer meegedeind."

Hij wijst erop dat in de Bijbel alle psalmen 'lofgedichten' heten. Lofprijzing is dus niet alleen tegen God zeggen wat we zo mooi en fijn en lofwaardig vinden; ook wat ons terneerdrukt, wat we niet begrijpen hoort erbij, en wat we kunnen vertellen over zijn daden in de geschiedenis en zijn beloften in de toekomst. “Lofprijzing mag zo breed zijn als de inhoud van het boek der Psalmen !"

Dans
Van de Poll pleit ook voor het volgen van het kerkelijk jaar, met zijn 'kringen' rondom Kerst, Pasen en Pinksteren. In de praktijk hebben evangelischen ook een soort liturgische kalender:
hun vele conferenties, zoals 'Opwekking' met Pinksteren. “Toch verliezen we iets wanneer wij slechts van conferentie naar conferentie door het jaar gaan. De thematiek daarvan is wisselvallig en meestal trendgevoelig. De bijbel staat echter vol met oproepen om de grote daden Gods te gedenken, en dat is nu juist de bedoeling van de jaarkalender: regelmatig stilstaan bij Gods grote geschiedenis die al onze individuele levensverhalen omvat en draagt."

Ook symbolische voorwerpen en handelingen verdienen meer plaats. Het evangelie is van vóór de boekdrukkunst, schrijft hij, uit een ‘hoorcultuur’ waarin men de taal van symbolen en de werking van rituelen kende. Van de Poll noemt onder meer het aansteken van kaarsen, elementen in architectuur en inrichting van de kerk en het gebruik van lichaamstaal en dans.

Hij bepleit ook vaker avondmaal te vieren - om de week bijvoorbeeld - en in de vormgeving daarvan de viering voor de kerkgangers meer betekenis te geven. Het boek besluit met een korte reeks kant-en-klare liturgische teksten voor bijzondere samenkomsten rondom doop, kinderzegen, huwelijk en begrafenis. 

www.vergadering.nu