www.vergadering.nu  Recensie-index  www.vergadering.nu


Boek over het Thomasevangelie als 'Da Vinci Code'
De Nederlandse Dan Brown

Gilles Quispel, Het Evangelie van Thomas: Uit het koptisch vertaald en toegelicht
(Amsterdam: In de Pelikaan, 2004), deel 10 in de serie Pimander, texts and studies published by the Bibliotheca Philosophica Hermetica, 380 blz., Ä 32,50, ISBN 90-71608-15-8.

Gilles Cluispel, Valentinus de gnosticus en zijn Evangelie der Waarheid
(Amsterdam: In de Pelikaan, 2003), deel 8 in dezelfde serie, 145 blz., Ä 21, ISBN 90-7160813-1.

Ellips - 8 november 2005

Boekrecensie door Dr. P.J. Lalleman

Nederland heeft zijn eigen Dan Brown - maar het grote publiek weet het niet en dat moest ook maar zo blijven... Zijn boek over het Evangelie van Thomas doet sterk denken aan de bestseller De Da Vinci Code. Zijn naam is heel wat welluidender dan het platte Dan Brown: hij heet Gilles Quispel, emeritus hoogleraar vroege kerkgeschiedenis in Utrecht. Hij is nu bijna 90 jaar en zijn publicaties worden steeds openlijker gnostisch. Zijn vriend en uitgever, Joost Ritman, windt daar in het voorwoord geen doekjes om.

Brown en Quispel herschrijven beiden de kerkgeschiedenis. Bij Quispel is het de bedoeling een andere Jezus te presenteren, een gnostische Jezus. Deze Jezus is niet Degene die verlost door zijn dood en opstanding, maar die de mensen zelfkennis leert. Ouispel beweert dat dit ook de essentie was van het geloof van de door hem 'herontdekte' Aramees sprekende christenen (86).
 



Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour

Jezus' goddelijkheid wordt verzwegen en de opstanding wegverklaard. Brown en Guispel baseren zich beiden op bestaande personen en zaken uit de eerste eeuwen van de kerk, zodat het uiterst moeilijk is feit van fictie te scheiden. Quispel beweert onder andere dat de tekst van de canonieke bijbelboeken door de kerk herschreven is en dat de apostel Johannes tegelijk met zijn broer Jakobus werd gedood.

Een verschil tussen de twee is dat Brown een populist is, maar Quispel elitair. Hij presenteert zich als wetenschapper en dat is hij ook. In zijn boek etaleert hij zijn grote kennis en belezenheid. Het wordt de lezer niet gemakkelijk gemaakt, want veel van de aangehaalde teksten, kerkvaders e.d. worden niet of nauwelijks voorgesteld. Een oningewijde kan op p. 25 de draad al kwijt zijn.

Zijn boek is geschreven in de ikvorm en Quispel voert veel vakgenoten op, maar selectief. Het boek is mijns inziens onwetenschappelijk door het selectieve brongebruik. Wat de lezer niet openlijk te horen krijgt, maar wel tussen de regels door kan lezen, is dat Guispel onder zijn collega's niet veel aanhang heeft.

Commentaar

Over wat voor boek gaat het? Niet over een roman zoals bij Brown, maar om een tekstuitgave met uitgebreid commentaar op het Evangelie van Thomas, waaraan Quispel vele jaren gewerkt heeft. Opvallend is dat de schrijver in de uitleg van de tekst van alles overhoop haalt, maar niet altijd heldere uitleg geeft van veel moeilijke gedachten. Hij heeft meer aandacht voor (vermeende) bronnen, ontleningen en parallellen met bijbelse en buitenbijbelse teksten dan voor de betekenis van de tekst. Het is een rationalistische, niet een bevindelijke commentaar.

Alternatieve vertalingen van de soms duistere tekst komen evenmin aan de orde als de visie van eerdere uitleggers, tenzij Quispel het met iemand eens is. Om een eenvoudig voorbeeld te geven: de kortste spreuk van het Evangelie, nummer 42, vertaalt Quispel als: 'Wordt zwervers'. Vervolgens houdt hij een lang betoog over rondtrekkende predikers. Maar andere uitleggers kiezen voor vertalingen zoals: 'Wordt voorbijgangers' of 'voorbijgaanden' - Engelse vertalingen houden het meestal op Become passersby. Zoiets moet toch uitgelegd worden!

Quispel stelt dat het Evangelie van Thomas niet gnostisch is, maar het is maar net hoe je dat etiket definieert. In elk geval wordt er een andere Christus in verkondigd dan de Christus van het Nieuwe Testament. Quispel beschouwt de tekst als een verzameling grotendeels authentieke woorden van Jezus, maar hij wijst er wel tegenstrijdigheden in aan en is het ook niet met alles eens. Op dezelfde wijze benadert hij de vier canonieke EvangeliŽn. De tegenstrijdigheden in het Thomasevangelie verklaart hij met name door aan te nemen dat de auteur (rond het jaar 140) twee bronnen heeft gebruikt, een joodse uit ca. 40 en een Alexandrijnse uit ca. 100 n.C.

Hij herkent daarnaast nog woorden van Jezus in allerlei andere vroegchristelijke teksten. Het vraagt een zekere goedgelovigheid om alles wat hier als woorden van de Heer wordt gepresenteerd, ook als zodanig te aanvaarden. We kunnen ook zeggen dat Jezus, als Hij alles heeft gezegd wat Quispel Hem in de mond laat leggen, Zichzelf behoorlijk moet hebben tegengesproken.

Orthodox?

Naast de tekstuitleg biedt het boek een inleiding en een conclusie. Ondanks het reeds genoemde voorwoord van Ritman, dat hem als gnosticus neerzet, presenteert Guispel zichzelf als goed orthodox. Ook in dit opzicht lijken Quispel en Brown op elkaar, want ook Brown dient zich aan als iemand die christelijk werd opgevoed en 'leeft naar de lessen van Christus'. Quispel schrijft letterlijk: 'ik ben echter nog altijd orthodox in de religie, christelijk-historisch in de politiek, en in de ethiek - niet gescheiden' (29), maar tegelijkertijd noemt hij Origenes van AlexandriŽ 'de sympathiekste dogmaticus aller tijden (hij leerde de alverzoening en een soort van zielsverhuizing)' (260) en de vrijwel onbekende tweede-eeuwse gnosticus Basilides wordt geroemd als 'een van de diepzinnigste christenen die ooit geleefd hebben' (112).

Af en toe wordt ontkend dat Jezus iets gezegd kan hebben wat we in de Bijbel vinden (94, 118) en van Paulus moet de auteur niet veel hebben. De Heilige Geest wordt gezien als vrouwelijk en als moeder van de gelovigen (28).

Valentinus

Een jaar eerder liet onze Nederlandse Dan Brown een ander boek het licht zien, een studie over Valentinus, een christen uit de tweede eeuw die gnosticus werd. Dit boek biedt een Nederlandse vertaling met commentaar van de teksten die aan Valentinus worden toegeschreven, waaronder het zogenaamde Evangelie der Waarheid. De flaptekst meldt dat er onlangs meer bekend is geworden over zijn leven, maar daar blijkt in het boek niets van. Het Evangelie der Waarheid wordt door vrijwel geen enkele onderzoeker behalve Quispel meer aan Valentinus toegeschreven.

Het boek bevat ook de gnostische Brief van PtolemeŁs, een leerling van Valentinus, aan Flora. Ook dit boek geeft blijk van Quispels enorme kennis, maar ook hier staan feit, hypothese en fantasie onontwarbaar door elkaar heen. Dwars tegen het moderne onderzoek in blijft hij beweren dat de gnostiek ouder is dan het christendom. Er zijn veel overlappingen met zijn commentaar op Thomas. Minder vaak wordt verwezen naar andere publicaties.

Nawoord

Waarom aandacht voor deze Nederlandse Da Vinci Code? Mede door Brown staat de vroege kerk weer in de belangstelling. Hij is niet de eerste die de geschiedenis herschrijft en hij zal niet de laatste zijn. Quispel ging hem voor. Men rake niet van zijn stuk. Men probere als leek ook niet feit van fictie te scheiden in dergelijke boeken. Wie toch iets wil lezen over de gnostiek, kan terecht bij Riemer Roukema's Gnosis en geloof in het Vroege Christendom. Dat boek noemt Quispel niet. Dat typeert zijn selectiviteit.

www.vergadering.nu