www.vergadering.nu  Recensie-index  www.vergadering.nu

1 RECENSIE


Messiasbelijdende Joden
  door de eeuwen heen

Een geschiedenis van een vergeten groep
Dr. P.A. Siebesma

EAN-code: 9789033130137
Uitgeverij Den Hertog
Aantal pagina's 200
prijs €13,50
Dit boek bestellen...

Zolang de gemeente van Christus bestaat, zijn er Joden geweest die Jezus als Messias hebben geaccepteerd en Hem zijn gaan volgen. Vaak waren zij eenlingen die, verstoten door hun familie en door de Joodse gemeenschap, een eenzame weg gingen. Vanwege hun dubbele identiteit hebben ze vijandschap ervaren: ze waren Joods en ze volgden Christus.
We kunnen van hen leren omdat zij eerstelingen waren. Hun getuigenissen en hun levens laten zien dat het volgen van de Messias een prijs heeft, maar dat dit lijden niet opweegt tegen de geestelijke rijkdom die wij in de Messias hebben ontvangen. 

Na een definitie van het begrip Messiasbelijdende Joden, behandelt dr. Siebesma hun geschiedenis vanaf de eerste pinksterdag tot vandaag. De focus ligt daarbij op (West-)Europa en Nederland.
Al eerder zijn er studies gepubliceerd over de geschiedenis van de Joodse christenen in de afgelopen tweeduizend jaar, maar die zijn veelal in het Engels geschreven en zijn van oudere datum. Dit boek is het eerste (beknopte) overzichtswerk in het Nederlandse taalgebied. 

Een fullcolour geïllustreerde uitgave in samenwerking met Stichting Steun Messiasbelijdende Joden.

..


1. Focus op de Bijbel - december 2019 - www.focusopdebijbel.org 

Messiasbelijdende Joden door de eeuwen heen

Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour


Boekrecensie door Gerard Kramer

Dit boek is een bewerking van artikelen die de auteur vanaf 2013 geschreven heeft voor het blad Immanuel van de Stichting Steun Messiasbelijdende Joden, voor De Waarheidsvriend en voor het maandblad van de Stichting Israel en de Bijbel. Siebesma begint met uit te leggen dat Messiasbelijdende Joden een dubbele identiteit hebben. Ze zijn Joods, omdat ze tot het Joodse volk behoren en tegelijkertijd maken ze deel uit van de gemeente van Christus. Ze vormen geen uniforme groep. Dit boek is het eerste (beknopte) overzichtswerk van hun geschiedenis in het Nederlandse taalgebied.

Velen zijn bekend met de messiaanse beweging die in 1967, na de Zesdaagse Oorlog, is ontstaan. Dat er ook aan het eind van de negentiende eeuw veel Messiasbelijdende Joden waren, is minder bekend. De huidige Messiasbelijdende Joden zijn vooral beïnvloed door de voor hen buitengewoon ingrijpende periode van de Tweede Wereldoorlog. Overigens hebben juist orthodoxe Joden een afschuw van hen; die zien Messiasbelijdende Joden als verraders van hun eigen volk. Dat is op zichzelf te begrijpen vanuit de eeuwenlange vervolgingen en het antisemitisme in Europa. Siebesma heeft in de loop van de jaren veel contacten gekregen en gekregen en vriendschappen opgebouwd met Messiasbelijdende Joden in Nederland, de VS, Engeland en Israel. Op grond van enkele demografische gegevens schat hij dat het aantal Joodse christenen in Nederland tussen de vijfhonderd en duizend bedraagt; dat is 1 à 2% van de Nederlandse Joden.

Wat is een Messiasbelijdende Jood?
Het is al lastig om goed te definiëren wie Jood is en wie niet. Iets soortgelijks doet zich voor bij het definiëren van het begrip Messiasbelijdende Jood. Siebesma kiest ervoor diegenen als zodanig te beschouwen die uit overtuiging christenen zijn en zich daarnaast bewust zijn van hun Joodse achter¬grond. Onder de Messiasbelijdende Joden bestaan, ook binnen Nederland, evenveel verschillen als er tussen andere christenen bestaan. Die verschillen betreffen bijvoorbeeld het wel of met koosjer eten, en de kwestie van het wel of niet toepassen van de besnijdenis. Wat vrijwel allen gemeenschappelijk hebben, is een grote verbondenheid met de staat Israel. Ook wat hun christelijke identiteit betreft, is de groep divers. De ouderen zijn vaak lid van een traditionele kerk, de jongeren zijn doorgaans evangelisch. Sommigen zijn bij geen kerk of gemeente aangesloten.

Siebesma onderscheidt in Nederland minimaal vier groepen Messiasbelijdende Joden:
1. Hadderech (= de weg), geen kerkgenootschap, maar een vereniging. De leden komen uit vrijwel alle protestantse denominaties, van PKN tot Leger des Heils. Men moet minimaal één Joodse voorouder hebben om lid te kunnen zijn. Deze vereniging is tachtig jaar geleden opgericht door een dame die, als het om de genade gaat, onder invloed stond van Kohlbrugge, en als het om de eschatologie gaat, van Johannes de Heer. De kern van deze vereniging bestaat uit mensen die tijdens hun onderduikperiode tijdens de Tweede Wereldoorlog met het christelijk geloof in aanraking zijn gekomen. Toch sluiten zich tegenwoordig ook weer jongeren aan.
2. Messiasbelijdende gemeenten en huisgroepen, en daar¬naast soortgelijke groepen van christenen van niet-Joodse komaf.
3. Naamloze Joodse christenen die binnen een kerk of gemeente functioneren, zonder veel contacten met Joods-christelijke organisaties.
4. Messiasbelijdende Joden die lid zijn van een orthodoxe of liberale synagoge. Hun christen-zijn willen zij voor zichzelf houden om uitsluiting uit gemeenschap of familie te vermijden.

Er is dus niet één Messiasbelijdende Joodse leer of visie. Het Nieuw Israëlitisch Weekblad, spreekbuis van Joods Nederland, zal zelden iets positiefs over deze Joodse christenen schrijven. Dit blad is namelijk deels ontstaan als een protest tegen Jodenzending. De tragiek van de Messiasbelijdende Joden is dus dat ze door (orthodoxe) Joden, maar soms ook door christenen niet worden geaccepteerd. Die laatsten beschouwen hen als een bedreiging voor de kerk, aldus Siebesma.

Geschiedenis in drie perioden
Na dit begripsbepalende deel behandelt Siebesma in de rest van zijn boek de geschiedenis van de Messiasbelijdende Joden. Die geschiedenis verdeelt hij in drie perioden: de eerste eeuwen, de periode van de vierde eeuw tot de Franse revolu¬tie, en de tijd daarna. Van deze perioden geeft Siebesma als ervaren docent eerst een smaakmakend overzicht in enkele pagina's (pp.21-27). Daarna behandelt hij in de rest van het boek zijn hoofdthema volgens deze driedeling (pp.31-185). Dat doet Siebesma zorgvuldig, informatief en onderhoudend.
Natuurlijk heb ik ook enkele puntjes van kritiek. Zo schrijft Siebesma dat onder de Romeinse keizer Constantijn de Grote het christendom 'de officiële staatsgodsdienst' werd (p.22). Dat is een misverstand, het christendom werd onder Constantijn, in 313, een officieel getolereerde, dus met meer illegale godsdienst. Staatsgodsdienst werd het christendom pas zo'n zeventig jaar later, onder keizer Theodosius I, in 380. Verder was het niet Paulus die in Hand. 15:7-11 ervoor pleitte dat niet-Joden zich niet aan de Thora hoefden te houden, maar Petrus (p.38). Ook zou ik niet zeggen dat het toen Jakobus was die een beslissing nam; hij gaf wel zijn mening (Hand. 15:19), maar vervolgens namen de apostelen en de oudsten gezamenlijk een besluit (vs.22,23,25).

Ook denk ik dat Siebesma de controverse tussen Paulus en Petrus in Gal.2:11-14 te beknopt en daardoor niet helemaal correct weergeeft. Hij schrijft: 'Petrus wil niet meer met niet-Joden samen eten' (p.52), alsof dat Petrus' principiële keuze was. Petrus at echter eerst wel degelijk met niet-Joden, maar pas toen er ‘enigen van Jakobus' kwamen, wilde hij dat niet doen, ‘uit vrees voor die uit de besnijdenis'. Paulus veroordeelt dit als huichelarij, als een niet recht wandelen naar de waarheid van het evangelie.

Enkele Messiasbelijdende Joden
Voor het totale boek van Siebesma heb ik echter veel waardering. Het is mooi om te zien hoe door de eeuwen heen Joodse mensen uit overtuiging christen zijn geworden. De reacties op hun bekering is divers geweest. Erasmus en Luther waren in hun uitlatingen over hen soms zelfs antisemitisch, maar Calvijn niet. Een Jood met wie hij persoonlijk nauw contact had, was Immanuel Tremellius (1510-1580), die op dertigjarige leeftijd christen was geworden en als docent Hebreeuws werkzaam was. Tremellius werd voor de leer van Calvijn gewonnen en vertaalde geschriften van Calvijn in het Hebreeuws. Een citaat: 'Calvijn kende uitstekend Hebreeuws en was goed op de hoogte van de rabbijnse exegese. Voor hem zijn de rabbijnen gelijkwaardige partners, zeker waar het gaat om de gemeenschappelijke Heilige Schrift. De historische lezing staat bij Calvijn voorop. Calvijn gaat in zijn boeken daarom in op wat Joodse exegeten hebben geschreven' (p.84).

Siebesma beschrijft een hele reeks interessante Messiasbelijdende Joden, die ik hier natuurlijk niet allemaal kan noemen, laat staan bespreken. Ik maak een uitzondering voor Samuel Isaac Joseph Schereschewsky (pp.113-118), die leefde van 1831 tot 1906. Hij was afkomstig uit Litouwen, studeerde aanvankelijk voor rabbijn aan het rabbijnenseminarium van Zhitomir in de Oekraïne. Toen hij op een dag een Hebreeuws Nieuw Testament in han¬den kreeg, raakte hij er intellectueel van overtuigd dat Jezus de beloofde Messias was. Pas vele jaren later kwam het bij hem tot een persoonlijke doorbraak, toen hij in New York in contact was gekomen met Messiasbelijdende Joden. Dat was in 1855. Men vond hem toen bij uitstek geschikt om onder Joden te evangeliseren, maar Schereschewsky zelf wist zich geroepen voor de heidenen, en speciaal voor China. Hij was zeer taalbegaafd: hij sprak vloeiend Hebreeuws, Jiddisch, Pools, Russisch, Duits en Engels, en leerde er nu enkele Chinese talen bij. Ondanks een gedeeltelijke verlamming aan handen en voeten slaagde hij erin het Oude Testament in het Mandarijn te vertalen, de hele Bijbel in het klassieke literaire Chinees en de evangeliën in het Mongools. Hij werd uiteindelijk bisschop van de episcopaalse (anglicaanse) kerk in Shanghai. Een goede Bijbelvertaling vond hij essentieel, want zonder de Bijbel zou het christelijk geloof in China geen toekomst hebben.

Siebesma heeft zijn zeer leesbare boek voorzien van een literatuurlijst, een verklarende woordenlijst, en een register van persoons- en plaatsnamen. Deze instrumenten maken het boek ook geschikt als basis voor verdere studie en als naslagwerk. Van harte aanbevolen!
 

www.vergadering.nu