Start

Vrouwen profeteren

Muziek

Oudsten

Opname

Wedergeboorte

Zoonschap

Genezing
   Geneest de zieken
   Handoplegging
Heilige Geest
Charismatisch

Verzoening


Verzoening

Om te beginnen moet ik zeggen dat 'verzoening' een complex probleem is. En wat is het verschil tussen 'zonde' en 'zonden'? Is de zonde alleen de zondemacht of ook alle zonde, incl de zonden?
En wanneer gebeurt of gebeurde de verzoening? M.i. moeten we ervan uitgaan dat de Heer Jezus op het kruis de zonden volkomen verzoend heeft. Maar natuurlijk is er ook een andere kant, n.l. de zonden nú en de reiniging die pas aan het eind van het vrederijk plaatsvindt. Maar dat doet niets af aan het feit dat de verzoening  op het kruis voor eens en altijd is bewerkt. Op dat moment is alles volbracht. Dus ook de verzoening van de zonden die we nu nog zien en zelf doen. Jezus is het Lam dat de zonde der wereld wegneemt en Hij heeft dat op het kruis gedaan. Het kan m.i. niet zo zijn dat je zou kunnen zeggen dat de Heer niet alle zonden verzoend heeft. Als er zonden overgebleven zouden zijn, die dus niet door zijn bloed bedekt zouden zijn, dan zou God niet volkomen bevredigd kunnen zijn. Meerdere teksten ondersteunen het dat de Heer ALLE zonden gedragen heeft.

Er zijn 2 woorden voor 'verzoening'.
In het Nederlands is het één woord, maar in het Grieks zijn het twee geheel verschillende woorden. Uit de voorrede van de 4e druk van de Voorhoeve-vertaling heb ik het volgende onderscheid gedestilleerd:

a. Verzoening - Gr: hilasmos.
1 Jh 2:2 ; 4:10 zoenoffer, verzoening
Verwant hiermee zijn:
Rm 3:25 genadetroon.
Hb 9:5 verzoendeksel.
Lk 18:13 genadig zijn.
Gods kant: het bloed op het altaar verzoent/bedekt de zonden

b. Verzoening - Gr: katallagè.
Rm 5:11 ; 11:15 ; 2Ko5 .18,19 verzoening
Verwant hiermee zijn:
Rm 5:10; 1Ko7:11; 2Ko5:18 20 verzoenen
Ef 2:16; Ko 1:20,21 verzoenen
De verzoening in de relatie, de veranderde betrekking

Er zijn dus twee geheel verschillende begrippen:
a. hilasmos: DE ZONDE, die voor God BEDEKT moest worden.
b. katallagè: WIJ, die met God in een nieuwe BETREKKING gebracht 
moesten worden.

De verschillende kernwoorden zijn dus:
hilasmos = bedekking
katallagè = betrekking

Kort gezegd betekent dit dat door Jezus' bloed alle zonden bedekt zijn, maar er moet een relatie hersteld worden.
Het eerste is volledig Christus' werk. Het tweede is een verandering van vijandschap naar vriendschap, waarvoor geloof en bekering nodig is.

Ik hoop zo beetje duidelijk gemaakt te hebben hoe ik 'de verzoening' zie. Ik ben me ervan bewust dat we hier met de diepste 'geheimen' van de Schrift bezig zijn en het niet allemaal volledig kunnen doorgronden. Maar er is nog best veel over te zeggen. Neem bijvoorbeeld de vele teksten die m.i. aantonen dat alle zonde is weggedaan. Daarmee is dan weer de vraag verbonden of het wel werkelijk zo is dat "ieder die wil, kan komen". Daarmee houdt verband de vraag of ook de zonden van de absoluut ongelovigen bedekt zijn geworden. En dan is er de vraag of de uitverkiezing wel met de verzoening in verband staat.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Graag wil ik hierop nog een aanvulling geven.
1. Eerst de betekenis van de verschillende woorden voor verzoening.
2. En de teksten die de verzoening van alle zonden ondersteunen.

1. De betekenis van "hilasmos" en "katallagi".

Beide woorden worden vertaald met "verzoening". Hilasmos is verzoening door bedekken, de zonden zijn bedekt. Katallagè is verzoening doordat iemand in een nieuwe betrekking met God gebracht is. Deze beide zeer verschillende begrippen worden vaak niet goed onderscheiden. "De zonden zijn bedekt" betekent niet dat "de betrekking is hersteld". De bedekking van de zonden betekent niet dat de betrekking is hersteld, of dat ze verlost zijn of worden. Dat gebeurt pas door geloof in de Heer Jezus. Verwarring ontstaat doordat de beide begrippen voor "verzoening" door elkaar worden gebruikt, b.v. bij de uitleg van 1Jh2:2.

Zo las ik in een oude Bode: "God kan elke zondaar, de hele wereld, uitnodigen zich met Hem te laten verzoenen."
Het gaat hier over de katallagè uit 2Ko5:18-20, dat is dus: de betrekking herstellen. Dat is inderdaad voor de hele wereld beschikbaar. De tekst 1Jh2:2 zegt dat Christus verzoening (hilasmos) voor de hele wereld ís; dat is: bedekking. Op grond van déze verzoening (hilasmos), dus bedekking van de zonden voor God, kan Hij elke zondaar uitnodigen zich met Hem te laten verzoenen (katallagè = de betrekking herstellen).
Dus: alle zonden zijn verzoend (bedekt = hilasmos); slechts zij, of liever gezegd: allen, die in Jezus Christus geloven worden daadwerkelijk met God verzoend (in herstelde relatie gebracht = betrekking = katallagè). Het komt echter nogal eens voor dat bij 1Jh2:2 (hilasmos) de uitleg van katallagè gegeven wordt, en andersom.


2. Meerdere teksten ondersteunen de verzoening van ALLE zonden:

1Jh2:2 - Hij is verzoening, hilasmos, bedekking, voor onze zonden, maar niet voor onze [zonden] alleen (dus ook voor andermans zonden!), n.l. ook voor [de zonden] van (NB: 2e naamval) de hele wereld. (De wereld is bij Johannes: de zondige van God afgekeerde ménsenwereld, (Jh3:16), zoals b.v. ook JND bij deze tekst schrijft: "niemand uitgesloten" (Syn. blz. 317).

De zin "niet voor onze [zonden] alleen" houdt al duidelijk in dat er meer 
zonden bedekt zijn. Extra wordt er nog aan toegevoegd wélke zonden: der 
gehele wereld. De 2e naamval noodzaakt om "zonden" tussen haakjes in te voegen, dus: "ook voor [de zonden] van de hele wereld (= St. Vert). In de uitleg van deze tekst wordt helaas vaak nog wel een bepérking in de verzoening aangebracht, terwijl de tekst van 1Jh2:2 juist geen enkele beperking maakt.

1Jh3:5 - Hier moet volgens de gebruikelijk gevolgde handschriften in de 
Voorhoeve-vertaling gelezen worden: "opdat Hij DE zonden zou wegnemen". Er is geen reden om in dit geval niet de gebruikelijke handschriften te volgen, of het zou, wat nu gebeurt, "onze uitleg" moeten zijn. Waarschijnlijk is de wijziging in de grondtekst (onze i.p.v. dé zonden) aangebracht door een overschrijver die ook meende dat de Heer Jezus de zonden van de ongelovigen niet gedragen zou hebben. De voetnoot (in de 4e druk) zal wel de juiste lezing zijn.

Hb9:26 - Hij heeft DE ZONDE tenietgedaan. N.B.: dé zonde, niet meer en niet minder.

Jh1:29 - Het Lam Gods dat DE ZONDE der wereld wegneemt. Als de Schrift dit zegt, dan heeft Hij het gedaan ook! Op het kruis heeft Hij dit 
verzoeningswerk volmaakt volbracht. (Tussen haakjes: de reiniging van onze dagelijkse zonden en de toekomstige reiniging van de schepping zijn de praktische gevolgen van de op het kruis reeds volmaakt volbrachte 
verzoening.)

1Pt2:22-24; 2Ko5:21 - ...ónze zonden gedragen... voor ons.
Uit teksten die gaan over onze zonden kan niet, en mag niet geconcludeerd worden dat de zonden van anderen dús níet zijn gedragen. Het gaat hier in de tekst immers niet over hen, de ongelovigen of over de zonden van ongelovigen.

Mt13:44 - Hij koopt de akker = de wereld = alle zondaren.

2Pt2:1 - Hij heeft hén gekocht... n.l. alle mensen. De Heer Jezus heeft de 
dure prijs van zijn bloed voor allen betaald!


Meer teksten die aantonen dat werkelijk IEDER kan komen:

Jh3:16,17 - opdat IEDER die gelooft ... opdat de wereld (de boze 
ménsenwereld) door Hem behouden zou worden.

Rm5:18 - door één gerechtigheid tot ALLE mensen.

1Tm2:3-6 - God wil dat ALLE mensen behouden worden... Christus heeft 
zichzelf gegeven tot een losprijs voor ALLEN.

Tt2:11 - de genade van God die voor ALLE mensen heil aanbrengt.

2Pt3:9 - de Heer wil niet dat iemand verloren gaat, maar dat ALLEN tot 
bekering komen.


Kan werkelijk IEDER komen?

De vraag is nu: Is dit waar? Wil God dit werkelijk? Of heeft de Heer Jezus 
toch voor velen de zonden níet gedragen? Het bloed van Christus is de grond voor Gods aanbod. Maar hoe? Hoe is zijn bloed de grondslag als het niet al hun zonden heeft bedekt? Want dat houdt dan tevens in dat niet ieder kan komen, want Christus heeft dan hun zonden níet bedekt. Terecht zouden ze later kunnen zeggen: "Here God, ik had het toch wel goed gedacht, want nu blijkt: Christus heeft mijn zonden niet gedragen. De kans was mij dus bij voorbaat al ontnomen. Ik kon zelfs niet eens komen; al had ik gewild, al was ik gekomen, dan was gebleken dat het niet kon!"

Natuurlijk is deze voorstelling onjuist, want werkelijk iedereen kan komen, 
want de grondslag is wel degelijk gelegd, en dat is: Zijn bloed bedekt de 
zonden! Alle zonden! Zo groot was het werk van de Heer Jezus: Hij droeg niet alleen de vele zonden van alle gelovigen, maar ook al die vele zonden van alle ongelovigen. Een verschrikkelijk zware last moest Hij dragen en een verschrikkelijk oordeel moest Hij ondergaan. Veel meer heeft Hij gedaan dan 'slechts' de zonden van de gelovigen dragen. Wij beperken zijn werk door hierbij alleen aan onszelf te denken. Voor iedere zondaar is er de mogelijkheid om te komen, want het werk van Christus is voor iedere zondaar volbracht. Rm5:18 zegt: ...tot alle mensen; en door persoonlijk geloof wordt deze verzoening (de bedekking!) persoonlijk bezit (dit is in Rm5:19 de velen) en wordt de mens verzoend met God (= de relatie hersteld).

Ook ten opzichte van God was het nodig dat Jezus' bloed alle zonden zou 
bedekken. Want alles wat Hem onteerde en zijn majesteit aantastte moest weggedaan worden. Op het kruis heeft Hij dat eens voor altijd volkomen gedaan! Maar dan geldt ook des te meer: Wee degene die zulk een liefde en zulk een volkomen verzoeningswerk afwijst.


Nog enkele overwegingen

Deze uiteenzetting is behoorlijk mathematisch, maar soms is dat nodig om alle kanten die er aan zitten op een rij te krijgen. Toch zijn er 'losse eindjes', nieuwe vragen, zoals het idee dat alverzoening bij deze uitleg zou passen.
M.i. is duidelijk aangegeven dat er in deze uitleg absoluut geen plaats is voor alverzoening. Tenzij men een redenering opzet, bijvoorbeeld dat een straf die eenmaal plaatsvervangend gedragen is, niet nogmaals bestraft kan worden. Dat klinkt logisch, maar dat is het niet omdat God heel simpel een voorwaarde heeft vastgesteld waaraan je moet voldoen om het effect van de verzoening (de bedekking) te ontvangen en dat is de verzoening in de zin van: de betrekking herstellen, dus: geloven.

Nog een aanvulling hierbij: In het Romeinse recht is het onmogelijk dat een straf twee keer gedragen wordt. Dat is dus in overeenstemming met ons menselijk denken. Maar laten we ook bedenken dat in dat recht 'geloven' geen plaats heeft. In onze rechtszalen is geen sprake van een mogelijkheid van een plaatsvervanger of een voorwaarde van geloof. De vergelijking met aardse gebeurtenissen gaat dus mank. God heeft zijn eigen regels en hoeft het Romeinse recht niet te volgen. Dus moeten wij dat Romeinse denken ook niet in Bijbelse zaken invoeren.

Ook het idee van het deels 'onnodige' lijden is een menselijke beoordeling, want het was niet onnodig, maar nodig dat Christus zich moest offeren i.v.m. de eer van God. Om die reden moesten ALLE zonden uitgeboet worden. Het zou toch helemaal niet te begrijpen zijn als de Heer in het jaar 33 een onnoemelijke hoeveelheid zonden niet gedragen zou hebben. Want dat zou inhouden dat die zonden niet verzoend (bedekt) zijn. Het vervolg van deze redenering zal duidelijk zijn.

Dus deze beide argumenten zijn van die 'losse eindjes' waar men wel makkelijk een redenering aan vast kan knopen, maar die bij nader inzien niet voldoet aan andere Bijbelse gegevens. Het komt er dus op aan om 
alle uitvluchtjes die wij mensen zo makkelijk kunnen maken eerlijk onder 
ogen te zien en in Gods licht te plaatsen, d.w.z. zorgen dat we daarmee niet in conflict te komen met andere uitspraken in Gods woord.